five

Archeologische opgraving Terborgseweg Doetinchem, gemeente Doetinchem (GLD)

收藏
Mendeley Data2024-04-04 更新2024-06-27 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/dans-znw-vsbw
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
De aanleiding tot het hier beschreven archeologisch onderzoek wordt gevormd door de voorgenomen nieuwbouw van Iriszorg op het plangebied. Gezien de bodemverstorende ingrepen die hiermee gepaard gaan en de hoge archeologische waarde van het plangebied heeft gemeente Doetinchem besloten een deel van het plangebied te laten onderzoeken door middel van een archeologische opgraving. In het plangebied is in een eerder stadium zowel een archeologisch bureau- en booronderzoek als een proefsleuvenonderzoek uitgevoerd. Bij deze onderzoeken werden zowel sporen en vondsten uit de periode late middeleeuwen-nieuwe tijd als uit een oudere, mogelijk prehistorische periode aangetroffen. Omdat het niet mogelijk is om archeologische resten in situ te behouden, is door de bevoegde overheid besloten dat er een vlakdekkend definitief onderzoek noodzakelijk is om de te verstoren archeologische waarden volledig te kunnen documenteren. Dit onderzoek wordt uitgevoerd conform de Wet op de Archeologische Monumentenzorg. Iriszorg heeft MUG Ingenieursbureau, afdeling Archeologie, opdracht gegeven het archeologische onderzoek uit te voeren.Het plangebied betreft het terrein dat ten noordoosten van de kruising Terborgseweg en de Emmastraat ligt, binnen de woonkern van Doetinchem. De opgraving betreft een deel van het plangebied en heeft een omvang van 1390 m² (het daadwerkelijk door de nieuwbouw te verstoren deel).Het doel van de opgraving is het documenteren van alle binnen de opgravingsgrenzen aanwezige sporen, structuren en/of vondstconcentraties. Tijdens het onderzoek zijn vier werkputten, de werkputten 1 t/m 4, aangelegd.Het plangebied ligt op rivierduinafzettingen. De natuurlijke ondergrond in het gebied bestaat uit zwak siltig zand (C-horizont). Op de C-horizont is in het onderzoeksgebied een (dun) restant van een oudere akkerlaag of een esdek aanwezig. Hierboven liggen de voormalige bouwvoor en een recente ophooglaag.Tijdens het onderzoek is een aantal archeologische sporen aangetroffen . De meeste sporen betreffen restanten van houtskoolmeilers. Daarnaast zijn enkele (paal)kuilen, een greppel en een sloot gevonden. Afgezien van de sloot en de greppel, die sub-recent zijn, bevinden de archeologische sporen zich onder de oudere akkerlaag/het esdek, in de top van de C-horizont. Bij het onderzoek zijn negen meilerkuilen gevonden: kuilen die het restant vormen van houtskoolmeilers (constructies om houtskool te produceren). In acht hiervan zat voldoende houtskool om deze als monster te verzamelen. Deze monsters zijn gewaardeerd en vier hiervan zijn gedateerd door middel van koolstofdatering. Uit de dateringen blijkt dat de meilerkuilen dateren uit de vroege middeleeuwen.Naast (sub-)recente verstoringen, de meilerkuilen, de sloot en de greppel is in de top van deC-horizont tevens een aantal (paal)kuilen gevonden die op basis van hun textuur wellicht een oudere datering hebben dan middeleeuws en/of nieuwetijds. Deze sporen bevinden zich verspreid van elkaar in de werkputten; er zijn geen clusters (paal)kuilen aanwezig en uit de sporen zijn dan ook geen eventuele structuren te reconstrueren. Mogelijk zijn deze sporen in de periode ijzertijd-Romeinse tijd te plaatsen.Vanwege de fragmentarische en verweerde staat van het aardewerk kan enkel gesteld worden dat er aardewerk uit de periode ijzertijd-Romeinse tijd, de late middeleeuwen en nieuwe tijd op het onderzoeksterrein voorkomt. Vermoedelijk betreft het aardewerk uit de ijzertijd-Romeinse tijd de weerslag van gebruik van het onderzoeksterrein in deze periode. De laatmiddeleeuwse en nieuwetijdse scherven kunnen zijn aangevoerd met plaggenbemesting (esdek). Uit het onderzoek naar de houtskool blijkt dat het hout dat in de meilers tot houtskool werd verwerkt vrijwel uitsluitend uit eikenhout bestaat. Eik leverde ogenschijnlijk de beste houtskool op en – niet onbelangrijk – zal in de omgeving van het onderzoeksterrein in de vroege middeleeuwen in ruime mate voorhanden zijn geweest.Uit de opgraving aan de Terborgseweg te Doetinchem blijkt dat het onderzoekgebied vanaf de ijzertijd verschillende functies moet hebben gehad: in eerste instantie mogelijk als nederzettingsterrein in de ijzertijd of de Romeinse tijd, daarna als productieplaats voor de vervaardiging van houtskool in de vroege middeleeuwen en vervolgens als akkerland, getuige de laag esdek die in de profielen is waargenomen. De greppel en de sloot die aan de oostkant van het onderzoeksgebied zijn gevonden getuigen van een latere (verandering in de) percelering.Het huidige onderzoekgebied heeft veel aanknopingspunten met de vondsten die zijn gedaan bij de archeologische onderzoeken op plangebied Holterhoek, op ongeveer 300 m ten oosten van het huidige onderzoeksgebied gelegen. Beide vindplaatsen, Terborgseweg en Holterhoek, kunnen deel hebben uitgemaakt van een groter archeologisch geheel. De vindplaatsen bevinden zich beide vermoedelijk op dezelfde hoge rug, omgeven door lager gelegen welvingen en vlakten.De resten uit de (late bronstijd-)ijzertijd tot en met de Romeinse tijd op beide vindplaatsen kunnen hebben behoord tot een groter nederzettingsareaal. Dit geldt ook voor de meilerkuilen, die uit dezelfde periode stammen en mogelijk tot een complex houtskoolmeilers hebben behoord. Wellicht kan er in de vroege middeleeuwen ter plaatse gesproken worden van grootschalige houtskoolindustrie. Beide terreinen zijn vervolgens in gebruik genomen als akkerland, waarschijnlijk aan het eind van de late middeleeuwen of aan het begin van de nieuwe tijd.Uit het proefsleuvenonderzoek van RAAP op het huidige plangebied blijkt dat zich ook ten noorden van het nu opgegraven terrein archeologische sporen en vondsten bevinden en dat de vindplaats zich dus nog verder uitstrekt. Met eventuele toekomstige bodemingrepen op het plangebied dient hiermee rekening te worden gehouden.
创建时间:
2023-06-28
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务