Archeologisch onderzoek N995 Bedum-Onderdendam, gemeente Het Hogeland; inventariserend veldonderzoek d.m.v. boringen
收藏DANS Data Station Archaeology2020-08-03 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-ZJG-PVDE
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>In opdracht van de provincie Groningen heeft Sweco Nederland B.V. een archeologisch inventariserend veldonderzoek door middel van boringen uitgevoerd naar de locatie plangebied wegverbetering N995 tussen Bedum en Onderdendam in de gemeente Het Hogeland. De aanleiding voor dit onderzoek zijn voorgenomen werkzaamheden ter verbetering van de bestaande verharde weg tussen km 7.3 en km 9.9. De werkzaamheden worden binnen het profiel van de huidige verharde weg uitgevoerd. De huidige verharding (circa 0,2 m) en puinfundering (circa 0,2 m) worden verwijderd. Daarna wordt tot circa 1 m -mv een nieuwe zandfundering aangebracht met daarop een nieuwe verharding. </p><p>Binnen het plangebied kunnen archeologische resten worden aangetroffen vanaf de IJzertijd t/m de Nieuwe Tijd. De resten uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd worden direct onder het maaiveld verwacht; oudere resten (IJzertijd/Romeinse tijd) kunnen op een diepte vanaf circa 2 m -mv aanwezig zijn. Het tussenliggende pakket bevat naar verwachting geen archeologische resten. Op een dieper niveau (top pleistoceen dekzand) kunnen resten uit de periode Laat Paleolithicum/Mesolithicum t/m Vroege Bronstijd aanwezig zijn. Deze liggen ver onder de onderkant van de voorgenomen ingrepen.</p><p>Het veldwerk voor het inventariserend veldonderzoek is verricht op dinsdag 30 juli t/m donderdag 2 juli 2020 door senior KNA prospectoren en junior archeologen. Het archeologisch onderzoek is in combinatie uitgevoerd met een funderingsonderzoek en een milieukundig bodemonderzoek. In totaal zijn 45 boringen uitgevoerd op het gehele tracé, waarvan 33 boringen in de zone waar archeologische onderzoek diende plaats te vinden. De overige 15 boringen zijn uitgevoerd voor het funderings- en milieukundig bodemonderzoek. De boringen zijn voorgeboord door middel van een mechanische boorwagen waarbij een boorgat van 11 cm is gemaakt door het asfalt en het daaronder liggende puincunet tot een diepte van ca. 0,4 – 0,5 m -mv. Vervolgens zijn handmatige grondboringen verricht met behulp van een Edelmanboor met een diameter van 8 cm en een guts. De boringen zijn uitgevoerd tot maximaal 0,3 m in de C-horizont en/of tot een maximale diepte van 2,0 m beneden maaiveld. De boringen zijn gezet op een tracé/lijn met boringen om de 50 m. </p><p>Uit het veldonderzoek is gebleken dat de bodemopbouw bestaat uit drie pakketten: een afdekkend verhardingspakket bestaande uit een puincunet (baksteenbrokken en natuursteen kiezels) onder een asfaltlaag op een zwak tot matig siltig kleipakket (lichte klei; hogere kwelderafzettingen) op een zwak tot matig zandig kleipakket met zandlaagjes (lagere kwelder of wadafzettingen). In het siltige lichte kleipakket is in twee boringen een circa 10 cm dikke band of niveau aangetroffen dat als een vegetatiehorizont of ‘woudlaag’ is geïnterpreteerd. Deze humeuze, stevige grijsbruine kleilaag duidt op den fase in de landschapsontwikkeling waarin tijdens een droge periode vegetatie ontwikkelde op de kwelder en in principe bewoning of begrazing mogelijk was. Er zijn in deze en ook in de andere boringen geen archeologische indicatoren aangetroffen. Er zijn in enkele boringen resten aangetroffen van een oudere, met puin verharde weg. </p><p>Op basis van de resultaten van het inventariserend veldonderzoek wordt voor het plangebied geen vervolgonderzoek aanbevolen. De voorgenomen bodemingrepen kunnen zonder archeologisch voorbehoud worden uitgevoerd.</p>
提供机构:
SWECO
创建时间:
2020-07-28



