Inrichtingsplan Blesbroggepolder en Utterdieken te Wolvega, gemeente Weststellingwerf
收藏DANS Data Station Archaeology2007-01-14 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-XTY-QMXB
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>De bodemopbouw in het plangebied bestaat uit een bouwvoor op veen op dekzand. Soms ligt er een kleilaag tussen de bouwvoor en het veen. Op de locatie van de geplande loop van de uit te graven Linde zijn 42 boringen gezet om een dwarsprofiel van de oude Linde te verkrijgen. Uit het booronderzoek blijkt dat de daadwerkelijke oude loop van de Linde noordelijker ligt en 2 fasen omvat. Fase I, de oudste fase, betreft een afgesneden aftakking van de Linde die weer met verslagen veen/detritus is opgevuld. Fase II betreft de laatste fase van de oude loop van de Linde. Deze is deels opgevuld met verslagen veen en detritus en deels gedempt. Zie de figuren 2, 3 en 4 voor een dwarsdoorsnede van fase I en fase II. De laatste fase van de oude loop van de Linde (fase II) is vermoedelijk overeenkomstig de loop zoals deze wordt weergegeven op de kadastrale minuut (figuur 1). Ten zuiden en ten oosten van de vermoedelijke locatie van de schans zijn 34 boringen gezet om extra aanwijzingen te verkrijgen omtrent de omvang en de locatie van de schans. In geen van de boringen zijn aanwijzingen in de vorm van puinconcentraties en/of grachtvullingen aangetroffen. De meest waarschijnlijke locatie van de omgrachte schans blijft tussen de boringen 72 t/m 74 in het noorden en boring 56 in het zuiden en tussen de oever van de oude loop van de Linde in het oosten en boring 103 in het westen (zie figuur 1 en Hekman, 2007). Aanbevelingen Ten aanzien van de schans blijft het advies van Hekman (2007) van kracht. Het ontgraven van de oude loop van de Linde ter plaatse van de vermoedelijke ligging van de schans (tussen boring 48 in het zuiden en boring 43 in het noorden) dient onder toezicht van een (amateur)archeoloog te worden uitgevoerd. Hierbij dient gelet te worden op de aanwezigheid van archeologische resten in de vorm van houten (gepunte en gebrande) palen, bakstenen en andere bouwmateriaal (plaveisel, mortel), voornamelijk op de 2 plaatsen waar de vermoedelijke gracht van de schans in verbinding stond met de Linde. De uitgegraven grond dient met een metaaldetector onderzocht te worden op de aanwezigheid van bijvoorbeeld musketkogels en andere metalen voorwerpen die met de schans te maken kunnen hebben. Indien de voorgenomen bodemingrepen zich uitstrekken tot in het gebied ten westen van de oude loop van de Linde, ter plaatse van de vermoedelijke ligging van de schans, wordt aanbevolen eerst een proefsleuvenonderzoek uit te voeren. Hiermee kan gerichter gezocht worden naar eventuele grondsporen die verband houden met de schans en vooral om te exacte locatie van de gracht(en) te verifiëren. Voorafgaand aan een dergelijk gravend onderzoek dient een Programma van Eisen (PvE) opgesteld te worden. Dit Programma van Eisen dient te worden goedgekeurd door de provinciaal archeoloog van Fryslân, dr. G.J. de Langen. Ten aanzien van de onderzochte locatie van de geplande loop van de uit te graven (nieuwe) Linde gelden vanuit archeologisch oogpunt geen beperkingen. De daadwerkelijke loop van de oude Linde komt hier niet overeen met de geplande loop (derhalve kon hier geen profiel van worden vastgesteld). Wel zijn noordelijker profielen vervaardigd van de daadwerkelijke oude Linde. Desgewenst kunnen deze profielen gebruikt worden bij de inrichting van het gebied.</p>
提供机构:
RAAP Archeologisch Adviesbureau
创建时间:
2007-01-15



