Plangebied Plantsoen De Korte Vliet te Leiden, gemeente Leiden; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
收藏DANS Data Station Archaeology2018-10-29 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-23H-8WEG
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>In opdracht van de gemeente Leiden heeft RAAP in september 2018 een archeologisch vooronderzoek in de vorm van een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek) uitgevoerd voor het plangebied Plantsoen De Korte Vliet te Leiden in de gemeente Leiden. <br>Op basis van de tijdens het bureauonderzoek verzamelde gegevens is een gespecificeerde archeologische verwachting opgesteld. Deze geeft inzicht in de aard en de ouderdom (inclusief omvang en uiterlijke kenmerken), (diepte)ligging, en gaafheid van eventueel aanwezige archeologische resten. <br>Het plangebied ligt binnen het Oude Rijnestuarium waar gedurende meer dan 5000 jaar sprake is geweest van erosie en sedimentatie vanuit de Oude Rijn en de Noordzee. Pas in de loop van het Neolithicum of de Bronstijd was het afzettingsmilieu geschikt voor (sub)continue bewoning. De bewoonbare delen in dit landschap bestaan uit de oevers van smalle getijdengeulen. </p><p>Voor het plangebied geldt een middelhoge archeologische verwachting voor vindplaatsen uit de periode Bronstijd tot en met de Middeleeuwen. Het betreft in de regel kleinere vindplaatsen met een omvang van minder dan 50 tot 1.000 m². Vanaf de Bronstijd kreeg het estuarium vermoedelijk een steeds meer fluviatiel (zoet) karakter. De geulen lijken zich te stabiliseren, waarlangs mogelijk vindplaatsen aanwezig zijn uit de Late IJzertijd-Romeinse tijd. <br>Tijdens het bureauonderzoek zijn geen directe aanwijzingen aangetroffen voor de aanwezigheid van bewoning uit de Late Middeleeuwen en/of Nieuwe tijd. Een uitzondering hierop is de op de historische kaart zichtbare bebouwing van de Maria Corneliahoeve in het centrale deel van het plangebied. Deze hoeve stond hier in de 19e en 20e eeuw. </p><p>In het plangebied wordt een dynamisch en gestapeld landschap met mogelijke bewoning vanaf het Neolithicum of de Bronstijd verwacht. Eventuele verstoring van de bodem is waarschijnlijk veroorzaakt tijdens de aanleg van de huidige bebouwing. Indien de ondergrond onverstoord blijkt, kunnen archeologische resten vanaf het maaiveld, onder de mogelijk aanwezige ophoging en/of onder de bouwvoor aanwezig zijn. <br>Op grond van de boorgegevens is gebleken dat het plangebied in het estuarium van het mondingsgebied van de Oude Rijn ligt. In een aantal boringen is onderin sterk gelaagd sediment of humeuze slappe klei aangetroffen, die zijn geïnterpreteerd als estuariene afzettingen. Deze afzettingen zijn in diepere boringen die in de directe omgeving van het plangebied zijn gezet ook aangetroffen (Coppens, 2014). Tijdens dat onderzoek werd geconstateerd dat de mate van gelaagdheid toeneemt naar beneden toe. </p><p>Vervolgens werd het afzettingsmilieu binnen het plangebied rustiger en is er veen gegroeid en komklei afgezet. Daarna is het veen- en komgebied aangetast door de zee. In de boringen zijn vermoedelijk drie kreken geconstateerd, die het plangebied hebben doorsneden. Tussen de kreken zal in deze periode waarschijnlijk klei zijn afgezet, maar deze was in de boringen niet te onderscheiden. Verspreid over het plangebied is het oude maaiveld van voor de ophoging nog intact aanwezig. </p><p>In twee boringen zijn archeologische indicatoren aangetroffen. In boring 3 is op circa 2 m beneden maaiveld een enigszins afgerond fragment roodbakkend aardewerk aangetroffen en in boring 7 een sterk afgerond fragment verbrande leem en een stukje baksteen. Gezien het feit dat het fragment verbrande leem flink afgerond is en de fragmenten in boring 7 zijn aangetroffen in een zandige kleilaag met dunne detritus- en kleilaagjes betreft het hier verspoeld materiaal en wordt het niet gezien als aanwijzing voor een archeologische vindplaats. Ook van het afgeronde fragment aardewerk dat in boring 3 in de oude bouwvoor is aangetroffen is het onduidelijk of het zich in situ bevindt of dat het van elders is aangevoerd. </p><p>Tijdens het onderzoek zijn geen archeologische vindplaatsen vastgesteld. Wel zijn er vermoedelijk drie kreken aangetroffen waarlangs bewoning kan hebben plaatsgevonden. De natuurlijke afzettingen liggen onder een ophoogpakket van ten minste 135 cm dik. De ingrepen zullen niet dieper reiken dan 1 m. Bovendien zijn de diepste geplande ingrepen zeer lokaal van aard (planten van bomen). Dit betekent dat het toekomstige (en huidige) gebruik van het plangebied als park gezien kan worden als een bescherming van het in de ondergrond aanwezige bodemarchief. In het kader van de voorgenomen herinrichting van het plangebied wordt nader archeologisch onderzoek dan ook niet noodzakelijk geacht. Echter, indien er in de toekomst diepere bodemingrepen gaan plaatsvinden, zal nader archeologisch onderzoek in de delen van het plangebied waar kreken worden vermoed, noodzakelijk zijn. Daarom wordt geadviseerd om de dubbelbestemming archeologie binnen het plangebied te behouden.</p>
提供机构:
RAAP
创建时间:
2018-10-30



