Deventerstraat 503 te Beemte Broekland, gemeente Apeldoorn
收藏DANS Data Station Archaeology2015-03-30 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-ZGH-CYQN
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>Econsultancy heeft in opdracht van de heer J.J.A. Mulder een archeologisch bureauonderzoek uitge-voerd ter plaatse van het plangebied gelegen aan de Deventerstraat 503 te Beemte Broekland in de gemeente Apeldoorn (zie figuren 1 en 2). In het plangebied zal de nieuwbouw van een woning wor-den gerealiseerd. Het archeologisch onderzoek is noodzakelijk om te bepalen wat de verwachtingswaarde is voor de aanwezigheid van archeologische waarden binnen het plangebied en of deze door de voorgenomen bodemingrepen kunnen worden aangetast. Daarom is het binnen het kader van de Wet op de Archeologische Monumentenzorg uit 2007 (WAMZ), voortvloeiend uit het Verdrag van Malta uit 1992, verplicht voorafgaand archeologisch onderzoek uit te voeren (zie bijlage 3).<br>Het onderzoek is uitgevoerd in het kader van de voorgenomen nieuwbouw binnen het plangebied, alsmede een bestemmingsplanwijziging.<br>Doel van het bureauonderzoek is het verwerven van informatie, aan de hand van bestaande bronnen, over bekende en verwachte archeologische waarden, om daarmee een gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied op te stellen.</p><p>Gespecificeerde archeologische verwachting<br>Uit de verzamelde aardwetenschappelijke gegevens blijkt dat het plangebied op een flauwe helling van daluitspoelingswaaierafzettingen ligt. Of er wel of niet sprake is van een (dunne) afdekkende laag dekzandafzettingen kan op basis van deze gegevens niet duidelijk worden aangegeven. De Bodemkaart van Nederland geeft aan dat er direct sprake is van grof en waarschijnlijk grindrijk zand (sneeuwsmeltwaterafzettingen) binnen het plangebied, echter direct ten oosten komt leemarm fijn zand (dekzand) voor. Aangetroffen archeologische resten tijdens eerder uitgevoerde archeologische onderzoeken betreffen voornamelijk vuursteenresten. Het geeft aan dat de overgangszone van de stuwwal in het westen naar de lager gelegen vlakte in het oosten geschikt wordt bevonden voor tijdelijke bewoning door Jagers-Verzamelaars (Laat-Paleolithicum en Mesolithicum). Voor Landbouwers (vanaf het Midden-/Laat-Neolithicum) zal het plangebied ook geschikt zijn voor bewoning, echter de meeste voorkeur zal zijn uitgegaan naar daar waar duidelijk hoger gelegen dekzandruggen voorkomen en de hoger gelegen terreinen meer richting de Oost-Veluwse stuwwal. De bodems in de omgeving van het plangebied zijn ontwikkeld in gebieden met een relatief lage natuurlijke vruchtbaarheid, op grond waarvan mag worden verondersteld dat deze tot de ‘perifere gebieden’ voor prehistorische en latere landbouwactiviteiten moeten worden gerekend.</p><p>Op basis van het historisch gebruik betrof het plangebied vanaf in ieder geval de tweede helft van de 18e eeuw tot aan het begin van de 20e eeuw woeste grond dan wel bos. Pas daarna is het in agrarisch gebruik genomen. Het plangebied heeft niet behoort tot een essencomplex, waardoor een plaggendek dan ook niet wordt verwacht.</p><p>Op basis van bovenstaande uitgangspunten kunnen er in het plangebied archeologische resten voorkomen uit alle archeologische perioden vanaf het Laat-Paleolithicum. De kans op het voorkomen van resten van Jagers-Verzamelaars (Laat-Paleolithicum en Mesolithicum, vuursteenvindplaatsen) wordt hoog geacht. Voor resten van Landbouwers (vanaf het Midden-/Laat-Neolithicum) wordt de kans middelhoog geacht. Voor de periode Nieuwe tijd is de verwachting laag, op basis van geraadpleegd historisch kaartmateriaal. Archeologische resten worden in en/of direct onder de bouwvoor (eerste 30 cm) verwacht; in de top van de sneeuwsmeltwater dan wel de dunne laag afdekkende dekzandafzettingen, waarin zich in het verleden een veldpodzolprofiel heeft gevormd. Archeologische sporen (uitgezonderd diepe paalsporen en waterputten) worden binnen 50 cm beneden het maaiveld verwacht. De eventueel aanwezige archeologische resten bestaan hoofdzakelijk uit aardewerk- en/of vuursteenstrooiïngen. Organische resten en bot kunnen door de in het verleden heersende ondiepe grondwaterstanden goed zijn geconserveerd, maar zal vooral afhangen van de diepte waarop dergelijke resten voorkomen, indien aanwezig.</p>
提供机构:
Econsultancy bv
创建时间:
2015-03-17



