Bureauonderzoek en Karterend Booronderzoek Archeologie Plangebied Snellliusstraat nabij nr. 26 te Winterswijk Gemeente Winterswijk
收藏DANS Data Station Archaeology2016-10-29 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-XAJ-775R
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>Hamaland Advies heeft in opdracht van dhr. N. Looman van Rouwmaat Groep een Bureauonderzoek en Karterend Booronderzoek Archeologie uitgevoerd ten behoeve van de nieuwbouw van een bedrijfsgebouw. Het plangebied ligt aan de Snellliusstraat nabij nr. 26, op bedrijfsterrein Vèèneslat, ten zuiden van de Rondweg Zuid en heeft een oppervlakte van ca. 800m2. De nieuwe bodemverstoring is onbekend maar verwacht mag worden dat de bodem door de aanleg van funderingen en kabels en leidingen tot minimaal 80 cm-mv verstoord zal gaan worden. </p><p>Omdat het gebied een middelhoge archeologische waarde heeft op de archeologische beleidskaart van gemeente Winterswijk, dient aangetoond te worden dat met de geplande bodemingrepen geen archeologische waarden verloren gaan. Archeologisch onderzoek is verplicht bij bodemingrepen groter dan 100 m2 en dieper dan 40 cm-mv. (Gemeente Winterswijk, 2009). Winterswijk hanteert (nog) niet de normen uit het Afwegingskader voor archeologiebeleid in de Regio Achterhoek’. Willemse, N.W. & M.H.J.M. Kocken 2012. (RAAP-rapport 2501) Het plangebied dient derhalve voorafgaand aan de aanvraag van de omgevingsvergunning in het kader van de Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz), te worden onderzocht. Het uitgevoerde onderzoek bestaat uit een KNA conform bureauonderzoek dat aangevuld is met een inventariserend veldonderzoek (karterende fase). </p><p>Conclusie bureauonderzoek <br>Het bureauonderzoek toonde aan dat er een lage kans is op archeologische waarden in het plangebied vanaf de Prehistorie tot en met de Middeleeuwen en een hoge vondstkans voor de periode Late Middeleeuwen tot de Nieuwe Tijd. Door de heidontginning, landbewerking en de aanleg van industrieterrein Vèèneslat is er een hoge kans op een verstoring tot onder het archeologisch waardevol niveau. Ter toetsing van de bodemopbouw en de archeologische waarde is daarom een inventariserend veldonderzoek uitgevoerd in de vorm van een karterend booronderzoek. </p><p>Conclusie veldonderzoek <br>Aangezien tijdens het karterend booronderzoek is aangetoond dat de bodemopbouw grotendeels verstoord is tot in de top van de het dekzand (C-horizont), met uitzondering van boring 2 en 3 en er geen archeologisch relevante indicatoren zijn aangetroffen, wordt de middelmatige archeologische verwachting op de gemeentelijke beleidsadvieskaart niet bevestigd. De kans dat de voorgenomen graafwerkzaamheden een bedreiging vormen voor het archeologische bodemarchief is verwaarloosbaar. Hamaland Advies adviseert daarom om geen vervolgonderzoek uit te laten voeren en de middelmatige waarde aan te passen naar laag met als indicatie ‘verstoord’. </p><p>Selectieadvies <br>Aangezien tijdens het karterend booronderzoek is aangetoond dat de bodemopbouw grotendeels verstoord is tot in de top van de het dekzand (C-horizont), met uitzondering van boring 2 en 3 en er geen archeologisch relevante indicatoren zijn aangetroffen, wordt de middelmatige archeologische verwachting op de beleidsadvieskaart niet bevestigd. De kans dat de voorgenomen graafwerkzaamheden een bedreiging vormen voor het archeologische bodemarchief is verwaarloosbaar. Hamaland Advies adviseert daarom om geen vervolgonderzoek uit te laten voeren en de middelmatige waarde aan te passen naar laag met als indicatie ‘verstoord’.</p><p>Selectiebesluit <br>Het conceptrapport is op 17 september 2016 door de regioarcheoloog (drs. M. Kocken beoordeeld (ODA Zaaknummer S2014-0506). Er zijn geen opmerkingen op het rapport. Op basis van de resultaten van het archeologisch vooronderzoek wordt in het plangebied geen vervolgonderzoek geadviseerd. Met dit selectieadvies wordt ingestemd. Het aspect archeologie vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het project. </p><p>Voorbehoud <br>Verder dient te allen tijde bij het afgeven van een omgevingsvergunning de wettelijke meldingsplicht (ex artikel 5.1 Erfgoedwet) kenbaar te worden gemaakt, om het documenteren van toevalsvondsten te garanderen: ‘Degene die anders dan bij het doen van opgravingen een zaak vindt waarvan hij weet dan wel redelijkerwijs moet vermoeden dat het een monument is (in roerende of onroerende zin), meldt die zaak zo spoedig mogelijk bij onze minister’. Deze aangifte dient te gebeuren bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed in Amersfoort. Het verdient aanbeveling ook de verantwoordelijk ambtenaar van de gemeente Winterswijk (dhr. K. Meinderts) hiervan per direct in kennis te stellen.</p>
提供机构:
Hamaland Advies
创建时间:
2016-10-30



