five

Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen herinrichting entree en loge De Hoge Veluwe, Houtkampweg Otterlo, gemeente Ede

收藏
DANS Data Station Archaeology2023-01-27 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/QFVHEU
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
De gemeente Ede heeft met betrekking tot het plangebied reeds een advies opgesteld. Hierbij is vastgesteld dat de trefkans op archeologische resten in het gebied hoog is en dat er op grond van bestaande regelgeving voorwaarden worden gesteld aan een te verlenen omgevingsvergunning ten aanzien van het aspect archeologie. Deze voorwaarde behelst het uitvoeren van een archeologisch onderzoek door een gecertificeerd archeologisch bureau. Een dergelijk onderzoek begint altijd met een bureauonderzoek, eventueel gevolgd door een verkennend booronderzoek. Aan de hand van de resultaten van het verkennend booronderzoek (i.e. het voorliggend rapport) wordt bepaald of vervolgonderzoek noodzakelijk wordt geacht, en zo ja in welke vorm. Dit kan zijn in de vorm van een karterend booronderzoek, proefsleuvenonderzoek en/of een opgraving. Bureauonderzoek. In het plangebied worden resten verwacht van besloten boerennederzettingen, bestaande uit bewoning met nabijgelegen besloten akkers uit de periode ijzertijd, Romeinse tijd, vroege middeleeuwen en late middeleeuwen. De oudste boerennederzettingen maakten gebruik van raatakkers met bemesting en vanaf de nieuwe tijd (of einde van de late middeleeuwen) vond potstalbemesting met ophoging van de akkers plaats. Hoge zwarte enkeerdgrond kenmerkt zich door de aanwezigheid van een dikke eerdlaag die door ophoging met minerale plaggen is bereikt. Met name aan de onderzijde van dit pakket speelt een eventuele archeologische verwachting bijvoorbeeld in de vorm van fossiele (bemeste, niet opgehoogde) akkerlagen. De bijbehorende nederzettingen worden gekenmerkt door (clusters van) huisplaatsen, bestaande uit grondsporen (paalkuilen, kuilen, greppels) en/of stenen funderingen en muurresten. Sporen van de erfinrichting bestaan onder andere uit waterputten, afvalputten en/of afvalkuilen. Sporen van agrarische activiteit bestaan veelal uit veraarde lagen, greppels en erfafscheidingen (wallen). Inventariserend veldonderzoek. De bodem van het gehele plangebied kan worden getypeerd als (vermoedelijk) een bruine bosbodem, met als bijzonderheid dat deze in roodzand (een laat-pleistoceen of vroeg-holoceen bodemverschijnsel) is gevormd. Deze bodem ligt gedeeltelijk intact begraven onder stuifzand. Er is geen enkeerdgrond aangetroffen. Er zijn wel duinvaaggronden aangetroffen met aan de top hiervan jong gevormde micropodzolen. Waar de bosbodem niet is bedekt met stuifzand heeft ook enige podzolidatie plaatsgevonden, mogelijk ook relatief recent. Waar geen sprake is van stuifzand is de bodem in veel gevallen omgewerkt. Echter ook in de berm zijn sporadisch relatief ongestoorde profielen aangetroffen beneden circa 0,4 m -mv. De oorspronkelijke A-horizont is hier, in het westelijk deel van het plangebied, echter meestal wat dunner. Bruine bosbodem was een gunstig bodemtype voor landbouwgemeenschappen vanaf het neolithicum, aangezien in de A-horizont (zeker in iets siltige bodems) in de loofbosfase een humuskringloop bestond. De onder het stuifzand intact begraven A-horizonten in boringen 06 t/m 09, 17 en 18 worden geïnterpreteerd als een mogelijke (organisch bemeste) akkerlaag: een fossiele akker uit het neolithicum, ijzertijd, Romeinse tijd, vroege of late middeleeuwen. De A-horizont is hier intact, iets dikker en iets hoger gelegen dan in de overige boringen.
提供机构:
Antea Group
创建时间:
2022-10-06
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务