five

Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, verkennende fase: Goede Vaart te Someren-Eind. Gemeente Someren

收藏
DANS Data Station Archaeology2020-04-19 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-XFJ-V7QZ
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
<p>KSP Archeologie heeft een archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek, verkennende fase uitgevoerd voor het project ‘Goede Vaart’ in Someren-Eind (gemeente Someren). Het onderzoek is uitgevoerd in het kader van de ruimtelijke onderbouwing voor een nieuw woningbouwplan.</p><p>Op basis van de landschappelijke situatie van een dekzandrug/-welvingen binnen het plangebied langs het beekdal van de Groote Aa is aan het plangebied een middelhoge verwachting toegekend voor vuurvindplaatsen uit het Laat-Paleolithicum - Neolithicum. Voor de hogere delen van het plangebied geldt tevens een verwachting op vindplaatsen uit het Neolithicum – Volle Middeleeuwen (tot in de 13e eeuw) (Figuur 10). Op basis van kaartmateriaal uit het einde van de 18e eeuw is de verwachting dat het noordelijke perceel van het plangebied onderdeel is geweest van een stuk bouwland dat in de Nieuwe tijd is aangelegd met daarop twee boerderijen/woonhuizen. Op dit perceel kunnen daarom sporen aanwezig zijn van agrarische activiteit die teruggaan tot minimaal de 18e eeuw. De rest van het plangebied was in deze periode nog onderdeel van de heide en is pas vanaf de 19e eeuw geleidelijk ontgonnen en in gebruik genomen als landbouwgrond. In de zuidelijke strook van het plangebied worden diepe bodemverstoringen verwacht veroorzaakt door een erf met bedrijfsbebouwing uit de 20e tot begin 21e eeuw en de aanleg van de weg Kwart voor Twaalf.</p><p>Uit het booronderzoek is gebleken dat de oorspronkelijke podzolbodem grotendeels is verdwenen maar dat het potentiële archeologische sporenniveau in de top van de C-horizont nog intact aanwezig is. Dit betekent dat de middelhoge verwachting voor vindplaatsen uit het Neolithicum tot en met de Volle Middeleeuwen (tot in de 13e eeuw) gehandhaafd blijft. De diepteligging van het potentiële archeologische niveau varieert van ca. 40 – 65 cm op de drie noordelijke percelen en ca. 30 – 50 cm op het zuidelijke perceel. Het advies is om vervolgonderzoek door middel van proefsleuven uit te voeren op de terreindelen waar bodemingrepen zijn gepland die dieper reiken dan 30 cm beneden maaiveld. Voor dit proefsleuvenonderzoek is een Programma van Eisen (PvE) noodzakelijk. Het niveau van vuursteenvindplaatsen dat zich in de oorspronkelijke (podzol)bodem bevindt, is grotendeels verdwenen. De verwachting voor vuursteenvindplaatsen uit het Laat-Paleolithicum – Neolithicum is daarom naar laag bijgesteld.</p><p>In het zuidoostelijke deel van het plangebied is een zone met begraven beekeerdgronden aangetroffen. Voor deze zone blijft de middelhoge verwachting voor vuursteenvindplaatsen uit het Laat-Paleolithicum – Neolithicum gehandhaafd. Hier ligt de oorspronkelijke bodem begraven onder een recente ophogingslaag, waardoor het sporenniveau wat dieper ligt rond 80 cm beneden maaiveld. Vondsten kunnen al in de eerdlaag aanwezig zijn vanaf ca. 50 cm beneden maaiveld. Het is de vraag of de zone met beekeerdgronden op veen in het beekdal daadwerkelijk een grotere kans maakt op de aanwezigheid van steentijdvindplaatsen. Het advies is om ook deze zone mee te nemen in het proefsleuvenonderzoek om deze verwachting middels 1 à 2 proefsleuven te toetsten (mits de omstandigheden niet te nat zijn). Rondom deze zone ontbreken restanten van de oorspronkelijke bodem, waardoor de middelhoge verwachting voor vuursteenvindplaatsen uit het Laat-Paleolithicum – Neolithicum is bijgesteld naar laag. Voor deze lage verwachtingszone wordt geen vervolgonderzoek aanbevolen.</p>
提供机构:
KSP Archeologie
创建时间:
2020-04-20
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务