five

Langs de oever van een nieuwe rivier

收藏
Mendeley Data2024-01-31 更新2024-06-27 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/dans-27r-tjzq
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
Ten westen van Utrecht wordt sinds midden jaren '90 gewerkt aan de realisatie van de VINEX-locatie Leidsche Rijn, grotendeels gelegen op de stroomrug van de Oude Rijn. Vanaf 1997 vindt er op grote schaal archeologisch onderzoek plaats, voor het merendeel uitgevoerd door afdeling Erfgoed van de gemeente Utrecht. Alhoewel de bewoning in dit gebied al teruggaat tot de middenbronstijd, dateren veel nederzettingsterreinen uit de Romeinse periode en de vroege en late middeleeuwen. Na het vertrek van de Romeinen vond er in de vierde en vijfde eeuw een bevolkingsteruggang plaats. De spaarzame vindplaatsen uit deze periode in Leidsche Rijn hebben een direct verband met eerdere Romeinse militaire locaties. Aan het einde van de vijfde eeuw creëerde de Rijn een nieuwe loop binnen de stroomgordel, waarlangs vervolgens op meerdere plekken nieuwe bewoning ontstond. Een van de vroegste voorbeelden van een dergelijke nieuwe nederzetting werd in de periode van 1998 tot en met 2007 opgegraven door afdeling Erfgoed gemeente Utrecht door middel van zeven afzonderlijke archeologische onderzoeken. Tijdens een noodwaarneming, drie proefsleuvenonderzoeken en drie opgravingen werd een meer dan 365 m lang boerderijlint opgegraven. Om verschillende redenen is de uitwerking van al deze projecten destijds uitgesteld en heeft deze pas plaatsgevonden in de periode van 2015 tot en met 2017. In deze basisrapportage worden de resultaten van deze zeven onderzoeken als één geheel gepresenteerd.Het onderzoeksterrein bleek sporen te bevatten die van ruim voor de vroege middeleeuwen dateren. Een van de grootste verrassingen was de vondst van een skelet van een man, dat in de natuurlijke bodem onder de Merovingische nederzetting lag en bij toeval werd aangetroffen. Alhoewel 14C-dateringen mislukten, kan door de ligging in een natuurlijke laag worden vermoed dat deze menselijke resten dateren uit de late ijzertijd of de vroeg-Romeinse periode. Het skelet bevond zich in een opvallende positie en was afgedekt door natuurlijke sedimentatie. Specialistisch onderzoek van het botmateriaal toonde aan dat de man door geweld om het leven is gekomen en onder meer een schedelbasisfractuur had. Vlakbij werden resten van een paard aangetroffen, dat eveneens door natuurlijke bodemlagen was afgedekt. Mogelijk hoorde het paard bij de man en zijn ze tegelijkertijd gedood en achtergelaten in een vermoedelijk moerasachtige gebied tussen twee zandruggen in. De vroegmiddeleeuwse nederzetting bestond uit minstens zeven erven, gesitueerd op een lage zandrug parallel aan de rivier. De bewoning moet zijn begonnen in het laatste kwart van de vijfde eeuw en bleef bestaan tot waarschijnlijk het laatste kwart van de zevende eeuw. De erven werden aanvankelijk afgebakend met behulp van lange vlechtwerkwanden, later kwamen daar greppels voor in de plaats. Er werd slechts één boerderijplattegrond aangetroffen, maar er zijn aanwijzingen dat op ieder erf een boerderij heeft gestaan. Dat zou onder andere kunnen worden afgeleid uit de verspreiding van de vijf waterputten, drie waterkuilen en diverse korte (huis?)greppels met een grote hoeveelheid vondsten en houtskool. Er werden vele paalkuilen aangetroffen, op basis waarvan acht kleine bijgebouwtjes zijn gereconstrueerd, waarvan de functie echter veelal onduidelijk is. Op één van de erven werd een merkwaardige vierkante structuur van ca. 12 bij 14 m aangetroffen, die bestaan lijkt te hebben uit vier afzonderlijke wanden met korte greppels eromheen. De structuur is geïnterpreteerd als werkplaats, al blijft de exacte functie door het ontbreken van vondsten vooralsnog onduidelijk. Aan de noordzijde van de nederzetting waren naast de zandrug delen van een vuil loopniveau zichtbaar, waarin veel vondstmateriaal werd aangetroffen. Enkele bijzondere metalen voorwerpen uit deze laag zijn een zilverbaartje, een fragment van een zilveren fibula en een imitatie van een sceatta. Er zijn aanwijzingen dat er binnen de nederzetting speciale deposities hebben plaatsgevonden, zoals dat ook voor andere vroegmiddeleeuwse nederzettingen is aangetoond. Er werd namelijk een kuiltje met een menselijke schedel, onderkaak en rib gevonden. Ook twee kuilen met een groot aantal onderkaken van varkens doen vermoeden dat er een speciale depositie heeft plaatsgevonden. Uit het aardewerkensemble van de nederzetting komt een beeld naar voren van een eenvoudige agrarische nederzetting, die deel uitmaakte van hetzelfde netwerk als de omliggende vroegmiddeleeuwse woonplaatsen. Ook uit de overige materiaalcategorieën spreekt geen meer dan gemiddelde rijkdom of sociale status. Onderzoek van de dierlijke botten toonde aan dat de bewoners vooral rund- en varkensvlees aten, alhoewel ook schapen/geiten, edelherten en reeën op het menu stonden. Daarnaast kwamen gevogelte en vis op tafel. De vondst van een groot aantal tufstenen netverzwaarders doet vermoeden dat de bewoners zelf visten in de omgeving van de nederzetting. Er waren tevens paarden, honden en katten aanwezig op de boerenerven. Pollen van tarwe, rogge en mogelijk gerst tonen aan dat deze granen werden verbouwd, terwijl maalsteenfragmenten aantonen dat de bewoners het graan ook verwerkten. De hier gepresenteerde Merovingische nederzetting vormt een nieuwe aanvulling op ons beeld van Leidsche Rijn in de vroege middeleeuwen. Helaas hebben de zeven archeologische onderzoeken, net als bij de eerder onderzochte nederzettingen uit deze periode, geen aanwijzingen opgeleverd voor de ligging van het bijbehorende grafveld. Ondanks de vele bekende terreinen met sporen uit deze eeuwen is nog nooit een menselijk graf uit de Merovingische of Karolingische periode aangetroffen in Leidsche Rijn. Het ontbreken daarvan vormt een van de grootste mysteries van meer dan twintig jaar archeologisch onderzoek ten westen van Utrecht.
创建时间:
2024-01-31
5,000+
优质数据集
54 个
任务类型
进入经典数据集
二维码
社区交流群

面向社区/商业的数据集话题

二维码
科研交流群

面向高校/科研机构的开源数据集话题

数据驱动未来

携手共赢发展

商业合作