five

Archeologisch bureauonderzoek kabeltracé Veendam-Meeden, gemeenten Veendam en Midden-Groningen (GR)

收藏
DataCite Commons2025-01-13 更新2025-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/H7X1AX
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
Uit het bureauonderzoek blijkt dat het overgrote deel van het onderzoekstracé op de geomorfologische kaart in de veenkoloniën ligt, op veenkoloniale ontginningsvlakten. Dit gebied is grootschalig geëxploiteerd vanuit de veenkoloniën, waarbij het veen vrijwel geheel werd afgegraven. Het overige deel van het onderzoekstracé ligt in dalvormige laagten, dit zijn langgerekte, relatief ondiepe terreindepressies die niet zijn gevormd door beek- of riviersystemen maar door sneeuwsmeltwater tijdens het Weichselien. Het noordelijkste deel van het onderzoekstracé ligt op ontgonnen veenvlakten. Kenmerkend voor dit landschap is de opstrekkende copeverkaveling met een dichtpatroon van parallelle sloten met hoge waterstanden. Wanneer gekeken wordt naar de Bodemkaart van Nederland valt op dat het onderzoekstracé op veel verschillende bodemtypen ligt, zoals veldpodzolgronden en veenkoloniale gronden. Op de AHN zijn de veenontginningen duidelijk terug te zien in de vorm van hoogteverschillen in het landschap. Wanneer gekeken wordt naar de bekende meldingen in Archis3 binnen een straal van 250 m van het onderzoeksgebied valt op dat er geen vondstmeldingen en AMK-terreinen bekend zijn. Wanneer gekeken wordt naar de bekende onderzoeksmeldingen blijkt dat er voornamelijk bureau- en booronderzoek heeft plaatsgevonden en dan vaak specifiek gericht op tracés. Hierbij is vrijwel altijd vanuit het bureauonderzoek een booronderzoek geadviseerd vanwege de mogelijke aanwezigheid van steentijdvindplaatsen. Tijdens de verscheidene booronderzoeken bleek de bodem grotendeels verstoord waarna geadviseerd is om geen archeologisch vervolgonderzoek uit te voeren, hierop zijn enkele uitzonderingen. Veenontginningen voor de winning van turf vonden vanaf de 17e eeuw plaats in het onderzoeksgebied. De veenontginningen zorgden voor een veenkoloniaal landschap waarin lintbebouwing en rechte wegen en kanalen de hoofdkenmerken zijn. Veendam en Meeden zijn gesticht wegens de veenontginningen. Vanuit de hoofdweg van Veendam lopen er lange smalle kavels in oostelijke en westelijke richting. Vanuit de Hereweg door Meeden lopen er lange smalle kavels in noordelijke en zuidelijk richting. Dit verkavelingspatroon is duidelijk zichtbaar op de Kadastrale Minuut van 1811-1832 en historisch kaartmateriaal. De ruilverkaveling in het gebied vond pas plaats aan het einde van de 20e eeuw. Tijdens het Paleolithicum, Mesolithicum en het Neolithicum is het landschap waar het onderzoeksgebied ligt geschikt voor bewoning. De dekzanden liggen aan de oppervlakte tot circa 2750 v. Chr., wanneer vervening optreedt. Vanaf dat moment zorgen de natte omstandigheden ervoor dat het gebied niet meer geschikt is voor bewoning tot aan de veenontginning in de 17e eeuw. Het onderzoeksgebied is nooit onderhevig geweest aan de invloeden van de zee, hierdoor kan het dekzand niet door de zee zijn geërodeerd. De archeologische verwachting voor de bronstijd tot en met de middeleeuwen is laag, het gebied was op dit moment onbewoonbaar wegens het veen. De archeologische verwachting voor de nieuwe tijd is hoog, Veendam is in de 16e eeuw gesticht en veenontginningen voor de winning van turf vonden vanaf de 17e eeuw plaats.
提供机构:
DANS Data Station Archaeology
创建时间:
2024-12-20
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务