five

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Johan Willen Frisostraat 116 ong. te Sneek, gemeente Súdwest-Fryslân (FR) Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Johan Willen Frisostraat 116 ong. te Sneek, gemeente Súdwest-Fryslân (FR)

收藏
DANS Data Station Archaeology2025-06-18 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/VSIQOU
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
<p>Laagland Archeologie heeft in augustus 2023 een Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase uitgevoerd aan de Johan Willen Frisostraat 116 ong. te Sneek. Het onderzoek vond plaats in verband met de ruimtelijke procedure rondom de sloop van een deel van de huidige bebouwing, gevolgd door de aanleg van veertien woonwagenstandplaatsen.<br>Het onderzoek is uitgevoerd conform de protocollen SIKB KNA 4002 en 4003.<br>Het bureauonderzoek had tot doel een archeologisch verwachtingsmodel op te stellen. Centraal staat daarbij de vraag of en zo ja welke archeologische resten (complextype, datering, diepteligging en gaafheid) in het plangebied kunnen worden verwacht. Hiertoe zijn landschappelijke, archeologische en historische bronnen geraadpleegd.<br>Het plangebied ligt in het Fries-Gronings kleigebied. Uit geraadpleegde paleogeografische kaarten blijkt dat tussen 5500 v. Chr. en 3850 v. Chr. het plangebied bedekt raakt met veen. Verder is te zien dat tussen 100 en 800 na Chr. klei wordt afgezet op het veen en het plangebied verwordt tot kweldergebied. Omdat het plangebied zich in de omgeving Sneek-Tinga, Pasveer en De Hemmen bevindt betreft het hier waarschijnlijk een zogenaamd Tinga klei pakket. Deze Tinga klei betreft een dun, veelal kleiig veenlaagje. De vorming van de Tinga laag wordt in verband gebracht met overstromingen als gevolg van veenontginningen in de Romeinse Tijd en Vroege Middeleeuwen. Tussen 700 en 1000 n. Chr. ontstond een nieuw groot getijsysteem, het zogenaamde Middelzee-systeem. Door de herhaaldelijke overstromingen die het gevolg waren van bodemdaling werd een kleilaag afgezet die de Middelzee afzettingen worden genoemd. Dit blijft zo tot tussen 800 en 1500 na Chr. het gebied en haar omgeving worden ingedijkt.<br>Op de geomorfologische kaart en bodemkundige kaart is de directe omgeving van het plangebied niet gekarteerd. Wel ligt ten zuiden van het plangebied op de geomorfologische kaart een zone met een vlakte van getij-afzettingen en op de bodemkaart een zone met kalkarme drechtvaaggronden; zware klei; profielverloop 1. Deze getij-afzettingen en drechtvaaggronden kunnen redelijkerwijs ook in het plangebied worden verwacht. Op het AHN is te zien dat het plangebied tussen lager gelegen in het landschap ligt ten oosten en zuiden van het gebied en hoger liggende gebieden ten noorden. Verder is te zien dat de bebouwing in en rondom het plangebied net iets hoger ligt dan de omliggende delen. Er zijn geen aanwijzingen te zien dat in of direct rondom het plangebied terpen aanwezig zijn. Daarbij moet worden opgemerkt dat de huidige bebouwing en infrastructuur veel van de oorspronkelijke morfologie heeft aangetast.<br>In de omgeving van het plangebied zijn archeologische resten uit de Middeleeuwen ? Nieuwe Tijd bekend.<br>Op de kaart van Schotanus uit 1718 is het plangebied onbebouwd. Wel zijn er enkele woningen/terpen in de omgeving van het plangebied te zien. In historische tijden (vanaf circa 1832) werd het terrein omschreven als weideland.<br>Het plangebied bleef onbebouwd tot 1962. Toen verscheen bebouwing in en rondom het plangebied. De huidige bebouwing is waarschijnlijk gebouwd in 1973.<br>Op basis van het bureauonderzoek geldt een middelhoge verwachting voor de periode Paleolithicum ? Vroeg Neolithicum en een hoge verwachting voor de periode Middeleeuwen ? Nieuwe Tijd. Hierbij ligt met name de nadruk op de Middeleeuwen ? Nieuwe Tijd omdat de top van het dekzand zeer diep onder het oppervlak ligt.<br>Het uitgevoerde verkennende booronderzoek heeft tot doel het verwachtingsmodel te toetsen en zo nodig aan te vullen. Hiertoe zijn verspreid over het toegankelijke deel van het plangebied verkennende boringen gezet. In dit stadium is verkennend booronderzoek de meest efficiënte onderzoekswijze om de archeologische potentie van het plangebied in kaart te brengen.<br>Dit advies is in handen van de bevoegde overheid, de gemeente Súdwest-Fryslân. De gemeente wordt hierin vertegenwoordigd door haar deskundige, Mevr. Y. Boonstra.<br>Mochten tijdens de werkzaamheden op enig moment archeologische resten worden aangetroffen, of resten waarvan redelijkerwijze kan worden vermoed dat het om archeologische resten gaat, dan geldt op grond van de Erfgoedwet (art. 5.10) een meldingsplicht. Dit kan bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE, www.cultureelerfgoed).</p>
提供机构:
Laagland Archeologie VOF
创建时间:
2025-01-01
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务