Waterliniepanorama A15 - Module 1, gemeente Lingewaal
收藏DANS Data Station Archaeology2014-12-25 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-ZE9-JTYX
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>ADC ArcheoProjecten heeft in januari 2014 een bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek uitgevoerd nabij de kruising van de A15 en de Nieuwe Hollandse Waterlinie (NHW), gemeente Lingewaal.</p><p>De Nieuwe Hollandse Waterlinie, aangelegd tussen 1815 en 1940, betreft een rijksmonument dat op de voorlopige lijst van Unesco Werelderfgoed is geplaatst. Om de linie voor de toekomst te behouden en voor een breed publiek toegankelijk te maken is door de Dienst landelijk gebied, Ministerie van Economische Zaken een meerjaren gebiedsontwikkelingsprogramma opgezet. Een van de programma’s betreft het project ‘Waterliniepanorama A15’, dat gelegen is langs de A15, iets ten oosten van Gorinchem, waar de linie de A15 en het Betuwespoor kruist (afb. 1 en 2). Doel van het programma is om dit kruispunt weer beleefbaar te maken.</p><p>Op basis van de resultaten van het bureauonderzoek worden in het plangebied overslaggronden op crevasseafzettingen van de Linge verwacht. In en op de crevasseafzettingen van de Linge kunnen resten uit de Romeinse tijd tot en met de Middeleeuwen voorkomen. De top van deze afzettingen bevind zich waarschijnlijk direct onder de overslagafzettingen (ca. 30 tot 60 cm –mv). De resten kunnen zich manifesteren door middel van een archeologische laag (vermenging van onder meer kleine fragmenten aardewerk, houtskool en bot met het oorspronkelijke substraat) of een vondstenspreiding van voornamelijk aardewerk. Vanwege de afdekking van de crevasseafzettingen met overslagafzettingen zullen eventueel aanwezige archeologische resten goed zijn bewaard gebleven.</p><p>Gezien het ontbreken van aanwijzingen voor de aanwezigheid van historische bebouwing wordt de kans op resten uit de Late Middeleeuwen en de Nieuwe tijd evenwel als laag ingeschat. Een uitzondering hierop vormen resten die zijn gerelateerd aan de Nieuwe Hollandse Waterlinie.</p><p>Om bovenstaande verwachting te toetsen is een Inventariserend Veldonderzoek middels grondboringen uitgevoerd.</p><p>Tijdens het booronderzoek, waarbij in totaal 49 boringen zijn geplaatst, is in het merendeel ervan een vergelijkbare bodemopbouw aangetroffen. Het onderste pakket, dat tot tenminste 4 m – mv reikt, bestaat daarbij uit een afwisseling van veen en kalkloze humeuze klei met plantresten. De top van dit pakket bevindt zich meestal rond 90 cm –mv. Hierboven bevindt zich een pakket dat bestaat uit matig siltige, licht bruingrijze of grijsbruine, kalkloze klei. In het pakket komen roestvlekken voor.<br>De bovenste ca. 30 cm, de huidige bouwvoor, bestaat uit zwak humeuze, matig siltige, grijsbruine of bruingrijze, kalkloze klei. In een aantal boringen is het pakket erg vlekkerig.<br>Een dergelijke opbouw is kenmerkend voor natte komgebieden. Het is niet waarschijnlijk dat het veen of de klei in het verleden een geschikte ondergrond vormde voor bewoning. Opvallend genoeg zijn ondanks de op bodemkaarten aangegeven crevasse loop geen crevasse afzettingen aangetroffen.</p><p>In een beperkt aantal boringen is een afwijkende bodemopbouw aangetroffen. Het gaat daarbij om de boringen 36, 38, 39 en 46. Vermoedelijk hangt dit samen met het feit dat hier een in de vorige eeuw gedempte wiel, d.w.z. een kolk ter hoogte van een dijkdoorbraak, gesitueerd moet worden.<br>Opvallend genoeg laat dit wiel zich slechts in een beperkt aantal boringen herkennen. Op basis van de omvang, zoals afgebeeld op historische kaarten, zouden ook omringende boringen, o.a. 23, 37, 47en 48 tot het wiel gerekend kunnen worden. Dit laat zich in het boorprofiel van de desbetreffende boringen evenwel niet herkennen.</p><p>Samenvattend kan gesteld worden dat binnen het plangebied geen aanwijzingen voor de aanwezigheid van archeologische waarden zijn aangetroffen.</p><p>ADC ArcheoProjecten adviseert op basis hiervan om het terrein vrij te geven voor de voorgenomen ontwikkeling. Het is echter niet volledig uit te sluiten dat binnen het onderzochte gebied toch nog archeologische resten voorkomen. Het verdient daarom aanbeveling om de uitvoerder van het grondwerk te wijzen op de plicht archeologische vondsten te melden bij de bevoegde overheid, zoals aangegeven in artikel 53 van de Monumentenwet.<br>Wij wijzen u erop dat de bevoegde overheid op basis van dit rapport een besluit neemt. De mogelijkheid bestaat dat dit besluit afwijkt van het door ons opgestelde advies.</p>
提供机构:
ADC ArcheoProjecten
创建时间:
2014-11-28



