five

Plangebied Fonteynenburghlaan 5 te Voorburg, gemeente Leidschendam-Voorburg; archeologisch vooronderzoek: Plangebied Fonteynenburghlaan 5 te Voorburg, gemeente Leidschendam-Voorburg; archeologisch vooronderzoek: een inventariserend veldonderzoek

收藏
DANS Data Station Archaeology2019-12-31 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-XFR-MD6D
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
<p>In opdracht van het Reinier de Graaf Ziekenhuis heeft RAAP in november en december 2019 een archeologisch vooronderzoek in de vorm van een inventariserend veldonderzoek uitgevoerd voor het plangebied Fonteynenburghlaan 5 te Voorburg in de gemeente Leidschendam-Voorburg (figuur 3). Het onderzoek vond plaats in het kader van een omgevingsvergunning.<br>Op basis van de resultaten van het onderzoek blijkt dat in het plangebied archeologische resten bedreigd worden door de voorgenomen bodemingrepen. Daarom wordt geadviseerd om de plannen zodanig aan te passen dat verstoring wordt voorkomen.<br>Dat kan mogelijk door de kabel en leidingsleuven vanaf de huidige funderingsput door boorlocatie 6 heen het plangebied uit te laten lopen (figuur 12). Aangezien er zich op die zuidoostgrens van het plangebied ook een ophogingslaag bevindt, kan deze benut worden voor het verdere verloop van de kabel en leidingsleuf.<br>Een andere optie is het benutten van de ophogingslaag die zich in het plangebied bevindt. Aangezien zowel in boring 13 als 18 het Romeinse niveau niet meer intact is en er in boring 11, 12 en 19 een ophogingslaag van minimaal 120 cm aanwezig is, zou er hier een kabelsleuf met een diepte van 80 cm –Mv gegraven kunnen worden. Met inbegrip van een veiligheidsmarge van 40 cm boven de Romeinse cultuurlaag zouden de bodemingrepen op deze locatie dan kunnen reiken tot maximaal 0,9 m +NAP bij boring 12 en tot maximaal 0,65 m +NAP bij boring 11. Het is echter niet uit te sluiten dat de Romeinse cultuurlaag toch nog intact is tussen boring 13 en 18, aangezien deze bijvoorbeeld ook nog intact is bij boring 14 en 17 (die eveneens direct naast de funderingsput gelegen zijn).<br>Indien de aanleg en aansluitingen van de HWA en VWA ter hoogte van boorlocaties 14, 16, 17, 1, 2 of 3 plaatsvindt, zullen deze werkzaamheden begeleid moeten worden wanneer de veiligheidsmarge van 40 cm boven het Romeinse niveau niet kan worden gegarandeerd. Een dergelijke garantie kan eventueel ook worden bereikt, door bijvoorbeeld het gebruik van een extra ophogingslaag. Deze archeologische begeleiding dient te worden uitgevoerd volgens het protocol Gravend onderzoek.<br>Om verstoring van de vindplaats(en) te voorkomen worden de volgende maatregelen geadviseerd: een maximale verstoringsdiepte van de bovengrond tot 40 cm boven de NAP-hoogtes van de Romeinse cultuurlaag (zie tabel 2). Indien planaanpassing niet mogelijk is, wordt aanbevolen in het kader van de bestaande planvorming de onderstaande vervolgstap te nemen.<br>Om de gespecificeerde verwachting te toetsen wordt vervolgonderzoek geadviseerd in de vorm van een karterende fase van een inventariserend veldonderzoek. Gezien de prospectiekenmerken en aard van de geplande bodemingrepen is een booronderzoek de geëigende methode voor vervolgonderzoek.<br>Door deze boringen bijvoorbeeld in een raai te plaatsen tussen boring 13 en 18, en tuss en bijvoorbeeld boorlocatie 13 en 11 (of 10), kan het verloop in de dikte van de ophogingslaag en aanwezigheid van de cultuurlaag daar goed in kaart worden gebracht.<br>Indien bij de uitvoering van de werkzaamheden onverwacht archeologische resten worden aangetroffen, dan is conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet aanmelding van de desbetreffende vondsten bij de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap c.q. de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed verplicht (vondstmelding via ARCHIS).</p>
创建时间:
2020-01-01
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务