Plangebied Smitsweg-Smitshoek, gemeente Dordrecht; archeologisch vooronderzoek: een bureau- en inventariserend veldonderzoek
收藏DANS Data Station Archaeology2006-12-10 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-Z3Z-YECE
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>In opdracht van AM Grondbedrijf B.V. heeft RAAP Archeologisch Adviesbureau in december 2006 en januari 2007 een bureau- en inventariserend veldonderzoek uitgevoerd in verband met voorgenomen woningbouw, waterpartijen en natuurontwikkeling in de gemeente Dordrecht. Het onderzoek diende te worden uitgevoerd omdat realisatie van de plannen zou kunnen leiden tot aantasting of vernietiging van mogelijk aanwezige archeologische resten. Doel van het onderzoek was het opsporen van deze resten en, indien mogelijk, een eerste indruk geven van de kwaliteit (gaafheid en conservering), aard, datering, omvang en diepteligging ervan. Het plangebied is opgedeeld in 3 deelgebieden: A, B en C (figuur 1). Door deze deelgebieden loopt een aantal stroomgordels met een verschillende datering. Het betreft hier het Oude Maasje, de Gedempte Devel en een aantal oudere stroomgordels. De kans op het aantreffen van archeologische waarden op deze stroomgordels is redelijk tot groot. Tijdens het veldonderzoek zijn in totaal 358 boringen verricht in 18 raaien. Hierbij zijn 3 archeologische vindplaatsen aangetroffen. Het Oude Maasje De ouderdom van de stroomgordel in deelgebied A staat ter discussie (zie § 2.2.; Smit e.a., 2004). Vermoed wordt dat de stroomgordel ouder is dan de datering tussen 1760-700 BP, die Berendsen en Stouthamer (2001) er aan koppelen (Oude Maasje). Het ontbreken van oeverafzettingen, de erosiegraad, het ontbreken van aanwijzingen voor gebruik van het landschap en de vermoede oudere datering geeft geen aanleiding de lage archeologische verwachting voor het gebied, zoals verwoord door Smit e.a. (2004), bij te stellen. Uitsluitsel over de datering van de stroomgordel kan verkregen worden door een 14C-datering van een monster van de verlandingsafzettingen. Parallel aan de stroomgordel zijn in de boringen 231, 334, 351, 354 en 357 aanwijzingen aangetroffen voor een dijk of kade. Aanwijzingen hiervoor zijn eveneens waar te nemen op het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN). Het ontbreken van een goede datering van deze stroomgordel leidt tot de aanbeveling voor 14C-datering van een monster van de verlandingsafzettingen van de geul. Voor de dijk of kade die ten zuiden van de stroomgordel is aangetroffen en zich op slechts 1 m -Mv bevindt, wordt aanbevolen deze in te passen in de planvorming. Voorgesteld wordt een zone van circa 50 m te vrijwaren van ingrepen. De huidige plannen voorzien (nog) niet in ingrepen ter hoogte van dit archeologische lijnelement. Indien de plannen gewijzigd worden en inpassing niet mogelijk blijkt te zijn, is het wenselijk zo snel mogelijk een vervolgonderzoek door middel van proefsleuven uit te laten voeren. Voor de zone met een hoge archeologische verwachting (de noordelijke oever van het Oude Maasje) wordt voorgesteld om de bodemingrepen niet dieper te laten reiken dan de basis van het Merwededek. Indien diepere bodemingrepen plaats zullen vinden, is de kans groot dat hierbij archeologische waarden zullen worden aangetast (ookal zijn deze [nog] niet aangetoond). Indien bodemingrepen dieper zullen reiken dan de de basis van het Merwededek, is het wenselijk om ter hoogte van de hoger gelegen delen van het veenlandschap een proefsleuvenonderzoek te laten uitvoeren. Gedempte Devel In deelgebied C zijn in boring 167 op 35 m -Mv (36 m -NAP) in de top van het veen enkele brokjes klei waargenomen. Vermoedelijk is het veen, voordat het is afgedekt door het Merwededek, bewerkt. De voorgenomen ingreep in de vorm van een ontsluitingsweg zal, vanwege de aanzienlijke diepte van het archeologisch niveau van 35 m -Mv (36 m -NAP), niet leiden tot verstoring van archeologische waarden. Indien de aanleg van de ontsluitingsweg onverhoopt toch kan leiden tot een verstoring, wordt geadviseerd zo snel mogelijk vervolgonderzoek door middel van proefsleuven uit te laten voeren. In boring 162 zijn in de top van het veen op 165 m -Mv (14 m -NAP) enkele spikkels houtskool aangetroffen. Hoewel houtskool door natuurlijke oorzaken verklaard kan worden, betreft het hier mogelijk een indicatie voor bewoning of het branden van het veen voor beakkering. De voorgenomen ingreep in de vorm van een ontsluitingsweg kan, vanwege de relatief ondiepe ligging van het archeologisch niveau van 165 m -Mv (14 m -NAP), leiden tot verstoring van archeologische waarden. Indien dit het geval is, wordt geadviseerd zo snel mogelijk vervolgonderzoek door middel van proefsleuven uit te laten voeren.</p>
提供机构:
RAAP Archeologisch Adviesbureau
创建时间:
2006-12-11



