five

Arnhem. Plangebied Sterrenberg. Archeologisch bureauonderzoek.

收藏
DANS Data Station Archaeology2020-10-20 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-XX8-BR5T
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
<p>In opdracht van de gemeente Arnhem heeft het onderzoeks- en adviesbureau BAAC een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd voor het plangebied Sterrenberg te Arnhem. Uit het bureauonderzoek blijkt dat het plangebied deel uitmaakt van de zuidelijke flank van een stuwwal waarin zich droge dalen hebben ingesneden. Vanuit het centrale deel van het plangebied hebben zich twee droge dalen ingesneden, waarvan er één in zuidwestelijke richting helt en één in oostelijke richting. Als gevolg hiervan bevindt zich in het zuidoostelijke deel van het plangebied een geïsoleerde hoogte. Naar verwachting zal op de hogere delen van het landschap, zeker na de ontbossing in de late middeleeuwen en het begin van de nieuwe tijd, erosie hebben plaatsgevonden, waarna het hellingmateriaal in de lagere delen zal zijn afgezet. De natuurlijke bodem is een holtpodzol. Deze bodem wordt gekenmerkt door een dunne natuurlijke A- horizont, waardoor erosie op de hogere delen al snel tot aantasting van het archeologisch niveau zal hebben geleid, terwijl het niveau in de lagere delen zijn afgedekt en daardoor zijn beschermd tegen bodemverstoringen. Het plangebied maakte lange tijd deel uit van een kaal heidegebied ten westen van de bouwlanden van Arnhem, dat voor zover bekend, onbebouwd was. In en rond het plangebied zijn wel aanwijzingen voor bewoning en andersoortig gebruik van het gebied. Zo zijn is in het plangebied mogelijk een grafheuvel uit het laat-neolithicum aanwezig en is op de grens van het plangebied een bijl uit de vroege bronstijd gevonden. Ten zuidwesten van het plangebied zijn verspoelde vondsten uit de late ijzertijd tot en met de nieuwe tijd aangetroffen, die van de hogere delen, en derhalve uit het plangebied, afkomstig kunnen zijn. Ook elders in de omgeving van het plangebied zijn archeologische resten uit het laat neolithicum tot en met name de vroege middeleeuwen gevonden. In de (vermoedelijk) 18e eeuw is het plangebied en het omringende gebied in gebruik genomen als landgoed. Centraal in het plangebied is daarbij een huis/boerderij gebouwd met daarom heen een siertuin, boomgaard, moestuin en akker. De omringende gronden waren bebost (o.a. een sterrenbos). In het begin van de 19e eeuw is een nieuw landhuis, Sterrenberg, gebouwd en zijn verspreid over het gebied nieuwe bijgebouwen (stallen en een tuinkoepel) en boerderijen gerealiseerd. Ook in de daarop volgende periode zijn panden gebouwd en andere gesloopt. In het midden van de jaren dertig van de 20e eeuw tot circa 1960 is in het plangebied een uitbreidingswijk gerealiseerd. Het landhuis bleef bewaard. Voor de aanleg van de wijk zal veel grondverzet hebben plaatsgevonden om terrassen te creëren voor de woningen. Dit betekent dat vermoedelijk aan de hellingopwaartse kant de bodem zal zijn afgegraven om de hellingafwaartse kant op te hogen. Ter hoogte van de wegen zullen kabels en leidingen zijn ingraven, die in de loop van de tijd zullen zijn vervangen en uitgebreid.</p><p>Op basis van deze gegevens wordt aan de hogere delen van het plangebied een lage verwachting toegekend voor onverstoorde archeologische resten (vuursteenvindplaatsen, nederzettingen, graven, ontginningssporen e.d.) uit het laat-paleolithicum tot en met de volle middeleeuwen. Hier kunnen wel losse vondsten voorkomen. Een uitzondering vormt de locatie van de mogelijke grafheuvel, waarvoor een middelhoge verwachting geldt voor het laat neolithicum-vroege bronstijd (mogelijk later). Voor de lage delen geldt, vanwege de vermoedelijke aanwezigheid van een colluviumdek, een middelhoge verwachting voor het laat-paleolithicum tot en met de volle middeleeuwen. Voor de late middeleeuwen en de nieuwe tijd A geldt voor het gehele plangebied een lage verwachting. Voor het gehele plangebied geldt een hoge verwachting voor tuin- en parkaanleg uit de nieuwe tijd B en C. Voor de bebouwde delen en erven van het landgoed geldt voor deze periode een hoge verwachting voor nederzettingsresten. Op basis van deze resultaten wordt aanbevolen om bij graafwerkzaamheden dieper dan 40 cm –mv buiten de bestaande rioleringsleuf een archeologisch vervolgonderzoek uit te voeren in de vorm van een archeologische begeleiding van de werkzaamheden (proefsleuvenonderzoek met doorstart naar opgraving, variant archeologische begeleiding). In de gebieden met een lage verwachting wordt geen vervolgonderzoek geadviseerd.</p>
提供机构:
BAAC
创建时间:
2020-08-31
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务