five

Actualisatie archeologisch vooronderzoek ten behoeve van de nieuwbouw van woningen aan de Cronenburg te Uitwijk, gemeente Altena

收藏
Mendeley Data2024-01-31 更新2024-06-27 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/LRGNWO
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
Vestigia Archeologie & Cultuurhistorie heeft een actualisatie uitgevoerd van een archeologisch bureau- en inventariserend veldonderzoek voor een plangebied aan de Cronenburg te Uitwijk, gemeente Altena (kaart 1; afbeelding 1). Het plangebied heeft een oppervlakte van ca. 0,28 hectare en is momenteel in gebruik als grasland. De geplande werkzaamheden hebben betrekking op het volgende: - Binnen het plangebied worden 5 woningen gerealiseerd. - Binnen het plangebied wordt ook watercompensatie gerealiseerd. - De straat Cronenburg wordt ca. 30 meter doorgetrokken. - Ook wordt de bestaande riolering omgelegd, zodat deze onder de straat komt te liggen (er worden ook huisaansluitingen gemaakt). - Aan de zijde van de doctor H Colijnstraat worden 5 parkeerplaatsen gerealiseerd. De ingrepen zullen naar verwachting max. 1 m -mv bedragen voor zowel de funderingen als aanleg riolering (er zijn geen kelders voorzien, of er geheid moet worden is nog niet bekend). Gezien de aard van de ingrepen (nieuwbouw van woningen met de bijbehorende infrastructuur) zullen de geplande ingrepen naar verwachting tot in de archeologisch relevante niveaus reiken. Voorafgaand aan de ontwikkelingen dient daarom in kaart gebracht te worden of zich binnen het onderzoeksgebied behoudenswaardige archeologische resten (zouden kunnen) bevinden, die tegen de achtergrond van de bodemingrepen gevaar lopen. In 2006 is voor het onderhavige plangebied een archeologisch bureau- en inventariserend veldonderzoek (inclusief veldverkenning) uitgevoerd, gerapporteerd in combinatie met een ander plangebied in Waardhuizen (zie achterin het rapport Bijlage 2). Op basis van de resultaten is destijds geadviseerd het plangebied vrij te geven. Het onderhavige onderzoek betreft een actualisatie van het onderzoek uit 2006, in de vorm van een actualiserend/aanvullend bureauonderzoek, met een her-evaluatie van de resultaten uit 2006. Opgemerkt dient te worden dat het onderzoek destijds is uitgevoerd volgens de stand van kennis op dat moment, en de toen geldende normen (KNA versie 2.2 – wat inmiddels KNA versie 4.1 is). In het kader van deze actualisatie zijn de onderzoeksresultaten van 2006 opnieuw onder de loep genomen, op basis van de huidige beschikbare landschappelijke, historische en archeologische gegevens. Op het kader van deze actualisatie zijn de onderzoeksresultaten van 2006 opnieuw onder de loep genomen, op basis van de huidige beschikbare landschappelijke, historische en archeologische gegevens. Op basis van het geactualiseerde/aanvullende bureauonderzoek kan worden geconstateerd dat het plangebied niet binnen een historische kern heeft gelegen, zoals die op de gemeentelijke archeologische beleidskaart is aangegeven. Het plangebied ligt achter het historisch bebouwingslint achter het Uitwijks Dijkje. De percelering doet vermoeden dat het plangebied van oudsher gescheiden is van de bebouwing langs de dijk, en in agrarisch gebruik is geweest. De vijf boringen die in 2006 binnen het plangebied gezet zijn, laten in het bovenste deel van het profiel zien dat hier oeverwalafzettingen aanwezig zijn. Echter in drie van de vijf boringen – boringen 1, 2 en 4 – zijn deze afzettingen geheel opgenomen in de geroerde bovengrond. Op een diepte van 50 tot 60 cm -mv gaan de afzettingen hier over in komklei (Ks1 en Ks2 in de boorbeschrijvingen). Slechts in twee van de vijf boringen – de twee meest westelijk gelegen boringen: 3 en 5 – is onder de geroerde bovengrond nog een deel van de intacte oeverafzettingen aanwezig. Het gaat hier respectievelijk over een laag met een dikte van 40 en 30 cm. Hieronder zijn ook zoals in de eerder genoemde boringen komafzettingen aanwezig. De beperkte dikte van de oeverafzettingen komt grotendeels overeen met het beeld dat