Kerkhof Sint Mariaklooster (AAR 83)
收藏Mendeley Data2024-03-27 更新2024-06-27 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/UPN10M
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
Bij een verbouwing van pand Nes 116, waarbij de kruipruimte van de achterbouw in afwijking van het bouwplan tot 0,80 m – NAP werd verdiept, werden menselijke skeletresten gevonden. Na melding van de vondst heeft BMA in mei 2012 een Inventariserend Veldonderzoek uitgevoerd, waarbij de vraag centraal stond of het om in situ begravingen ging die mogelijk verband hielden met de aanwezigheid van het voormalige kerkhof van het Sint Mariaklooster. De ondergrond van de kruipruimte bestond uit een humeuze donkere kleilaag waarvan de bovenzijde in het oostelijk deel op 0,10 m – NAP (ca. 1,1 m onder maaiveld) lag. Aan het oppervlak van dit loopvlak, dat mogelijk bij de verbouwing is vergraven en oorspronkelijk hoger lag, waren losse menselijke botten zichtbaar. Deze laag was ca. 70 cm dik en dekte een niveau van grafkisten af waarvan er zes op een rij op ca. 0,70 – NAP zijn aangetroffen. De kisten waren in de lengte oost-west georiënteerd en lagen nog op hun oorspronkelijke plek, strak naast elkaar geplaats. Het eikenhout was sterk vergaan en ook de kisten waren beschadigd en incompleet. Van de intacte bodem van één exemplaar konden de maten worden herleid: 1,74 m lengte met een hoofdeinde (54 cm) dat breder was dan het voeteneinde (24 cm). Een dendrochronologische datering van de bodem leverde een veldatum op van 1567. Drie kisten bevatten skeletdelen die nog in anatomisch verband lagen en met hun hoofd naar het westen waren bijgezet. Fysisch antropologisch onderzoek door dr. E. Smits en drs. M. d’Hollosy (Amsterdams Archeologisch Centrum/ Universiteit van Amsterdam) wees uit dat de drie skeletten uit de grafkisten afkomstig waren van jonge vrouwelijke individuen tussen de 20 en 34 jaar. Direct tussen de kisten lagen de overblijfselen van nog eens twee jonge vrouwen. De kleilaag boven de grafkisten bevatte een reeks van losse skeletresten, die afkomstig waren van negen individuen, waaronder minimaal vier vrouwen en minstens twee mannen. De aanwezigheid van de grafkisten houdt zonde twijfel verband met de locatie van het voormalige kerkhof van het Sint Mariaklooster onder pand Nes 116. Het gaat immers om in situ graven die onderdeel vormen van een groter complex aan begravingen. Een sondering wees uit dat zich onder het vrijgelegde niveau van grafkisten nog een laag kisten bevindt. Ook is vastgesteld dat het talud van de kleilaag nog meer restanten van grafkisten en losse botten bevat. De dendro-datering 1567 sluit aan bij de gebruiksperiode van het kerkhof en ook de overgrote vertegenwoordiging van vrouwelijke individuen onder de skeletresten correspondeert met de begravingen die men zou verwachten op een kerkhof van een nonnenklooster. De waterkelder en waterput langs de zuidmuur van de kruipruimte zijn structuren die verband houden met het gebruik van het terrein na de kloosterfase. Op basis van de gebruikte baksteen en de aanwezigheid van een baksteenklamplaag aan de binnenzijde van de bak kan de waterkelder in de 18de eeuw worden gedateerd. De waterput kan gerelateerd worden aan de bouw van woonhuizen in de 17de eeuw.
创建时间:
2024-03-09



