BO IVO Molke te Zuna Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Vakantiepark Mölke (Dennenweg) te Zuna, gemeente Wierden (OV)
收藏DANS Data Station Archaeology2019-12-30 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-ZXH-U425
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>Laagland Archeologie heeft in november 2019 een Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase uitgevoerd op het terrein van Vakantiepark Mölke te Zuna. Het onderzoek vond plaats in verband met de ruimtelijke procedure rondom een herinrichting van het terrein. De meeste ingrepen gaan gepaard met een bodemverstoring die ruim binnen de ondergrens van 50 cm –mv valt. Conform het gemeentelijk beleid dient archeologisch onderzoek uitgevoerd te worden bij ingrepen dieper dan 50 cm. Alleen de aanleg van een watergang in het meest noordelijke deel van het plangebied gaat gepaard met een ontgraving voorbij de vrijstellingsgrens.<br>Het bureauonderzoek had tot doel een archeologisch verwachtingsmodel op te stellen. Centraal staat daarbij de vraag of en zo ja welke archeologische resten (complextype, datering, diepteligging en gaafheid) in het plangebied kunnen worden verwacht. Hiertoe zijn landschappelijke, archeologische en historische bronnen geraadpleegd.<br>Op basis van de inventarisatie ligt het plangebied in een zone met dekzandwelvingen. In het plangebied en in de directe omgeving komen historische boerenerven voor en het centrale deel van het plangebied was rond 1832 in gebruik als bouwland. Tenminste één en mogelijk meer boerenerven zijn tot de 15e eeuw terug te voeren en zijn mogelijk nog ouder. De bouwlandontginning in het centrale deel dateert vermoedelijk uit dezelfde periode. Het te onderzoeken deel (de geplande locatie van de watergang) was in historische tijden in gebruik als hooiland, wat wijst op een laaggelegen, drassig terrein. <br>Op basis van de relatief lage ligging en het historische bodemgebruik worden geen boerderijplattegronden uit de Late Middeleeuwen en/of Nieuwe Tijd verwacht. Mogelijk zijn wel resten van bijgebouwtjes (spiekers) aanwezig of andere sporen van terreininrichting, samenhangend met de nabije boerenerven. Mogelijk zijn in het plangebied resten van jagers/verzamelaars aanwezig (periode Laat-Paleolithicum – Vroeg-Neolithicum), maar de kans hierop wordt middelhoog geacht: het plangebied kent weinig reliëf, maar ligt wel dichtbij (ca. 70 m) de Regge. In de tussenliggende periode (Midden-Neolithicum tot en met Vroege Middeleeuwen was het gebied waarschijnlijk te nat en vlak om geschikt te zijn voor landbouw en bewoning. <br>Op basis van het bureauonderzoek is veldonderzoek uitgevoerd in de vorm van grondboringen. Het verkennende booronderzoek heeft tot doel het verwachtingsmodel te toetsen en zonodig aan te vullen. Hiertoe zijn verspreid over het toegankelijke deel van het plangebied verkennende boringen gezet. In dit stadium is verkennend booronderzoek de meest efficiënte onderzoekswijze om de archeologische potentie van het plangebied in kaart te brengen. Daarnaast zijn karterende boringen gezet. Karterend booronderzoek heeft tot doel archeologische vindplaatsen op te sporen. <br>Uit het verkennend booronderzoek blijkt dat de bodem ter hoogte van de geplande watergang tot in de C-horizont is verstoord. De kans dat het gebied hier nog archeologische resten met een intacte archeologische context bevat wordt daarom laag geacht. De aanvullende karterende boringen ter plaatste hebben geen archeologische indicatoren opgeleverd. Op basis van de resultaten van het veldonderzoek wordt geadviseerd geen archeologisch vervolgonderzoek in het plangebied uit te voeren en het plangebied vrij te geven voor het aspect archeologie.<br>De implementatie van dit advies is in handen van de bevoegde overheid, de provincie Overijssel. De provincie wordt hierin vertegenwoordigd door haar deskundige, mevr. S. Wentink.<br>Mochten tijdens de werkzaamheden onverhoopt toch archeologische resten worden aangetroffen, of resten waarvan redelijkerwijze kan worden vermoed dat het om archeologische resten gaat, dan geldt op grond van de Erfgoedwet (art. 5.4) een meldingsplicht. Dit kan bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE, www.cultureelerfgoed).</p>
提供机构:
Laagland Archeologie VOF
创建时间:
2019-01-01



