five

Archeologische opgraving Lieren Nieuwe Voorweg-Veldbrugweg Beekvallei Archeologische opgraving aan de Veldbrugweg te Lieren in de gemeente Apeldoorn

收藏
DANS Data Station Archaeology2022-12-31 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-XV8-QK4C
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
<p>Econsultancy heeft in opdracht van Nikkels projecten een archeologische opgraving (definitief onderzoek) uitgevoerd in het plangebied aan de Veldbrugweg te Lieren in de gemeente Apeldoorn. In het plangebied worden nieuwe woningen, wegcunetten en riolering gerealiseerd. Bij de daarbij behorende graafwerkzaamheden zal de bodem worden verstoord. Eventueel aanwezige archeologische resten zouden hierbij verloren gaan. Op basis van vooronderzoek werden er binnen het plangebied twee archeologische vindplaatsen verwacht: een vindplaats uit de Bronstijd-IJzertijd en een vindplaats uit de late-Middeleeuwen. Om de archeologische waarden ex situ te behouden, diende onderhavige opgraving te worden uitgevoerd. Doel van de opgraving was het documenteren, registreren en veiligstellen van de archeologische resten die zich in de ondergrond van het onderzoeksgebied bevinden, om daarmee informatie te behouden die van belang is voor kennisvorming over het verleden.</p><p>Binnen het plangebied is 10.633 m2 archeologisch onderzocht, wat resulteerde in 2.172 grondsporen en 6.350 losse vondsten. Daarnaast zijn er diverse monsters genomen voor een pollen-en macrorestenanalyse. Dankzij het onderzoek van de monsters kon een beeld geschetst worden van de vegetatieontwikkeling door de eeuwen heen.</p><p>De sporen, vondsten en monsters zijn geanalyseerd. Op basis van de onderzoeksresultaten kon worden geconcludeerd dat in het plangebied inderdaad sprake is van een vindplaats uit de Vroege-IJzertijd. Daarnaast zijn er sporen uit de late- Middeleeuwen en Nieuwe tijd aangetroffen, die tot vijf verschillende bewoningsfasen (vindplaatsen) gerekend worden; de fases dateren uit de 12e eeuw, 13e eeuw, 14e/15e eeuw, 17e/18e eeuw en eind 18e eeuw/19e eeuw.</p><p>In het gehele plangebied zijn restanten van meerdere huizen, bijgebouwen, spiekers en waterkuilen aangetroffen uit de Vroege IJzertijd. Men leefde in een halfopen cultuurlandschap, met in de omgeving bos, waar elzen, hazelaar en berk groeiden. Verder is een crematiegraf gevonden. Err lijkt echter geen sprake te zijn van een urnenveld.</p><p>Er zijn geen vondsten aangetroffen uit de midden- of late- IJzertijd, noch uit de Romeinse tijd of vroege- Middeleeuwen. Vermoed wordt dat men toen een voorkeur had voor een woonlocatie dicht bij water. Zo is er wel een vroeg-Middeleeuwse vindplaats bekend die 400 m ten zuidoosten van het plangebied ligt. Wanneer in de 12e eeuw de behoefte naar meer landbouwgrond toeneemt, worden de tot dan toe woeste gronden en bossen ontgonnen. Dit gebeurde ook in het onderzoeksgebied, waar het bos plaatsmaakt voor akkers en graslanden. Bij de opgraving zijn restanten van een 12e-eeuws huis, spieker en een mogelijke tonput opgegraven. In de 13e eeuw intensifieert de cultivatie van het land. Het plangebied wordt opgedeeld in meerdere percelen en het terrein wordt bemest met plaggen vermengd met potstalmest. Hierdoor is een decimeters dik esdek ontstaan. In het oosten van het plangebied is geen esdek aanwezig. Vermoedelijk lag het oostelijk deel van het plangebied in de Middeleeuwen buiten de oorspronkelijke es en waren hier één of meerdere boerenerven aanwezig. Pas in de loop van de Nieuwe tijd zal dit deel in agrarisch gebruik genomen zijn.</p><p>Tijdens de 14e en 15e eeuw wordt het terrein niet meer strikt als akkerland gebruikt, maar wordt het ook bewoond. Er zijn meerdere waterputten uit deze periode aangetroffen. Het is onduidelijk waar de woningen gestaan hebben die bij de waterputten horen. Mogelijk zijn de restanten van de woningen verloren gegaan zijn door Nieuwetijdse bodemingrepen (diepploegen).</p><p>De 16e eeuw vormt een hiaat in de bewoningsgeschiedenis van het onderzoeksgebied. Waarschijnlijk was het terrein toen niet bewoond en alleen in gebruik als akkerland. In de 17e en 18e eeuw keert de bewoning terug, getuige de restanten van een (afgebrande) woning uit het einde van de 17e eeuw of begin 18e eeuw en de vondst van meerdere waterputten. Het macroresten-en pollenonderzoek van de monsters uit een waterput heeft aangetoond dat rond de woning diverse akkers hebben gelegen, waar rogge, gerst, tarwe en/of hennep verbouwd werd.</p><p>Tot aan het begin van de 19e eeuw was het zuidoostelijk deel van het terrein bewoond. Er is onder andere een waterput uit deze periode opgegraven. Daarna was het terrein weer enkel als akker/grasland in gebruik, waarbij sprake was van een intensieve beploeging. Door deze diepploegsporen is met name in het zuidoostelijk deel van het onderzoeksgebied veel archeologische informatie verloren gegaan.</p>
提供机构:
Econsultancy BV
创建时间:
2023-01-01
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务