five

Bureauonderzoek en Verkennend Booronderzoek Archeologie Plangebied N324, Graafseweg te Wijchen en Nederasselt Gemeente Wijchen en gemeente Heumen

收藏
Mendeley Data2024-01-31 更新2024-06-27 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/dans-z2q-v9bt
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
Hamaland Advies heeft in opdracht van Provincie Geldeland een archeologisch bureauonderzoek conform de BRL 4002 en een verkennend booronderzoek conform de BRL 4003 uitgevoerd in het kader van het groot onderhoud aan de N324, de Graafseweg tussen Grave en Wijchen. Er worden in de berm sloten en kabels aangelegd over een totale lengte van 586 meter. De diepte van de geplande bodemverstoringen is tenminste 150 cm-mv. Er wordt onderscheid gemaakt in een noordelijk, centraal en zuidelijk deelgebied van respectievelijk 94 m², 226 m² en 266 m². Voor hetdeel van het plangebied dat in de gemeente Heumen ligt, is door Vestigia een bureauonderzoek uitgevoerd. Voor het gehele plangebied in zowel de gemeente Heumen als Wijchen is vervolgens een verkennend booronderzoek uitgevoerd.Het tracédeel van de N324 tussen de Drutense Weg (N845) en de Graafse Brug (Luitenant Thomsonbrug) doorkruist op de archeologische waarden- en verwachtingskaart van de gemeente Heumen een zone met een middelhoge verwachting, een zone met een hoge verwachting (enmogelijk goede conservering) en een historische bewoningskern (hoge verwachting voor resten uit de Late Middeleeuwen en later). Op grond van de resultaten van het bureauonderzoek door Vestigia kan geconcludeerd worden dat in de noordelijke helft van het plangebied mogelijk sprakeis van een dunne afdekkende laag (kom)klei; voor de zuidelijke helft van het plangebied gaat het om een verwachting aan/vanaf het maaiveld of direct onder de bouwvoor. In het noordelijk deel van het plangebied, ten noorden van de kruising met de Eindsestraat / Broekstraat, en ten westen vande Graafseweg (N324), is sprake van een middelhoge verwachting op archeologische resten uit de prehistorie, met name de Bronstijd tot en met de Romeinse tijd. Hierbij kan gedacht worden aan sporen in de vorm van kuilen, paalkuilen, haardkuilen, greppels en graven. Het vondstmateriaalkan bestaan uit Nederzettingsafval in de vorm van met name aardewerk, maar ook uit bijvoorbeeld deposities van bronzen voorwerpen. Ter hoogte van de kruising met de Eindsestraat / Broekstraat en ten oosten van de Graafseweg (N324) is sprake van een hoge archeologische verwachting (metmogelijke goede conservering) op archeologische resten uit alle archeologische perioden, en met name de Bronstijd tot en met de Nieuwe tijd. Naast de hierboven genoemde spoor- en vondstcategorieën, kunnen hier ook resten van de circumvallatielinie uit de Tachtigjarige Oorlogworden aangetroffen. Dat geldt ook voor het meest zuidelijk deel van het plangebied, vanaf de Holleweg tot aan de John S. Thompsonbrug, waarvoor een hoge verwachting geldt op archeologische resten uit met name de Late Middeleeuwen en de Nieuwe tijd. Ten slotte geldt voor gehele plangebied een archeologische verwachting op het aantreffen van materiaal uit de Tweede Wereldoorlog in relatie met de droppings van manschappen en materiaal die ter hoogte van Nederasselt hebben plaatsgevonden.Op grond van de resultaten van het onderhavige bureauonderzoek voor het Wijchense deel van het plangebied kan geconcludeerd worden dat in de gemeente Wijchen het noordelijk deelgebied ter plaatse van het rivierduin in potentie een hoge trefkans heeft op archeologische resten uit deperiode van het Laat-Paleolithicum tot en met de Nieuwe Tijd, inclusief de Tweede Wereldoorlog. Voor het centrale en zuidelijke deelgebied is sprake van een lage tot middelhoge verwachting voor de top van de jonge rivierkleiafzettingen onder de zandophoging die in 1929 voor de aanleg vande provinciale weg is aangebracht. Op grond van de resultaten van het in 2019 uitgevoerde bureauonderzoek voor het deel in de gemeente Heumen kan geconcludeerd worden dat over het algemeen sprake is van