five

Rotterdam Glashaven 16-70. Een bureauonderzoek en een verkennend inventariserend veldonderzoek door middel van grondboringen.

收藏
DANS Data Station Archaeology2022-03-27 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-ZPR-SKAZ
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
<p>In opdracht van Peak heeft het team Onderzoek en Rapportage van Archeologie Rotterdam in augustus en oktober 2021 een verkennend inventariserend veldonderzoek uitgevoerd in het plangebied Glashaven 16-70 in de gemeente Rotterdam. Dit onderzoek bestond uit het verrichten, beschrijven en analyseren van drie mechanische boringen. Er is geboord vanaf het maaiveld tot maximaal 10,34 m - NAP (13 m - mv). Voorafgaand aan het veldonderzoek is voor het gebied een bureauonderzoek gedaan. De onderzoeken zijn verricht omdat in het plangebied de transformatie van het bestaande kantoorpand naar woningen, commerciële ruimten en parkeren is voorzien. Indien archeologische waarden aanwezig zijn, kunnen deze bij de werkzaamheden worden aangetast of vernietigd.</p><p>Resultaten Op basis van het bureauonderzoek is een gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied Glashaven 16-70 in Rotterdam opgesteld. Voor het gehele plangebied geldt een onbekende archeologische verwachting voor vindplaatsen uit het Mesolithicum, een redelijk hoge archeologische verwachting voor het Neolithicum, een redelijk hoge tot hoge archeologische verwachting voor vindplaatsen uit de IJzertijd tot en met de Middeleeuwen en een zeer hoge archeologische verwachting voor vindplaatsen uit de Nieuwe tijd. Vindplaatsen uit de Bronstijd worden niet in het plangebied verwacht.</p><p>Tijdens het veldonderzoek is gebleken dat de basis van de boringen uit komafzettingen van de Formatie van Echteld (voorheen Afzettingen van Gorkum) bestaat. De diepere ondergrond is niet in kaart gebracht. De archeologische verwachting voor het Mesolithicum blijft onbekend. Voor de komafzettingen geldt een lage archeologische verwachting. De archeologische verwachting voor de aanwezigheid van vindplaatsen uit het Neolithicum wordt dan ook naar beneden, naar laag bijgesteld.</p><p>De komafzettingen worden afgedekt door veen van de Formatie van Nieuwkoop, Hollandveen Laagpakket (voorheen Hollandveen). De aanwezigheid van een veenpakket in alle boringen, wijst erop dat er inderdaad geen archeologische resten uit de Bronstijd in het plangebied verwacht kunnen worden.</p><p>De top van het veen is geërodeerd. Daarnaast is deze niet veraard en zijn er verder geen aanwijzingen waargenomen voor de aanwezigheid van archeologische vindplaatsen. Op het veen zijn geen oeverafzettingen herkend. Mogelijk zijn deze helemaal geërodeerd. De redelijk hoge tot hoge archeologische verwachting voor de aanwezigheid van vindplaatsen uit de IJzertijd, Romeinse tijd en Middeleeuwen wordt dan ook naar beneden bijgesteld, naar laag.</p><p>Tijdens het veldonderzoek is in de boringen, vanaf 0,77 m NAP (2,0 m - mv), een antropogeen pakket waargenomen. In het pakket is vondstmateriaal uit de 17e of 18e eeuw aangetroffen. In combinatie met het cartografisch onderzoek wordt op dit stratigrafische niveau een archeologische vindplaats in het plangebied vermoed. De zeer hoge verwachting voor de aanwezigheid van archeologische resten uit de Nieuwe tijd blijft daarom gehandhaafd.</p><p>Advies Op grond van het bureauonderzoek en het verkennend inventariserend veldonderzoek luidt het (selectie)advies voor het plangebied Glashaven 16-70 in Rotterdam dat er voorzieningen dienen te worden getroffen om archeologische waarden te behouden of te ontzien. Vervolgonderzoek in het kader van de Archeologische Monumentenzorg wordt aanbevolen. Verwacht wordt dat het antropogene ophogingspakket in het hele plangebied aanwezig zal zijn. De huidige keldervloer ligt op circa 0,25 m NAP. De top van het antropogene pakket zal dus verdwenen zijn onder de huidige bebouwing, maar in het overige deel van het antropogene pakket kunnen nog archeologische resten en/of sporen aanwezig zijn. Ter plaatse van de woontoren zal het antropogene pakket verder verstoord worden, namelijk tot circa 1,5 m - NAP. Dit geldt ook voor de locaties van de liftputten, waar tot 2,0 m - NAP gegraven zal worden. Aangezien de woontoren een oppervlak heeft van circa 506 m2, wordt op deze locatie een vervolgonderzoek noodzakelijk geacht. Voor het overige deel van het plangebied wordt geen vervolgonderzoek aanbevolen. Dit onderzoek dient na de sloop, maar voorafgaand aan de civieltechnische graafwerkzaamheden plaats te vinden. Doel is het vaststellen van de aan- of afwezigheid van een vindplaats door het documenteren van gegevens en het uitwerken en veiligstellen van materiaal van een eventuele vindplaats conform een goedgekeurd Programma van Eisen. De aard van het archeologisch vervolgonderzoek is echter mede afhankelijk van de civieltechnische (on)mogelijkheden, aangezien het plangebied momenteel bebouwd is. De opdrachtgever wordt daarom ook geadviseerd om informatie over de werkwijze van de bouwputaanleg en -ontgraving te delen met het bevoegd gezag om zo in overleg de beste vorm voor het vervolgonderzoek vast te stellen.</p>
提供机构:
archeologie Rotterdam
创建时间:
2022-03-09
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务