five

Bureauonderzoek en Verkennend Booronderzoek Archeologie Plangebied Dennenstraat 17 te Nijmegen Gemeente Nijmegen

收藏
Mendeley Data2024-01-31 更新2024-06-27 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/dans-zyq-m7kh
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
Hamaland Advies heeft in opdracht van de heer S. Arts van Van Kessel & Janssen Bouwgroep een archeologisch bureauonderzoek en verkennend booronderzoek uitgevoerd voor de geplande nieuwbouw van een praktijkschool van het ProCollege op het sportterrein aan de Dennenstraat 17 te Nijmegen. De omvang van de geplande nieuwbouw en het oppervlak van de nieuwe bodemverstoring bedraagt ca. 4.500 m² en tot een diepte van tenminste 50cm-mv. De planontwikkeling bevindt zich in het stadium van aanvraag van de omgevingsvergunning. Het plangebied ligt volgens het bestemmingsplan in een archeologie waarde 1 gebied, waar sinds kort de regels van het facetbestemmingsplan archeologie gelden. Beleid is dat aangetoond moet worden, door middel van een rapport, hoe het met de archeologische waarden in de ondergrond gesteld is. Het KNA conforme bureauonderzoek en het veldonderzoek (verkennende fase) zijn uitgevoerd door Hamaland Advies.ConclusieOp grond van het bureauonderzoek kan geconcludeerd worden dat het plangebied een hoge trefkans heeft op archeologische resten uit de periode van het Laat Paleolithicum tot en met de Nieuwe Tijd Door het inrichten van het gebied als bouwland en sportterrein is waarschijnlijk tot beperkte diepte bodemverstoring opgetreden . Onbekend is echter tot hoe diep de bodem daadwerkelijk is verstoord. Geologisch onderzoek in de omgeving toont aan dat de bodem bestaat grindig zand tot op meer dan 20m onder maaiveld. Archeologische vondsten uit de prehistorie bevinden zich in deze zandlagen. De voorgestane ontwikkeling gaat uit van een nieuwe bodemverstoring van tenminste 50cm -mv. De diepere archeologische lagen worden geroerd.Resultaten booronderzoek Op grond van de resultaten van het uitgevoerde bodemonderzoek is vastgesteld dat in het plangebied sprake is van diverse subrecente ophogingslagen uit de periode 1875 tot 1950. De ophogingslagen gaan scherp over in grofzandige kiezelrijke smeltwaterafzettingen.SelectieadviesVanwege het ontbreken van een intacte bodemopbouw en het ontbreken van cultuurlagen of bewoningsniveaus en het ontbreken van relevante archeologische indicatoren (van voor 1875) zie wij geen aanleiding om een vervolgonderzoek te laten uitvoeren.VoorbehoudBovenstaand advies vormt een zogenaamd selectieadvies. Met nadruk wijst Hamaland Advies erop dat dit selectieadvies nog niet betekent dat reeds bodemverstorende activiteiten of daarop voorbereidende activiteiten kunnen worden ondernomen. De resultaten van dit onderzoek zullen namelijk eerst moeten worden beoordeeld door de bevoegde overheid (gemeente Oude IJsselstreek), die vervolgens een selectiebesluit neemt. Het uitgevoerde onderzoek is op zorgvuldige wijze verricht volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden. Het archeologisch onderzoek is erop gericht om de kans op het aantreffen dan wel vernietigen van archeologische waarden bij bouwwerkzaamheden in het plangebied te verkleinen.SelectiebesluitDe resultaten en aanbevelingen uit dit rapport zijn op 25 juni 2014 getoetst door het bevoegd gezag, gemeente Nijmegen en diens adviseur, drs. P. Franzen (gemeentelijk archeoloog). Op basis van dit onderzoek is gebleken dat het gehele terrein subrecent is opgehoogd, waarbij de ophoging scherp overgaat in de C-horizont, een teken dat het oorspronkelijke maaiveld geheel is verdwenen. Daarmee is de kans op het aantreffen van behoudenswaardige archeologie erg klein geworden. Het bevoegd gezag in deze, de gemeente Nijmegen, geeft daarom het terrein vrij voor de voorgenomen ontwikkeling, zonder aanvullende voorwaarden vanwege de archeologie. Het definitieve rapport dient bij het vergunningendossier gevoegd te worden en kan, tezamen met dit besluit, gelden als het voldaan hebzen aan de onderzoeksverplichting, zoals die op het gebied lag vanuit het bestemmingsplan.Verder dient te allen tijde bij het afgeven van een omgevingsvergunning de wettelijke meldingsplicht (ex artikel 53 Monumentenwet 1988) kenbaar te worden gemaakt, om het documenteren van toevalsvondsten te garanderen: “Degene die anders dan bij het doen van opgravingen een zaak vindt waarvan hij weet dan wel redelijkerwijs moet vermoeden dat het een monument is (in roerende of onroerende zin), meldt die zaak zo spoedig mogelijk bij onze minister”. Deze aangifte dient te gebeuren bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed in Amersfoort en de verantwoordelijke ambtenaar van de gemeente Nijmegen.
创建时间:
2024-01-31
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务