Transect-rapport 3067: Archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek, verkennende fase. Standdaarbuiten, Molenstraat 38. Gemeente Moerdijk (NB).
收藏DANS Data Station Archaeology2021-03-22 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-Z48-BC69
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>In november 2020 is een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd in een plangebied aan de Molenstraat 38 in Standdaarbuiten (gemeente Moerdijk). Het archeologisch vooronderzoek bestaat hier uit een Archeologisch Bureauonderzoek (BO) en een Inventariserend veldonderzoek (IVO). De vraagstelling van deze onderzoeken is het specificeren van de archeologische verwachting van het plangebied en het toetsen en aanvullen van deze verwachting door middel van waarnemingen in het veld.</p><p>• Op basis van het bureauonderzoek is vastgesteld dat het plangebied in het buitendijks gebied langs de huidige Mark ligt. Dit gebied is ontstaan vanaf 1421, toen het laatmiddeleeuwse ontginningslandschap als gevolg van de Sint-Elisabethsvloed overstroomde. Door deze vloed zijn veel sporen van dit oude ontginningslandschap met klei bedekt of geërodeerd, waarmee het dan ook de vraag is of en in hoeverre nog resten hiervan in het plangebied aanwezig kunnen zijn. Ten zuiden van het plangebied, ten zuiden van de Oudelandsedijk, liggen bijvoorbeeld nog de resten van het laatmiddeleeuwse Nieuwenbosch begraven, wat de aanwezigheid van resten van dit oude cultuurlandschap in de omgeving van het plangebied zeker mogelijk maakt. Ter plaatse van het plangebied zelf is die verwachting echter laag. Op basis van een historische kaart uit het begin van de 19e eeuw valt af te leiden, dat de huidige Mark vroeger breder is geweest en dat een deel van het plangebied in de vroegere rivierloop gelegen heeft. Dit betekent dat de Mark resten uit de Late Middeleeuwen, die zich in de top van het veen kunnen bevinden, zeer waarschijnlijk zijn geërodeerd. Dit geldt ook voor resten uit de periode Bronstijd-Vroege Middeleeuwen. Of resten uit de periode Laat-Paleolithicum-Neolithicum nog aanwezig zullen zijn, is onbekend. Dekzand in de omgeving van het plangebied bevindt zich immers rond 200-300 cm -Mv. Of dit niveau ook geërodeerd is, is op grond van het bureauonderzoek niet te zeggen.</p><p>• Tijdens het veldonderzoek is vastgesteld dat tot de maximaal geboorde diepte van 700 cm -Mv (-5,6 m NAP) kleiige/zandige geulafzettingen aanwezig zijn, die deel uitmaken van de restgeulvulling van de Mark. De Mark, die als getijdegeul ten tijde van de Sint-Elisabethsvloed gevormd is, is vermoedelijk breder geweest dan dat deze nu is. Dit blijkt uit de vondst van de geulafzettingen in het hele plangebied. Er is geen veen of dekzand aangetroffen, dat op basis van het bureauonderzoek respectievelijk op 150-200 cm – Mv en 200-300 cm – Mv voor zou moeten komen. Deze zijn vermoedelijk geërodeerd. Ook zijn tijdens het onderzoek geen gerijpte oeverafzettingen gevonden: op de geulafzettingen ligt uitsluitend een moderne ophooglaag. Op grond hiervan is de archeologische verwachting uit het bureauonderzoek aan te vullen, waarbij geconstateerd kan worden dat de verwachting op nederzettingsresten uit de periode Laat-Paleolithicum-Nieuwe tijd laag is. Deze resten zijn allemaal geërodeerd. Alleen losse vondsten in een water-gerelateerde context zijn niet volledig uit te sluiten; dit zijn resten die toen in het plangebied sprake was van open water zijn bezonken. Hiervoor vormt het plangebied echter geen bijzonder aandachtsgebied: eventuele water-gerelateerde resten zijn waarschijnlijk subrecent (doordat er tot in de 19e eeuw sprake was van getijdewerking) en het plangebied bevindt zich niet nabij een historische bewoningskern (waardoor nederzettingsafval in het water terecht is gekomen). Daarom is de verwachting op deze resten ook naar laag bijgesteld.</p>
提供机构:
Transect
创建时间:
2021-03-01



