five

Wâldsein, Hegemer Mar & De Holken, Gemeentes De Fryske Marren & Súdwest-Fryslân (Fr.). Een Archeologisch Bureauonderzoek

收藏
DANS Data Station Archaeology2017-11-28 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-ZRZ-SEKF
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
<p>In verband met mogelijk graafwerk bij oevers langs onder andere het Hegemer Mar en De Holken is een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd voor tien locaties (A tot en met J) in de omgeving van Wâldsein (Woudsend), gemeentes De Fryske Marren en Súdwest-Fryslân, provincie Fryslân. Het Wetterskip Fryslân wil de oevers verstevigen waartoe eerst de bovengrond van circa 25 centimeter dikte moet worden afgegraven om later weer terug te storten. Hoewel de plannen nog niet concreet zijn, wil het Wetterskip al wel weten of en welke vorm van archeologisch onderzoek nodig zal zijn. Het doel van het bureauonderzoek is het opstellen van een archeologisch verwachtingsmodel van het gebied aan de hand van beschikbare fysisch-geografische, archeologische en historisch-geografische informatie. Tijdens het neolithicum verdronk het plangebied in een uitgestrekt veenmoeras. Er vormde zich een pakket veen dat later is afgedekt door een dunne laag zeeklei. Alleen in het midden en zuiden van locatie A bij de Spoekhoekster Feart ligt zand aan het maaiveld waarin een podzolbodem is gevormd. Bij locatie A is in het verleden bewerkt vuursteen gevonden uit het laat-paleolithicum en uit het mesolithicum. Tussen locaties D en E bij het Hegemer Mar zijn van eerder onderzoek twee zandkoppen bekend onder het veen. Hierop zijn bewerkt vuursteen en een fragment van een bijl gevonden uit het mesolithicum en/of het neolithicum. Direct noordelijk van locatie I ligt de historische kern van het laat-middeleeuwse dorp Woudsend. Bij het westelijke uiteinde van locatie D bij De Fluezen zijn in het verleden scherven laat-middeleeuws aardewerk gevonden. Op tweehonderd meter afstand van locatie E zijn resten gevonden van een laat-middeleeuwse begraafplaats. Op locatie I staat een houtzaagmolen die dateert uit de achttiende eeuw. Eventuele archeologische resten in het plangebied zullen dateren uit de steentijd of uit de periode middeleeuwen - nieuwe tijd. Tijdens de tussengelegen periode bestond het plangebied uit een uitgestrekt veenmoeras dat niet geschikt lijkt te zijn geweest voor menselijke bewoning. Archeologische resten uit de steentijd zullen liggen in de top van het pleistocene zand. Bij locatie A ligt dit zand aan het maaiveld. Bij de andere locaties is het zand afgedekt door veen, maar kunnen eventuele zandkoppen relatief ondiep liggen. Van menselijke bewoning tijdens de steentijd kunnen onder meer houtskool en bewerkt vuursteen gevonden worden. Het loopvlak uit de steentijd kan zijn aangetast door verspoeling in het veenmoeras. Op locatie A kan de top van het zand ook zijn aangeploegd. Tijdens de middeleeuwen werd het veenmoeras ontgonnen en bewoond. Er kwam bewoning in het tegenwoordige Woudsend. Er kan ook verspreid door het gebied bewoning geweest zijn op huisterpen op het veen. Door hun gewicht kunnen de terpen iets in het veen gezakt zijn waardoor ze niet of nauwelijks meer zichtbaar zijn in het landschap. Wel kunnen in de bodem terplagen aanwezig zijn met onder meer puin en scherven aardewerk. Door de ligging aan het maaiveld kunnen middeleeuwse resten sterk zijn aangetast door bijvoorbeeld ploegen, egalisatie, aanleg van sloten of de aanleg van bijvoorbeeld bungalowpark De Rakken. Het selectie-advies door senior KNA-prospector drs. J.M.G. Bongers luidt: 'De FAMKE adviseert voor de meeste locaties zowel voor de periode steentijd-bronstijd als voor de periode ijzertijd-middeleeuwen archeologisch onderzoek op terreinen met een oppervlak vanaf 5000 m². Bij de door de opdrachtgever opgegeven lengtes en breedtes van afgraving van de teelaarde (zie Tabel 2) overschrijden locaties A, C, D en E deze oppervlaktes. Er zijn uit het bureauonderzoek geen resultaten naar voren gekomen die aanleiding geven om af te wijken van de FAMKE. Daarom adviseren wij om bij de door de opdrachtgever opgegeven omvang en diepte (25 centimeter) van ingrepen deze locaties te onderzoeken met behulp van verkennende boringen. Het doel van deze boringen is om vast te stellen wat de gaafheid is van de bodemopbouw, op welke diepte potentiële archeologische niveaus zich bevinden en of (middeleeuwse) ophogingslagen / bewoningslagen aanwezig zijn. Volgens Tabel 2 overschrijdt ook locatie F het oppervlak van 5000 m². Maar dit gaat om de optelsom van negen kleine locaties waarvan ook nog eens bekend is dat er sloten doorheen hebben gelopen. Voor locatie I bij molen De Jager adviseert FAMKE 'streven naar behoud'. Wij adviseren op deze locatie om onvermijdelijk graafwerk te laten uitvoeren onder begeleiding van een archeoloog. Een dergelijke begeleiding dient te worden uitgevoerd door een daartoe bevoegd bureau volgens een vooraf door de bevoegde overheid goed gekeurd Programma van Eisen (PvE).'</p>
提供机构:
De Steekproef
创建时间:
2017-09-26
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务