Een inventarisatie van neolithische bijlen uit Gelderland, ten noorden van de Rijn
收藏DANS Data Station Archaeology1991-12-30 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-ZJP-VXK5
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>In 1985 kon een begin worden gemaakt met een inventarisatie van neolithische bijlen uit Gelderland ten noorden van de Rijn. Dit onderzoek vloeide voort uit een inventarisatie van neolithische vondsten uit de Achterhoek. Een aanzienlijk deel daarvan bestond uit bijlen (Schut 1987). De verschillen in verspreiding van de diverse bijltypen was opvallend. De geringe omvang van het gebied maakte het echter riskant om daaraan conclusies te verbinden betreffende de grenzen tussen cultuurgebieden. Wel bleek dat de verspreiding van bijlen, bij gebrek aan ander vondstmateriaal, een indicatie kan geven van potentieel bewoonbare gebieden. De vondstmelding, van deze tot de verbeelding sprekende werktuigen, is veel minder afhankelijk van amateur-activiteiten. Dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld aardewerk en vuursteenvondsten. De documentatie van het vondstmateriaal was een doel op zich. Te vaak bleken vondsten bij particulieren en zelfs bij musea verdwenen voordat de gegevens konden worden vastgelegd. Aangezien in ons land weinig of geen systematisch onderzoek verricht is naar typologie, verspreiding en datering van deze werktuigen, in tegenstelling tot bijvoorbeeld Duitsland en Groot-Brittannië, werd besloten om de bijlen in een groter gebied te inventariseren. Dat hierbij gekozen werd voor Gelderland ten noorden van de Rijn vloeide voort uit de verwachting dat in dit gebied diverse typen goed vertegenwoordigd zouden zijn. Tevens lag dit gebied in de zone waarin naar verwachting de 'noordelijke' en 'zuidelijke' bijlen hun maximale uitbreiding vonden. Daarnaast speelden overwegingen van praktische aard een rol.</p><p>Bij de beschrijving van de bijlen is uitgegaan van bij particulieren of musea aanwezige exemplaren. In de diverse archieven zijn ook vaak meldingen te vinden dat ergens een bijl is gevonden, zonder dat de verblijfplaats bekend is. Vanwege de geringe informatiewaarde leek het weinig zinvol om deze tientallen meldingen verder uit te werken, in eerste instantie zijn de collecties van musea en archeologische instituten beschreven; het Gemeente Museum en de Gelders Archeologische Stichting (Arnhem), RMO (Leiden), Nairac (Barneveld), Marialust (Apeldoorn), Provinciaal Museum Kam (Nijmegen), Liemers Museum (Zevenaar), Huis Bergh ('s-Heerenberg), Kijk- en Luistermuseum (Bennekom), Museum Oud Ede (Ede), Veluws Museum (Harderwijk), RM Twenthe (Enschede), Gemeente Huis (Ermelo), Gemeente Archief (Wageningen) en BAI (Groningen). Ook werden diverse vondstmeldingen in de archieven van de ROB (Amersfoort) en het Gemeente Museum (Arnhem) nagetrokken. Tevens werden diverse amateur-archeologen bezocht, met name A. Beukhof (Zeist), F.J. Feenstra (Ermelo), J. Mulder (Elspeet), B.J. van Rheenen (Kootwijk) en E. Zuurdeeg (Ede). Deze personen en ook C. van Baarle (Epe), J. Bonhof (Nunspeet), W.J. van de Brink (Heerde), J. de Grood (Bennekom) en J. Huisman (Renkum) meldden een aantal niet geregistreerde vondsten bij particulieren.</p>
提供机构:
Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek
创建时间:
1991-01-01



