Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek Archeologie Plangebied Boerijendijk 5, te Groenlo Gemeente Oost Gelre
收藏Mendeley Data2024-01-31 更新2024-06-27 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/dans-zzj-fu28
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
Hamaland Advies heeft in opdracht van M. en H. Everink-Bennink, ten behoeve van vervangende nieuwbouw van woning C en berging C (Zie bijlage 1) aan de Boerijendijk 5 te Groenlo een archeologisch bureauonderzoek conform de BRL 4002 en een inventariserend veldonderzoek, verkennende fase conform de BRL 4003 uitgevoerd. Het onderzoeksgebied heeft een omvang van ca. 6.865 m² (zie Afbeelding 1). De ontwikkeling is ten dele gelegen op de voormalige Grolse Linie (Circumvallatielinie Beleg van Grol, 1627) en is daarmee onderdeel van het Rijksmonument de Grolse Linie 1927 (Rijksmonument nr. 532275). In het kader van de aanvraag van de omgevingsvergunning dient onderzoek te worden uitgevoerd naar de archeologische waarden op het te ontwikkelen terreindeel. Op basis van de archeologische beleidskaart1 van gemeente Oost Gelre, blijkt dat met de geplande bodemingreep mogelijk archeologische waarden kunnen worden verstoord. Op de verwachtingskaart ligt het plangebied in een zone met een lage (categorie 9) en een middelmatige verwachtingswaarde (categorie 8) en tevens in een Archeologisch Waardevolle Gebied van de Circumvallatielinie (categorie 5). De grootste vrijstellingsgrens bij een lage verwachting is 2.500 m² en dieper dan 30 cm-mv. De kleinste vrijstellingsgrens is 0 m² en ondieper dan 0,30 cm-mv bij categorie 5. De overige categorieën zitten daar met de vrijstellingsgrenzen tussenin.BureauonderzoekOp grond van de bekende geologische, landschappelijke, aardkundige, archeologische en historische gegevens in en rond het plangebied kan de archeologische verwachting worden bepaald. Het plangebied ligt op een plateau-achtige terrasrest met in oorsprong veldpodzolgronden in dekzand en een grondwaterstand van meer dan 40 cm-mv in de winter en meer dan 120 cm-mv in de zomer.Het plangebied is op alle historische kaarten vanaf 1700 als heide in gebruik geweest tot de ontginning in 1929. Na 1929 is het huidige erf ontstaan dat tot in de huidige tijd organisch gegroeid is tot een grotendeels bebouwd en verhard terrein. Een groot deel van het noordoosten van het onderzoeksgebied (de bufferzone van de Grolse Linie 1627) bestaat uit kuilvoerplaten en een waterbassin in het zuidoostelijk deel.De waarnemingen in Archis3 tonen de ligging van het plangebied nabij de Grolse Linie aan. Het geofysisch onderzoek en booronderzoek dat in 2013-2014 direct aangrenzend aan de noordzijde van het plangebied door RAAP is uitgevoerd, heeft aangetoond dat de liniegreppels en de aanwezige redan buiten het huidige plangebied liggen. Op basis van deze gegevens is de beleidskaart van gemeente Oost Gelre aangepast. Het huidige plangebied ligt alleen nog in de bufferzone van de linie.VeldonderzoekOm de resultaten van het bureauonderzoek te kunnen toetsen zijn in het plangebied in totaal 19 verkennende boringen geplaatst met een edelmanboor met een boordiameter van 7 centimeter. Boring 1 t/m 14 zijn gezet in twee raaien van elk 7 boringen die haaks staan op de verwachtte locatie van de liniegreppels van de Grolse Linie uit 1627. Boring 15 t/m 19 zijn verspreid over het overige deel van het plangebied gezet.Op de locaties waar de Grolse Linie uit 1627 mogelijk verwacht kon worden zijn geen restanten van de liniegreppels of de redoute aangetroffen. Onder een aantal subrecente ophogingslagen is sprake van een dunne oorspronkelijke bouwvoor op een dunne laag (10 tot 30 cm) dekzand (Formatie van Boxtel, laagpakket van Wierden). Onder de dekzandlaag is keizand en keileem met kiezels aanwezig (Formatie van Drenthe, laagpakket van Gieten) van een grondmorene, die vrijwel ondoordringbaar was voor handgereedschap uit de 17e eeuw. De geologische gesteldheid van de ondergrond binnen het plangebied was dus niet erg geschikt voor de aanleg van verdedigingswerken van de Grolse Linie 1627.In het overige deel van het plangebied is in boring 15, 16 en 19 onder een dikke subrecente ophoging sprake van een zwak ontwikkelde B-horizont in dekzand. In boring 17 en 18 gaat de subrecente ophoging direct over in dekzand. In geen van deze boringen is nog een oorspronkelijke eerdlaag aangetroffen.
创建时间:
2024-01-31



