Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Steltloperstraat-Watersnipstraat te Goor, gemeente Hof van Twente (OV) Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Steltloperstraat-Watersnipstraat te Goor, gemeente Hof van Twente (OV)
收藏DANS Data Station Archaeology2022-12-13 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-ZBP-DEBN
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>Laagland Archeologie heeft in Juli 2022 een Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase uitgevoerd aan de steltloperstraat-Watersnipstraat te Goor. Het onderzoek vond plaats in verband met de ruimtelijke procedure rondom de bouw van nieuwe woningen.<br>Het onderzoek is uitgevoerd conform de protocollen SIKB KNA 4002 en 4003.<br>Het bureauonderzoek had tot doel een archeologisch verwachtingsmodel op te stellen. Centraal staat daarbij de vraag of en zo ja welke archeologische resten (complextype, datering, diepteligging en gaafheid) in het plangebied kunnen worden verwacht. Hiertoe zijn landschappelijke, archeologische en historische bronnen geraadpleegd.<br>Geomorfologisch en bodemkundig is het plangebied en haar omgeving niet gekarteerd. De bodemopbouw van een nabijgelegen archeologisch booronderzoek bestaat uit een verstoord pakket van 1,3 meter met daaronder 50 cm esgrond. Deze esgrond sluit scherp aan op de C-horizont. Op de kadastrale kaart van 1832 is te zien dat het plangebied op een akker ligt temidden van hooilanden. Het is aannemelijk dat het plangebied op een dekzandopduiking ligt waarop een plaggendek is opgebracht. In de top van de dekzandopduiking is podzolvorming (vermoedelijk een veldpodzolbodem) te verwachten. In de omliggende terreinen is vanwege de overwegend nattere omliggende gronden een beekeerd- of gooreerdgrond te verwachten.<br>Op het AHN is te zien dat het plangebied op een plateau ligt met een depressie tegen de noordzijde en een hoger gelegen deel op ongeveer 300 ten zuidoosten ervan. Op de detailopname van de AHN is te zien dat het zuidelijke deel van het plangebied bijna een meter hoger ligt dan het noordelijke deel.<br>In en rondom het plangebied zijn meerdere bodemkundige en geologische boringen gezet. De bodemkundige boringen beschrijven dat de bovenste 35 tot 70 cm bestaan uit een Aa-horizont die gelijk aansluit op een C-horizont (zand). Bij de boring in het noorden van het plangebied is een veenpakketje te zien op 2 m -mv. De geologische boringen geven aan dat de eerste twee meter onder maaiveld bestaan uit matig fijn zand. Onder dit pakket ligt (kei)leem.<br>In de omgeving van het plangebied zijn archeologische resten uit de Middeleeuwen – Nieuwe Tijd bekend.<br>In historische tijden (vanaf circa 1832) werd het terrein omschreven als bouwland. Rond 1912 wordt tegen het noordwestelijke deel van het plangebied een spoorverbinding aangelegd. Dit betreft Spoorlijn Neede – Hellendoorn. Deze lijn was in gebruik voor personenvervoer van 1910 tot 1935. Een tak van deze spoorverbinding loopt onderlangs het plangebied naar de stoomblekerij.<br>Op basis van het bureauonderzoek geldt een hoge verwachting voor het Paleolithicum tot en met het Vroeg Neolithicum en een middelhoge verwachting voor de periode Laat Neolithicum tot en met de Late Middeleeuwen.<br>Het uitgevoerde verkennende booronderzoek heeft tot doel het verwachtingsmodel te toetsen en zo nodig aan te vullen. Hiertoe zijn verspreid over het toegankelijke deel van het plangebied verkennende boringen gezet. In dit stadium is verkennend booronderzoek de meest efficiënte onderzoekswijze om de archeologische potentie van het plangebied in kaart te brengen.<br>Uit het verkennend booronderzoek blijkt dat de bodem tot in de C-horizont is verstoord. De kans dat het gebied nog archeologische resten met een intacte archeologische context bevat wordt daarom laag geacht. Op basis van de resultaten van het veldonderzoek wordt geadviseerd geen archeologisch vervolgonderzoek in het plangebied uit te voeren en het plangebied vrij te geven voor het aspect archeologie.<br>Dit advies is overgenomen door de bevoegde overheid, de gemeente Hof van Twente. De gemeente wordt hierin vertegenwoordigd door haar deskundige, O. Satijn Mochten tijdens de werkzaamheden onverhoopt toch archeologische resten worden aangetroffen, of resten waarvan redelijkerwijze kan worden vermoed dat het om archeologische resten gaat, dan geldt op grond van de Erfgoedwet (art. 5.10) een meldingsplicht. Dit kan bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE, www.cultureelerfgoed).<br> </p>
创建时间:
2022-01-01