uit de bodemkartering van 1958 afgeleid kan worden. Hier bevindt het huidige plangebied zich in een zone die als omschrijving heeft meegekregen: ’20-60 cm stroomruggrond op: komklei’ (zie hiervoor ook Afbeelding 5 en Afbeelding 6). De grotere diepte waarop in boringen 3 en 5 de overgang van ‘stroomruggrond’ naar ‘komklei’ is aangetroffen tijdens het booronderzoek van 2006 kan ook te maken hebben met de ligging aan de rand van een recent opgehoogd deel van het landschap. Daar waar de top van de oeverafzettingen in intacte vorm aanwezig zou zijn, zou er op basis van het landschap theoretisch een archeologische verwachting vanaf de Romeinse Tijd aanwezig zijn. Het booronderzoek laat echter zien dat in drie van de vijf boringen deze afzettingen geheel verstoord zijn; in twee boringen (3 en 5) is de top van dit niveau opgenomen in de geroerde bovengrond, waarbij alleen de onderzijde nog in intacte vorm is aangetroffen (beschreven als Cg-horizont). Op basis van de ligging aan de buitenzijde van de oorspronkelijke oeverwal, op de overgang naar het komgebied, en het ontbreken van bodemvorming (buiten gleyverschijnselen) in de weinige nog intact aanwezige oeverafzettingen is de naar beneden bijgestelde verwachting naar ‘laag’ wel te verantwoorden. Advies. Op basis van het onderhavige geactualiseerde/aanvullende bureauonderzoek, concludeert Vestigia Archeologie & Cultuurhistorie dat het advies uit 2006 nog in stand kan blijven, en adviseert geen verder vervolgonderzoek. Het is aan het bevoegd gezag, de gemeente Altena, om op basis van dit rapport en het daarin geformuleerde advies een besluit te nemen ten aanzien van het voortzetten of beëindigen van het onderzoeksproces. Dit besluit kan afwijken van het advies in dit rapport. Ook nadat het archeologisch onderzoek is afgerond, blijft de meldingsplicht archeologische toevalsvondst of waarneming van kracht (Erfgoedwet, artikel 5.10 Archeologische toevalsvondst). Aangezien het nooit volledig is uit te sluiten dat tijdens eventueel grondverzet een archeologische toevalsvondst wordt gedaan, is het wenselijk om voorafgaande aan de werkzaamheden een werkprotocol toevalsvondsten op te stellen. De uitvoerder van het grondwerk wordt daarmee geïnstrueerd wat te doen bij een dergelijke vondst. Het is het wenselijk de uitvoerder van het grondwerk te wijzen op de plicht om hiervan zo spoedig mogelijk melding te doen bij het bevoegd gezag, de gemeente Altena, en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Naschrift. Het bevoegd gezag, mevr. E.A.M. de Boer van de Regio West-Brabant, heeft namens de gemeente Altena het conceptrapport beoordeeld. In het advies d.d. 13 januari 2023 wordt aangegeven: “Het advies betreffende het selectiebesluit is om in te stemmen met het advies van Vestigia om geen vervolgonderzoek te laten uitvoeren. Vanwege de ligging van het plangebied aan de buitenzijde van de oorspronkelijke oeverwal, op de overgang naar het komgebied, het ontbreken van bodemvorming (buiten gleyverschijnselen) in de weinige nog intact aanwezige oeverafzettingen en het ligging buiten de historische kern is de kans op het aantreffen van behoudenswaardige archeologische waarden klein. Geadviseerd wordt om de Archeologische Monumentenzorg af te ronden en het plangebied vrij te geven voor de geplande bouwactiviteiten. De dubbelbestemming ‘Waarde Archeologie’ in het bestemmingsplan kan voor het plangebied verwijderd worden. Let wel: als men tijdens bouw- of andere werkzaamheden ondanks vooronderzoek toch op archeologische resten stuit, dan moet dit volgens artikel 5.10 van de Erfgoedwet uit juli 2016 zo spoedig mogelijk gemeld worden bij de Minister van OC&W (de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed: Infodesk email: info@cultureelerfgoed.nl of tel: 033-4217456). In dit geval kan het ook bij de gemeente of bij het meldpunt archeologische bodemvondsten van de provincie Noord-Brabant (Godfried Scheijvens 06- 18303222 / 073 681 28 12 en archeologie@brabant.nl)”.
创建时间:
2024-01-31
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务