Archeologisch onderzoek te Wijchen-Bijsterhuizen, vindplaats 11. Resten uit het Mesolithicum tot en met de Bronstijd en nederzettingen uit de IJzertijd en de Romeinse tijd
收藏DANS Data Station Archaeology2017-03-30 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-XGH-9B8T
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>Besloten is om af te zien van een uitputtende vergelijking per periode, omdat net als op andere vindplaatsen in Wijchen sporen en vondsten uit meerdere periodes door elkaar worden gevonden. Bijsterhuizen vindplaats 11 neemt daarbij een bijzondere plaats in, omdat hier de bewoning heeft plaatsgevonden vanaf het Laat-Neolithicum tot en met de midden-Romeinse tijd, met mogelijk enkele hiaten <br>De artefacten die zijn aangetroffen in vindplaats 11 wijzen op bewoningsactiveiten gedurende het Mesolithicum. Het gaat echter voornamelijk om vuurstenen artefacten die door opspit in jongere sporen terecht zijn gekomen.<br>Wijchen is strategisch gelegen in het Land van Maas en Waal in het oostelijk deel van het Centraal Rivierengebied. Het gebied wordt gekenmerkt door tal van dekzandruggen en lage landduinen. Aan de zuidrand daarvan ligt de Maas en het Wijchense Maasje (thans het Wijchense meer). Het Wijchense Maasje stond gedurende de late prehistorie (2000-15 voor Chr.) in verbinding met het rivierengebied en zal een van de toevoerwegen zijn geweest van boerenfamilies die het rivierenlandschap vanaf het Neolithicum in gebruik namen. Dezelfde rivier zal gebruikt zijn geweest voor uitwisseling van goederen van en naar het rivierengebied.<br>Het aantal vondsten en sporen op vindplaats 11 te Bijsterhuizen die gedateerd kunnen worden in het Neolithicum is beperkt. Het gaat om aardewerk en vuursteen en slechts één spoor (kuil S8.76). De datering van een waterkuil die was aangetroffen tijdens het vooronderzoek in het Midden-Neolithicum is op basis van één enkele scherf (V25.1023) gebeurd. Vermoedelijk gaat het hier echter om opspit.<br>Het onderzoek heeft aanwijzingen opgeleverd voor bewoning in de tweede helft van de Vroege Bronstijd en de overgang naar de Midden Bronstijd-A. Het aangetroffen wikkeldraadaardewerk dateert voornamelijk uit de latere fase van de Vroege Bronstijd (WKD 3) en de 14C-datering (Poz-50262) voor waterput 107 geeft een ouderdom van 1880-1838 voor Chr. Bij gebrek aan duidelijke aanwijzingen voor permanente bewoning in het Laat-Neolithicum en de vroege fase van de Vroege Bronstijd lijkt bewoningscontinuïteit niet bewezen, maar een bewoningshiaat kan ook niet eenduidig worden vastgesteld.Gedurende de Midden Bronstijd lijkt - op basis van de hoeveelheid aardewerk - de bewoningsintensiteit in Bijsterhuizen vindplaats 11 te zijn toegenomen. De bewoning lijkt zich vooral in het centrale en het westelijke deel van de vindplaats bevonden te hebben. Ter plaatse is ook sprake van de grootste sporendichtheden. In de Late Bronstijd verschuift het bewoonde deel van het duin van vindplaats 11 sinds de Midden- Bronstijd nauwelijks. Ondanks de relatief grote hoeveelheid aardewerk, is slechts één huisplattegrond uit de Late Bronstijd (of Vroege IJzertijd) herkend (huis 31).<br>Op vindplaats 11 bevinden de meeste bewoningssporen uit de Vroege IJzertijd zich wederom in het westelijke deel van de vindplaats. In de depressie zijn enkele waterkuilen uit deze periode aanwezig. De plattegronden uit deze periode zijn uniformer en beter te herkennen dan die uit de Late Bronstijd. De bewoning op vindplaats 11 lijkt vanaf de Vroege IJzertijd continu door te lopen tot aan de 4de eeuw voor Chr. Vervolgens lijkt er op basis van het aardewerk een bewoningshiaat te zijn tussen het begin van de 4de eeuw voor Chr. en de tweede helft van de 2de eeuw voor Chr.404 De bewoning in deze periode lijkt zich voornamelijk te concentreren in het centrale deel van de vindplaats, waar de huizen 2, 12 en 14 liggen. De bewoning in de Late IJzertijd concentreert zich in vindplaats 11 in de oostelijke hoek van het duin.<br>In Bijsterhuizen vindplaats 11 zijn drie huisplattegronden uit de 1ste eeuw na Chr. aangetroffen. De aanvang van de nederzetting kan - indien er sprake is van een bewoningshiaat - op basis van het vondstmateriaal gedateerd worden in het eerste kwart van de 1ste eeuw na Chr. Eén of meerdere huisplattegronden uit deze periode zijn echter niet aanwezig (mogelijk buiten het plangebied) of zijn niet herkenbaar of dateerbaar. De oudste van de drie wel aangetroffen plattegronden, huis 36, kan gedateerd worden tussen ca. 40 en 70 na Chr. Opvallend is dat deze bijzonder grote plattegrond nagenoeg identiek is aan huis 98 uit Oss-Westerveld. In Wijchen is relatief weinig bekend over de midden-Romeinse nederzettingen. Op de Tienakker en rond de Pas zijn bewoningskernen uit deze periode aanwezig. Ook vindplaats 11 kan als een bewoningskern beschouwd worden. Hetzelfde geldt mogelijk ook voor Palkerdijk.</p>
提供机构:
VUhbs archeologie
创建时间:
2017-03-01



