five

Duurzame oevers Flevoland 2016; Gemeente Noordoostpolder

收藏
DANS Data Station Archaeology2015-10-11 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-ZSJ-8YVZ
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
<p>Aanleiding Waterschap Zuiderzeeland is voornemens om in 2016 een aantal watergangen te voorzien van een duurzame oever. Het betreft onder andere de Hannie Schafttocht, Johannes Posttocht en Gietersetocht in de Noordoostpolder (zie bijlage 1). In dit kader vinden ontgrondingen plaats, ten einde de oevertaluds af te vlakken. De maximale diepte van de geplande ontgravingen bedraagt circa 2,0 m onder het huidige maaiveld, waarbij tot circa 30 cm onder de waterlijn wordt ontgraven. Als gevolg hiervan kunnen eventueel in de ondergrond aanwezige archeologische waarden worden verstoord. Dit is echter afhankelijk van de bewoonbaarheid van het gebied in het verleden en van de diepteligging van eventueel aanwezige archeologische waarden. Resultaten bureauonderzoek Uit het bureauonderzoek blijkt dat in het plangebied sprake is van zones met een hoge archeologische verwachting en vastgestelde archeologische waarden (monumententerreinen). Deze corresponderen met de archeologische beleidskaart van de gemeente Noordoostpolder (bijlage 3). Voor wat betreft de Hannie Schafttocht 1 is sprake van een hoge archeologische verwachting op basis van – mogelijk - aanwezige oeverwallen. Deze hebben een hoge verwachting op archeologische waarden uit het Neolithicum-Vroege Bronstijd. Dit geldt ook voor de Hannie Schafttocht 2, maar hier is ook een verwachting op basis van de aanwezigheid van een rivierduin. Ter hoogte van de rivierduin worden vooral archeologische waarden uit de periode Mesolithicum-Neolithicum verwacht. Ook aan de Johannes Posttocht is de archeologische verwachting vooral gekoppeld aan de verwachte aanwezigheid van een rivierduin in de ondergrond. Ook hiervoor geldt dat ter hoogte van de rivierduin vooral archeologische waarden uit de periode Mesolithicum-Neolithicum worden verwacht. Dit geldt eveneens voor de Gietersetocht. Hier is sprake van meerdere rivierduinen. Resultaten verkennend booronderzoek Uit het verkennend booronderzoek blijkt het volgende: 1) Aan de Hannie Schafttocht 2, Johannes Posttocht en de Gietersetocht is sprake van rivierduinen, waarvan de hoogste delen op respectievelijk 1,95 m, 2,20 m en 0,15 m liggen. Deze vertegenwoordigen een hoge archeologische verwachting op vindplaatsen uit het Mesolithicum-Neolithicum. 2) Er zijn geen overtuigende oeverwallen aangeboord. Deze werden vooral aan de Hannie Schafttocht 1 en 2 verwacht, maar uit de boringen blijkt dat in alle gevallen sprake is van slappe getijdenklei, vaak ook met schelpen. Het lijkt er dus op dat het klei betreft dat in geulen of in komzones is afgezet. Derhalve vertegenwoordigen deze een lage archeologische verwachting. Advies Voor wat betreft de Hannie Schafttocht 2 en de Johannes Posttocht wordt de bodem in het kader van de duurzame oevers ter plaatse tot maximaal 1,75 m –Mv ontgraven. Dit is boven de top van het archeologisch niveau, die respectievelijk op 1,95 en 2,20 m –Mv ligt. Derhalve worden hier geen aanvullende archeologische maatregelen geadviseerd. Aan de Gietersetocht wordt de bodem in het kader van de aanleg van de duurzame oevers tot maximaal 2,05 m –Mv ontgraven. Voor wat betreft de westelijke zone (boringen GT-1 t/m GT-5; zie bijlage 7) worden bij deze diepte geen archeologische vervolgmaatregelen geadviseerd, omdat de top van het archeologisch relevante niveau (top rivierduin) hier op 2,20 tot 2,30 m –Mv ligt; dus onder de maximale ontgravingsdiepte. Voor wat betreft de oostelijke zone (boringen GT8 t/m GT14 en boring GT-17; zie bijlage 7) worden wel archeologische vervolgmaatregelen geadviseerd, aangezien hier de top van het archeologisch niveau op 0,15 tot 1,8 m –Mv ligt. Voor deze zone wordt een archeologische begeleiding geadviseerd.</p>
提供机构:
Transect
创建时间:
2015-10-12
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务