Rottedijk 12, Moerkapelle (gemeente Zuidplas)
收藏DANS Data Station Archaeology2024-02-13 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/RUZ3VJ
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
ADC ArcheoProjecten heeft in september en oktober 2022 een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek uitgevoerd op de locatie Rottedijk 12 in Moerkapelle. Op basis van het bureauonderzoek is een gespecificeerde archeologische verwachting opgesteld. Hieruit blijkt dat in het Mesolithicum en het Neolithicum in het onderzoeksgebied de Zuidplas stroomgordel actief was. De hoger gelegen delen van rivieroeverwallen van deze stroomgordel vormden gedurende de actieve fase mogelijk een bewoningslocatie. Vanwege de diepteligging (vanaf ca. 7,5 m -NAP) wordt dit niveau behoudens heipalen niet bedreigd door de voorgenomen ontwikkeling. Vanaf ca. 4000 voor Christus kwam het plangebied onder directe invloed van de Noordzee te liggen en was het gebied niet meer geschikt voor bewoning. Door het ontstaan van de strandwallen nam de invloed van de zee af en trad vanaf de Bronstijd veenvorming op. In die periode was het gebied niet aantrekkelijk voor bewoning. Vanaf de IJzertijd werd de veenstroom de Rotte actief ten zuiden van het plangebied. Rond 1242 werd het veen langs de Rotte officieel uitgegeven voor ontginning. Waarschijnlijk werd toen de watergang ten westen van het plangebied gegraven. Deze stond in directe verbinding met de Rotte en vormde een ontginningsas waarlangs bebouwing ontstond. Op basis van oud kaartmateriaal zijn er geen aanwijzingen voor bebouwing uit het begin van de 17e eeuw. Door intensieve verveningen vanaf de Late Middeleeuwen ontstonden meren. Ter plaatse van de ontginningsassen werd het veen niet afgegraven, hier is sprake van een zogenaamde veenrestdijk. Vanaf de 17e eeuw werden de meren drooggemalen met behulp van molens. Eén van de molens bevond zich in het plangebied. De molen vormt waarschijnlijk de eerste bebouwing in het plangebied. Uit een AHN-analyse blijkt dat de veenrestdijk in het uiterst westen van het plangebied aanwezig is. In het grootste deel van het plangebied is het veen afgegraven, waardoor geen bebouwing anders dan de molen en hieraan gerelateerde bijgebouwen wordt verwacht. De molen dateert uit 1655 en werd in 1925 ontmanteld waarna de molenstomp in gebruik werd genomen als woonhuis. Resten gerelateerd aan het molenerf kunnen vanaf het maaiveld aanwezig zijn. Om deze verwachting te toetsen en aan te vullen is een verkennend booronderzoek uitgevoerd. Dit werd gecombineerd met veldinspectie. Bij de veldinspectie is geconstateerd dat de muren van de waterinlaat nog aanwezig zijn. Uit een boring die is gezet ter plaatse van de voormalige watergang blijkt dat de diepere ondergrond bestaat uit wadafzettingen (Laagpakket van Wormer, Formatie van Naaldwijk). Hierboven is een 20 cm dikke laag restveen aanwezig. De bovenste 70 cm van het bodemprofiel bestaat uit een opgebracht pakket en is waarschijnlijk opgebracht bij de demping van de watergang. Een boring is gezet ter plaatse van het dijklichaam ten zuiden van de molenstomp. Het dijkophogingspakket bestaat uit zandige klei met puinresten. De puinresten konden niet worden gedateerd. Het dijkophogingspakket kan worden beschouwd als archeologisch relevant, alsmede de gemetselde muren en gemetselde waterinlaat.
提供机构:
ADC ArcheoProjecten
创建时间:
2024-02-13



