five

Archeologisch vooronderzoek plangebied Duin en Bosch vlek G gebouw B aan de Oude Parklaan 86 te Castricum, gemeente Castricum

收藏
DANS Data Station Archaeology2022-12-09 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/5V5QM0
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
Vestigia Archeologie & Cultuurhistorie heeft een archeologisch veldonderzoek door middel van verkennende boringen uitgevoerd voor een plangebied aan de Oude Parklaan 86 te Castricum, gemeente Castricum (kaart 1; afbeelding 1). Binnen het plangebied (vlek G) zal nieuwbouw van woningen worden gerealiseerd (afbeelding 2 en 3). De geplande woningbouwlocatie is momenteel braakliggend; de bebouwing die hier aanwezig was is recentelijk gesloopt. Het huidige plangebied ligt binnen de begrenzing van een veel groter plangebied waarvoor door Vestigia in 2011 een archeologisch bureauonderzoek en een inventariserend veldonderzoek met verkennende boringen is uitgevoerd. Op basis hiervan is de dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologie 4’ in het geldende bestemmingsplan Duin en Bosch opgenomen. Volgens deze dubbelbestemming is archeologisch onderzoek verplicht bij bouwwerkzaamheden dieper dan 2,5 m +NAP. Het huidig maaiveld binnen het plangebied ligt gemiddeld op 6,0 m +NAP, met uitzondering van een duin aan de zuidoostzijde van het plangebied dat tussen 6,0 en 9,0 m +NAP ligt. Ten behoeve van de nieuwe fundering (geen kelderbak) zal het bouwvlak max 1,0 m diep worden ontgraven, tot 5,0 m + NAP. Ter hoogte van een voet van de heuvel in de zuidoosthoek van het bouwvlak varieert de ontgravingsdiepte van ca. 1,5 – 4,0 meter afhankelijk van de precieze plek op de heuvel. De adviseur van de gemeente Castricum, mevr. L. Verniers van NMF Erfgoedadvies, heeft in een advies d.d. 15 januari 2021 aangegeven dat op basis van de nu geldende bestemmingsplanregels archeologisch onderzoek niet verplicht is. Zij geeft ook aan dat op basis van voortschrijdend inzicht voor het duingebied meer boringen nodig zijn om de landschappelijke context in beeld te brengen dan destijds in 2011 in het kader van het bestemmingsplan is gebeurd. Het advies aan de gemeente was om controleboringen uit te voeren op de locatie van een heuvel aan de zuidoostzijde van het plangebied, waar gebouw B zal worden gerealiseerd. De gemeente heeft dit advies overgenomen. Voorafgaand aan de ontwikkelingen diende daarom in kaart gebracht te worden of zich binnen het plangebied behoudenswaardige archeologische waarden (zouden kunnen) bevinden, die tegen de achtergrond van de bodemingrepen gevaar lopen. Het inventariserend veldonderzoek is uitgevoerd op 12 april 2021. Uit het veldonderzoek is gebleken dat er binnen het plangebied duinafzettingen aanwezig zijn tot in ieder geval 2,86 m +NAP. Tijdens het veldonderzoek zijn geen kenmerken van bodemvorming of begraven bodems aangetroffen. In een gedeelte van het plangebied heeft in de recente tijd antropogene ophoging plaatsgevonden getuige de vondst van een asfalt in deze ophogingslaag. De te vergraven heuvel zal daarom geen archeologische waarden bevatten. Advies. Op basis van de aangetroffen bodemopbouw en de mate van verstoring van het plangebied, kan de archeologische verwachting voor het ondergrond van het plangebied tot in ieder geval 2,86 m +NAP worden bijgesteld naar laag. Eventuele archeologische waarden voor zover deze aanwezig waren, zullen verstoord zijn geraakt. De archeologische verwachting zoals opgesteld in 2011 blijft vooralsnog behouden (archeologisch onderzoek verplicht bij bouwwerkzaamheden dieper dan 2,5 m +NAP). Vervolgonderzoek in het kader van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ) wordt voor de huidige ingrepen (tot ca. 5,0 m +NAP) dan ook niet noodzakelijk geacht. Het bevoegd gezag, de gemeente Castricum, dient eerst over het advies in dit rapport een besluit te nemen. Wanneer het bevoegd gezag besluit dat vervolgonderzoek niet noodzakelijk is en het plangebied wordt vrijgegeven voor de voorgenomen ontwikkelingen, blijft de meldingsplicht archeologische toevalsvondst of waarneming van kracht (Erfgoedwet, artikel 5.10 Archeologische toevalsvondst). Aangezien het nooit volledig is uit te sluiten dat tijdens eventueel grondverzet een archeologische ‘toevalsvondst’ wordt gedaan, is het wenselijk de uitvoerder van het grondwerk te wijzen op de plicht om hiervan zo spoedig mogelijk melding te doen bij het bevoegd gezag, de gemeente Castricum, en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Naschrift. De adviseur van het bevoegd gezag, mevr. L. Verniers van NMF Erfgoedadvies, heeft in de beoordeling en advies kenmerk NMF-2021-152-LV d.d. 29 april 2021 geadviseerd het conceptrapport versie 1.0 d.d. 22 april 2021 goed te keuren en het advies uit het rapport over te nemen. Vervolgonderzoek is niet nodig, de archeologische verwachting voor het plangebied geldt als laag tot een diepte van 2,86 m +NAP.
提供机构:
Vestigia
创建时间:
2021-05-14
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务