Bureauonderzoek waterstoftransportleiding Elim - Vlieghuis, deelgebied Coevorden
收藏DataCite Commons2025-10-27 更新2026-04-25 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/RKWMCM
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
In opdracht van N.V. Nederlandse Gasunie is door Antea Group een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd met betrekking tot de geplande aanleg van een waterstoftransportleiding tussen Elim (gemeente Hoogeveen) en Vlieghuis (gemeente Coevorden). In samenloop met de aanleg van de nieuwe leiding wordt een bestaande gastransportleiding, welke deels parallel loopt aan de te leggen leiding, verwijderd.1 Dit bureauonderzoek behandelt enkel het deel van het tracé gelegen binnen de gemeente Coevorden. Voor het andere deel, in de gemeente Hoogeveen, wordt een separaat bureauonderzoek opgesteld. 2 Bij de aanlegwerkzaamheden kunnen eventuele archeologische resten worden verstoord. Het archeologisch onderzoek dient als onderbouwing voor de ruimtelijke procedure. Een bureauonderzoek is de eerste stap binnen de Archeologische Monumentenzorg (AMZ, zie bijlage 2). Voor het plangebied geldt een onderzoeksplicht conform het beleid van de gemeente Coevorden. In de gradiëntzones op de flanken van dekzandruggen en grondmorenewelvingen zijn resten van jagers-verzamelaars te verwachten. Op dezelfde dekzandruggen en grondmorenewelvingen kunnen daarnaast ook resten van boerengemeenschappen vanaf het neolithicum tot en met de vroege middeleeuwen te verwachten, afhankelijk van de mate waarin het veen op dat moment het lokale landschap overgroeide. Vanaf de late middeleeuwen en met name vanaf de 17e eeuw werd het veen in deze regio afgegraven en ontgonnen. Ter hoogte van De Loo, dat nooit door veen overgroeid is, zijn reeds bewoningsresten uit de late middeleeuwen en nieuwe tijd bekend (AMK 15308). Advies Onderstaand advies is in kaartbijlage 491216-advies weergegeven. Voor de twee zones met AMK-terreinen wordt geadviseerd om de aanleg hier door middel van sleufloze techniek uit te voeren om de vindplaatsen in situ te behouden. Indien dit niet mogelijk is, dient hier een booronderzoek uitgevoerd te worden om na te gaan of de archeologisch relevante lagen op deze locaties nog voldoende intact zijn. Voor de overige delen geldt een (middel)hoge verwachting. Hier adviseert Antea Group binnen deze delen een booronderzoek uit te voeren. De methode – een verkennend booronderzoek bestaande uit 6 boringen per hectare of 1 boring per 50 m tracé - is er niet primair op gericht om archeologische resten aan te treffen (hiervoor is de gehanteerde boordichtheid en –intensiteit te gering), maar is wel uitermate geschikt om: 1) de aard van bodemopbouw en 2) de mate van intactheid van de oorspronkelijke bodemopbouw inclusief de archeologische sporendragende niveaus te bepalen. Op basis van de huidige stand van zaken zou dit neerkomen op een booronderzoek van circa 270 boringen. De boringen dienen gezet te worden tot ten minste 30 cm in de (onverstoorde) top van het pleistocene pakket en ter hoogte van de leidingsleuf tot maximaal 280 cm -mv. Zodra bekend is waar de sleufloze technieken ingezet zullen worden, kan in het Plan van Aanpak het aantal boringen precies bepaald worden. Daar waar nodig geacht kan gekozen worden om boringen te zetten per 25 strekkende meter, om variaties in het landschap beter in beeld te kunnen brengen. Tracédelen die uitgevoerd worden door middel van een sleufloze techniek (uitgezonderd de inen uittredepunten) en waar zich geen werkstrook bevindt kunnen worden vrijgegeven. Tracédelen waarvoor geen archeologische verwachting geldt, kunnen eveneens worden vrijgegeven. Dit is een advies. Het nemen van een selectiebesluit is voorbehouden aan het bevoegd gezag, in deze de gemeente Coevorden. Ook voor vrijgegeven (delen van) plangebieden bestaat altijd de mogelijkheid dat er tijdens graafwerkzaamheden toch losse sporen en vondsten worden aangetroffen. Het betreft dan vaak kleine sporen of resten die niet door middel van een booronderzoek kunnen worden opgespoord. Op grond van artikel 5.10 van de Erfgoedwet dient zo spoedig mogelijk melding te worden gemaakt van de vondst bij de Minister (de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed: telefoon 033-4217456). Een vondstmelding bij de gemeentelijk of provinciaal archeoloog kan ook.
提供机构:
DANS Data Station Archaeology
创建时间:
2025-10-23



