Archeologisch bureauonderzoek Noorderhagen 38 te Enschede, gemeente Enschede (OV)
收藏DataCite Commons2026-05-08 更新2026-05-10 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/UY2AKC
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>Laagland Archeologie heeft in januari 2025 een Archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd aan de Noorderhagen 38 te Enschede. Het onderzoek vond plaats in verband met de ruimtelijke procedure rondom de uitbouw van een pand.
Het onderzoek is uitgevoerd conform protocol SIKB KNA 4002. Het bureauonderzoek had tot doel een archeologisch verwachtingsmodel op te stellen. Centraal staat daarbij de vraag of en zo ja welke archeologische resten (complextype, datering, diepteligging en gaafheid) in het plangebied kunnen worden verwacht. Hiertoe zijn landschappelijke, archeologische en historische bronnen geraadpleegd.</p><p>
Het plangebied ligt in het Overijssels-Gelders zandgebied. Op de geomorfologische kaart en bodemkundig is het plangebied en haar omgeving niet gekarteerd. Voorsorterend op de historische gegevens kan worden gesteld dat de buitengracht deels in het plangebied ligt. Daarom kunnen dikke opvullingslagen en een stadsdek verwacht worden. Op het AHN is te zien dat het plangebied op een overgang ligt van een lager gelezen landschap in het westen naar een hoger gelegen landschap in het oosten.</p><p>
Het plangebied ligt in een AMK-terrein met een hoge archeologische waarde (historisch centrum). Verder zijn in de omgeving van het plangebied met name archeologische resten uit de Vroege Middeleeuwen – Nieuwe Tijd bekend. In meerdere onderzoeken zijn de stadsgrachten aangetroffen. Op basis hiervan kan worden aangenomen dat de gracht waarschijnlijk tussen 1700 en 1750 is gedempt. </p><p>
In historische tijden (vanaf circa 1832) werd het terrein omschreven als (moes)tuin. Ook bevond zich in de noordwestelijke hoek van het plangebied een ververij, spinnerij en drogerij die in het bezit was van een ‘fabrikeur’. Na de grote stadsbrand in 1862 was de oude stad bijna geheel verwoest. Of hierbij de bebouwing binnen het plangebied ook is getroffen kan niet met zekerheid worden gesteld. Overigens is volgens kadastrale gegevens de huidige bebouwing (nr. 38) gebouwd in 1889.</p><p>
Op de topografische kaart van 1900 is de bebouwing rondom het plangebied toegenomen. Rond 1929 is een doorgang tussen de Noorderhagen en Stadsgravenstraat aangelegd ten westen van het plangebied (Bolwerkstraat). Vanaf 1937 wordt de bebouwing in en rondom het plangebied niet meer gedetailleerd weergegeven op de topografische kaarten. Gebaseerd op historische foto’s kan overigens worden vastgesteld dat tegen de oostzijde van nummer 38 nog twee andere woningen hebben gestaan. Nummer 40 is aan het eind van de jaren 70 gesloopt. Nummer 42 is later gesloopt en vervolgens is een nieuw pand met hetzelfde huisnummer gebouwd in 2009.</p><p>
Op basis van de resultaten van het bureauonderzoek geldt een lage verwachting voor de periode Paleolithicum tot en met Vroeg-Neolithicum. Voor de periode Midden-Neolithicum tot en met Vroege Middeleeuwen kan een middelhoge verwachting worden aangehouden, afhankelijk van de daadwerkelijke ligging van de voormalige stadsgracht. Een hoge verwachting geldt voor de periode Late Middeleeuwen tot en met Nieuwe Tijd. Specifiek word de noordzijde van de buitengracht verwacht. De geplande bodemingrepen zullen deze resten zeer waarschijnlijk aantasten. Overigens kan op basis van historische kaarten niet met zekerheid de ligging of de diepte van de buitengracht worden vastgesteld. We adviseren daarom vervolgonderzoek aan in de vorm van een verkennend booronderzoek. Hierbij worden circa twaalf (elke meter één) grondboringen gezet in een raai die haaks staat op de te verwachten buitengracht.</p><p>
De implementatie van dit advies is grotendeels overgenomen door de bevoegde overheid, de gemeente Enschede. De gemeente wordt hierin vertegenwoordigd door haar deskundige, mevr. E. Kaptijn.
Beoordeling bevoegd gezag:</p><p>
Ik sluit me volledig aan bij het advies een booronderzoek te laten uitvoeren en de boringen als raai te zetten. Vergelijkbaar onderzoek elders heeft getoond dat met een boring per 1,5 m ook een goed beeld van het verloop van een gracht is te krijgen. Een raai met 8-9 boringen over de lengte van 12 m is voldoende om een goed inzicht te krijgen.</p><p>
Mochten tijdens de werkzaamheden onverhoopt toch archeologische resten worden aangetroffen, of resten waarvan redelijkerwijze kan worden vermoed dat het om archeologische resten gaat, dan geldt op grond van de Erfgoedwet (art. 5.10) een meldingsplicht. Dit kan bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE, www.cultureelerfgoed).</p>
提供机构:
DANS Data Station Archaeology
创建时间:
2026-04-20



