five

Bureauonderzoek en Verkennend Booronderzoek Archeologie Plangebied Randveen 64 te Den Haag, gemeente Den Haag

收藏
Mendeley Data2024-01-31 更新2024-06-27 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/dans-x3a-appx
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
Hamaland Advies heeft in opdracht van Stebru een archeologisch bureauonderzoek en verkennend booronderzoek uitgevoerd in verband met de sloop en nieuwbouw van verzorgingstehuis Lozerhof aan de Randveen 64 te Den Haag. Het maaiveld is volgens de opdrachtgever ter plaatse van het plangebied voorafgaand aan de bouw van de bestaande Lozerhof in 1975, 3 tot 4 m verhoogd. Het gebouw heeft in de noordoostzijde twee kruipruimten die tot 1,5 m-mv zijn aangelegd en één kelder die tot 2,0 m-mv is aangelegd. Het nieuwe gebouw krijgt een kelder met een funderingsdiepte van 3,25 m-mv. Tevens wordt het gefundeerd op circa 1.000 heipalen, welke 23-25 m-mv worden aangebracht. De totale oppervlakte van het plangebied bedraagt 8.667 m².Bureauonderzoek Op basis van de resultaten van het bureauonderzoek bestaat de ondergrond in het westelijk deel van het plangebied vermoedelijk uit een strandvlakte (Laag van Rijswijk, afgedekt door midden grof en grof zand van het Laagpakket van Wormer en/of Hollandveen). In de ondergrond van het oostelijk deel van het plangebied is mogelijk nog een restant van de Oude Duinen (Laag van Voorburg) aanwezig. De archeologische verwachting verschilt binnen deze twee eenheden. Als er binnen het plangebied een zandopduiking voorkomt dan geldt een hoge archeologische verwachting voor vindplaatsen uit het Neolithicum tot en met de IJzertijd. Indien veraard veen aanwezig is, geldt een hoge verwachting op vindplaatsen uit de IJzertijd. Als sprake is van een strandvlakte, dan was er gedurende deze perioden sprake van relatief natte omstandigheden, waardoor de locatie minder aantrekkelijk was voor bewoning. In dat geval geldt een lage archeologische verwachting.Voor het gehele plangebied geldt voor de Romeinse tijd in principe een lage archeologische verwachting. Het is bekend dat Romeinse bewoning zich concentreerde langs de geulen van het Gantelsysteem. Deze geulen zijn nog niet gekarteerd maar een (onverwachte) geul is in het plangebied niet uitgesloten.In de Middeleeuwen is het plangebied gesitueerd in ’t Uithofs polder. Op de oudst geraadpleegde kaart, Kruikius kaart uit 1712, is er binnen het plangebied geen bebouwing waargenomen. Deze situatie blijft tot ruim in de tweede helft van 20e eeuw bestaan, waarna het huidige verzorgingstehuis binnen het plangebied is gerealiseerd. Voor de Middeleeuwen en de Nieuwe tijd geldt dan ook een lage archeologische verwachting. Ter plaatse van de huidige bebouwing is de ondergrond grotendeels verstoord door de onderkeldering van het huidige gebouw van de bestaande Lozerhof en het aanbrengen van 540 funderingspalen met een tussenafstand van 7,2 meter.De meldingen in Archis3 geven weer dat er meerdere archeologische vindplaatsen in de buurt van het plangebied gelegen zijn. Daarbij zijn vooral resten uit de IJzertijd, de Romeinse tijd en de Middeleeuwen aangetroffen.Booronderzoek De verwachte bodemopbouw komt grotendeels overeen met de resultaten van het bureauonderzoek. In het plangebied is onder een subrecente ophoging en een verstoorde bovenlaag sprake van een natuurlijk profielverloop, waarbij (rest)geulafzettingen van het Gantelsysteem (Laagpakket van Walcheren) zijn aangetroffen in boring 1, 2, 3 en 6. In boring 4 en 5 ontbreekt de Gantellaag en gaat de subrecente ophooglaag direct over in Hollandveen (Formatie van Nieuwkoop) met houtresten (bosveen). In boring 6 loopt het pakket Hollandveen onder de Gantelafzettingen door tot de maximale boordiepte van 400 cm-mv. De basis van het bodemprofiel bestaat uit goed gesorteerd geel of grijs fijn iets siltig zand (160 µm) met fijn schelpgruis (oude duinafzettingen, Laag van Voorburg). De in het bureauonderzoek verwachte strandafzettingen (Laag van Rijswijk) zijn niet aangetroffen binnen de maximale boordiepte.Selectieadvies In theorie kunnen langs de aangetroffen (rest)geul van het Gantelsysteem vindplaatsen uit de Romeinse Tijd aanwezig zijn. In de aangetroffen oude duinafzettingen kunnen in theorie vindplaatsen uit de periode van het Neolithicum tot en met de IJzertijd aanwezig zijn. Er is in de boorprofielen echter nergens sprake van bodemvorming als gevolg van menselijk handelen in het verleden of ontkalking van bodemlagen door bijvoorbeeld beakkering. Ook is de top van het aanwezige veenpakket niet veraard. Gezien het ontbreken van bodemvorming in de natuurlijke ondergrond en de aanwezigheid van onveraard veen in combinatie met de verstoorde aard van de bodemopbouw in het plangebied, kan voor het hele plangebied gesproken worden over een archeologisch kansarm gebied. Uitgaande van bovenstaande waarnemingen adviseert Hamaland Advies om geen vervolgonderzoek uit te voeren in het plangebied en deze vrij te geven voor de geplande ontwikkelingen. Door de spreiding en de grote diepte waarop bodemverstoringen in grote delen van het plangebied zijn aangetroffen, wordt de kans klein geacht dat eventueel aanwezige archeologische niveaus en vindplaatsen worden verstoord.Selectiebesluit Op basis van de inhoud van dit rapport heeft de afdeling Archeologie op 18 maart 2020 laten weten in te stemmen met het selectieadvies van Hamaland Advies. Vervolgonderzoek wordt niet noodzakelijk geacht.Voorbehoud Het uitgevoerde onderzoek is op zorgvuldige wijze verricht volgens de algemeen gebruikelijke inzichtenen methoden. Het archeologisch onderzoek is erop gericht om de kans op het aantreffen dan wel vernietigen van archeologische waarden bij bouwwerkzaamheden in het plangebied te verkleinen. Er kan pas met bodemverstorende activiteiten gestart worden als het selectiebesluit schriftelijk is bevestigd door de afdeling Archeologie van gemeente Den Haag (dhr. H. Siemons). Verder dient te allen tijde bij het afgeven van een omgevingsvergunning de wettelijke meldingsplicht (artikel 5.10 en 5.11 van de Erfgoedwet) kenbaar te worden gemaakt, om het documenteren van toevalsvondsten te garanderen: ‘Degene die anders dan bij het doen van opgravingen een zaak vindt waarvan hij weet dan wel redelijkerwijs moet vermoeden dat het een monument is (in roerende of onroerende zin), meldt die zaak zo spoedig mogelijk bij onze minister’. Deze aangifte dient te gebeuren bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed in Amersfoort en bij de afdeling Archeologie van gemeente Den Haag (archeologie@denhaag.nl ).
创建时间:
2024-01-31
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务