five

Archeologisch bureauonderzoek ten behoeve van de geplande herontwikkeling van een woonblok aan de Betje Wolffstraat in Den Haag, gemeente Den Haag

收藏
Mendeley Data2024-01-31 更新2024-06-27 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/dans-z9f-ksnp
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
Vestigia Archeologie & Cultuurhistorie heeft een archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek door middel van boringen uitgevoerd voor een plangebied aan de Betje Wolffstraat in Den Haag, gemeente Den Haag. Binnen het plangebied zal de bestaande bebouwing worden gesloopt en 72 woningen worden gebouwd (afbeelding 2). De verstoringsdiepte zal minimaal 3,0 m-mv (-3,5 m-NAP) bedragen. Het plangebied heeft een omvang van circa 0,28 hectare.Uit het bureauonderzoek blijkt dat er op basis van het landschap een archeologische verwachting voor het plangebied geldt. Binnen het plangebied kunnen archeologische waarden voorkomen op de oeverwallen van het Gantel systeem, in de top van het Hollandveen en op de Oude Duinen. Indien Gantel-lagen aanwezig zijn hebben deze een hoge kans op het aantreffen van archeologische resten uit de IJzertijd, Romeinse tijd en Late Middeleeuwen. Te denken valt daarbij aan nederzettings-terreinen, akkercomplexen, perceleringsgreppels, wegen et cetera. In een eventueel veraarde top van het Hollandveen kunnen resten (nederzettingssporen inclusief aardewerk of anderszins sporen van exploitatie van het landschap) uit de Bronstijd tot en met het begin van de IJzertijd worden aangetroffen. In oudere (overstoven) duinafzettingen kunnen nederzettingssporen of vondsten uit het Neolithicum worden aangetroffen. Eventueel aanwezige Wormer getijdenafzettingen zijn afgezet vanaf het Neolithicum tot aan de Bronstijd; eventuele hierin aanwezige vegetatiehorizonten, mogelijk met houtskoolspikkels, kunnen een aanwijzing vormen voor menselijk activiteit. Mogelijke archeologische resten in deze getijdenafzettingen betreffen onder andere sporen van tijdelijke bewoning, vuursteen en verbrande noten.Omdat het terrein nog maar nauwelijks bouwgeschiedenis kent, de aanwezige bebouwing is de eerste die hier ooit gerealiseerd is, zullen de eventueel aanwezige archeologische waarden maar in beperkte mate zijn verstoord en met name in de onbebouwde strook in het westen van het plangebied. Het geldt vanzelfsprekend in mindere mate voor de grond onder de huidige bebouwing. Toch is het nog heel goed mogelijk dat ook daar de opbouw voor een aanzienlijk deel bewaard is gebleven, zeker gezien de verwachte strokenfundering en de verwachte ondiep uitgevoerde onderkeldering. Wanneer ter plekke sprake is van een ophogingslaag zoals die elders in Den Haag-Zuidwest is aangetroffen, dan is de verstoring mogelijk beperkt gebleven.Aan de hand van het booronderzoek zijn voor zover mogelijk de volgende onderzoeksvragen beantwoord: - wat zijn de geo(morfo)logische en bodemkundige kenmerken van de ondergrond van het plangebied? - in hoeverre is de oorspronkelijke bodemopbouw intact met het oog op de eventuele aanwezigheid en gaafheid van archeologische vindplaatsen? - bevinden zich in de ondergrond van het plangebied archeologische indicatoren en zo ja, waaruit bestaan deze? - geven de resultaten van het veldonderzoek aanleiding tot vervolgstappen in het kader van de planontwikkeling in relatie tot de archeologische monumentenzorg?Ondanks dat slechts twee van de vijf geplande boringen mogelijk bleken, en monstername binnen het plangebied niet mogelijk was, is het mogelijk gebleken om de archeologische verwachting binnen het plangebied te toetsen en nader te specificeren. Binnen het plangebied is verstoring aangetroffen tot in het bovenste Hollandveen. Daaronder zijn intacte kleiafzettingen aangetroffen, mogelijk Gantel-afzettingen, op 2,60-2,75 -mv tot 2,65-2,85 -mv (2,20-2,35 tot 2,25-2,45 -NAP); deze laag heeft een lage verwachting voor resten uit de late IJzertijd tot de Late-Middeleeuwen (laag vanwege het feit dat dit een komgebied was op enige afstand van de Gantel, en er geen bodemvorming is aangetroffen). Voor een veraarde Hollandveenlaag geldt vaak een hoge archeologische verwachting voor het aantreffen van resten uit de Bronstijd tot en met het begin van de IJzertijd. Hoewel een veraarde Hollandveen-laag is aangetroffen onder het intacte kleilaagje, vanaf 2,65-2,85 -mv tot 3,00-3,20 -mv (2,25-2,45 tot 2,60-2,80 -NAP, geldt hier), geldt er daarvoor in dit geval een lage verwachting vanwege de lage ligging in het (toenmalige) landschap; de ervaring in den Haag is dat op deze diepte geen relevante archeologische resten in het Hollandveen worden aangetroffen. De aangetroffen Wormer afzettingen waren slap en onontwikkeld, en hebben geen kernmerken van bodemvorming; ook hiervoor geldt een lage archeologische verwachting. AdviesVanwege de hoge mate van verstoring tot 2,60 / 3,20 m-mv en de lage archeologische verwachting in de diepere ondergrond is de archeologische verwachting voor het plangebied bij te stellen naar ‘laag’ en adviseert Vestigia Archeologie & Cultuurhistorie dan ook geen vervolgstappen in het kader van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ). Het bevoegd gezag, de gemeente Den Haag, dient eerst over het advies in dit rapport een besluit te nemen. Wanneer het bevoegd gezag besluit dat vervolgonderzoek niet noodzakelijk is en het plangebied wordt vrijgegeven voor de voorgenomen ontwikkelingen, blijft de meldingsplicht archeologische toevalsvondst of waarneming van kracht (Erfgoedwet, artikel 5.10 Archeologische toevalsvondst). Aangezien het nooit volledig is uit te sluiten dat tijdens eventueel grondverzet een archeologische ‘toevalsvondst’ wordt gedaan, is het wenselijk de uitvoerder van dit grondwerk te wijzen op de plicht om hiervan zo spoedig mogelijk melding te doen bij het bevoegd gezag - de gemeente Den Haag - en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.
创建时间:
2024-01-31
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务