een middelhoge tot hoge archeologische verwachting, voor zover hetplangebied zich uitstrekt tot buiten het bestaande, tussen 1926 en 1929 aangelegde, wegtracé en de John S. Thompsonbrug.Het voor het gehele plangebied (Wijchen en Heumen) uitgevoerde verkennende booronderzoek heeft aangetoond dat de bodem in het plangebied deels opgehoogd en deels relatief diep verstoord is, mogelijk als gevolg van de aanleg van de provinciale weg. De verstoringsdiepte varieert van 90 cm-mv tot maximaal 230 cm-mv. Onder de verstoring is sprake van natuurlijke afzettingen die bestaan uit een afwisseling van komafzettingen en geulafzettingen van de Maas (‘Wijchens Maasje’) en rivierduinafzettingen. Tevens kan er ook geconcludeerd worden dat de in het noordelijke deelgebied (in Wijchen) op grond van het bureauonderzoek verwachte rivierduinafzettingen niet aanwezig waren, maar in plaats daarvangeulafzettingen zijn aangetroffen. Tevens is sprake van een dijklichaam grenzend aan de Thompsonbrug bij Grave. Dit deel van het tracé van de N324 is tussen 1927 en 1929 gerealiseerd, samen met de brug. Voor dit deel van het plangebied dient wel aanvullend onderzoek naar NGE uitgevoerd te worden.SelectieadviesOp basis van de resultaten van het onderzoek adviseren wij voor alle delen van het plangebied in de gemeente Wijchen (1 t/m 9) en in de gemeente Heumen (Boring 10 t/m 33) vrijgave, omdat de nieuwe bodemingrepen niet dieper reiken dan de bestaande bodemverstoringen of plaatsvinden inbodems die archeologisch gezien minder relevant zijn (matig gerijpte komafzettingen en grofzandige geulafzettingen van de Maas). Zie bijlage 6 voor de advieskaart voor de gemeente Wijchen en bijlage 7 voor de advieskaart voor de gemeente Heumen.SelectiebesluitDe resultaten en aanbevelingen uit de concept-rapportage (versie 1.3) zijn op 18 augustus 2020 getoetst door het bevoegd gezag, de Gemeente Wijchen (mevr. E. van der Linden). In het conceptrapport zijn enkele opmerkingen en vragen geplaatst, die verwerkt zijn in deze definitieveversie 2.0. De conclusie en het advies voor de deelgebieden binnen Wijchens grondgebied worden onderschreven, zodat er conform het selectieadvies in het rapport van Hamaland, geen vervolgonderzoek nodig is. De werkzaamheden kunnen zonder archeologische beperkingen ofverplichtingen voor het Wijchense grondgebied worden uitgevoerd.De resultaten en aanbevelingen uit de concept-rapportage (versie 1.3) zijn op 16 september 2020 getoetst door de archeologisch adviseur van het bevoegd gezag (mw. E. Mietes) en de Gemeente Heumen (dhr. I. Verploegen). In het conceptrapport zijn enkele opmerkingen en vragen geplaatst, die verwerkt zijn in deze definitieve versie 2.0. De conclusie en het advies voor de deelgebieden binnen Heumens grondgebied worden onderschreven. Gezien de mate van verstoring is er geen aanleiding voor het uitvoeren van een archeologische begeleiding. In de vergunning dient een verwijzing naar de wettelijke meldingsplicht opgenomen te worden (zie hieronder).VoorbehoudHet uitgevoerde onderzoek is op zorgvuldige wijze verricht volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden. Het archeologisch onderzoek is erop gericht om de kans op het aantreffen dan wel vernietigen van archeologische waarden bij bouwwerkzaamheden in het plangebied teverkleinen. Verder dient te allen tijde bij het afgeven van een omgevingsvergunning de wettelijke meldingsplicht (Erfgoedwet 1-7-2016, art. 5.10 en 5.11) kenbaar te worden gemaakt, om het documenteren vantoevalsvondsten te garanderen: “Degene die anders dan bij het doen van opgravingen een zaak vindt waarvan hij weet dan wel redelijkerwijs moet vermoeden dat het een monument is (in roerende of onroerende zin), meldt die zaak zo spoedig mogelijk bij onze minister”. Deze aangifte dient tegebeuren bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed in Amersfoort en de verantwoordelijke ambtenaar van de gemeente Wijchen (mw. E. van der Linden) en de gemeente Heumen.
创建时间:
2024-01-31
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务