Transect-rapport 1083: Inventariserend Veldonderzoek door middel van Proefsleuven. Rotterdam, MOK-tracé Spaansebocht, Gemeente Rotterdam (ZH)
收藏DANS Data Station Archaeology2017-02-14 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-ZVE-87GV
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>In september 2016 is een Inventariserend Veldonderzoek door middel van Proefsleuven (IVO-P; waarderende fase) uitgevoerd aan de Spaanse Bocht, in Rotterdam (gemeente Rotterdam). De aanleiding voor het onderzoek is de aanvraag van een omgevingsvergunning ten behoeve van de aanleg van een nieuwe 150 kV verbinding. Het tracé staat bekend onder de afkorting ‘MOK’ (Marconi – Ommoord – Krimpen) en is circa 22 km lang. De nieuwe verbinding zal worden gerealiseerd door middel van het graven van sleuven en ondergrondse horizontale boringen. Op de archeologische waarden- en beleidskaart van de gemeente Rotterdam is te zien dat het onderzoeksgebied in een zone met een middelhoge tot hoge archeologische verwachting ligt (bijlage 2). Bij de genoemde grondroerende activiteiten kunnen dan ook eventueel aanwezige archeologische waarden worden aangetast. Onderhavig onderzoek beperkt zich tot twee zones (langs de Spaansebocht) die naar aanleiding van het archeologisch vooronderzoek zijn geselecteerd. Uit het vooronderzoek (Nales 2015; 2016) is immers gebleken dat aldaar een hoge verwachting geldt voor resten uit de periode Midden-IJzertijd tot en met de Late-Middeleeuwen. Conclusie Op basis van het uitgevoerde proefsleuvenonderzoek kan worden geconstateerd dat in het noordelijk deel van het onderzoeksgebied (werkput 1) een sloot en diverse ophogingslagen uit de Nieuwe tijd zijn aangetroffen. Daarnaast zijn in diezelfde werkput drie vergravingen aangetroffen waarvan onduidelijk is of dit eveneens sloten betreffen. De sloot (S.1) en het bovenliggende ophogingsdek (S.1500) zijn op basis van vondstmateriaal, stratigrafie en een vergelijking met historisch kaartmateriaal hoogstwaarschijnlijk in de 19e/20e eeuw te plaatsen. De overige (mogelijke) sloten (S.3 t/m 5) en ophogingslagen (S.2000) kunnen vanwege de afwezigheid van goed dateerbaar vondstmateriaal niet nauwkeuriger worden gedateerd dan de 16e t/m 20e eeuw. Het vondstmateriaal is summier en betreft alleen de materiaalcategorieën keramiek (aardewerk en bouwmateriaal) en metaal. Er zijn vooral fragmenten baksteen verzameld (waaronder twee complete gele bakstenen) en roodbakkend aardewerk (15e t/m 19e eeuw). Daarnaast is één scherf steengoed (16e eeuw) en een fragment wit porselein (17e t/m 20e eeuw) aangetroffen. Het metaal betreft enkele ijzeren spijkers, een bronzen conische schijf (waarschijnlijk geklonken geweest) en een ondetermineerbaar muntje. Tegen de verwachtingen in zijn er dus geen resten uit de IJzertijd en/of Romeinse tijd aangetroffen, iets wat op basis van het vooronderzoek wel de verwachting was. Ook zijn bij aanvullende boringen die in het vlak van werkput 1 zijn gezet geen sporen van een onderliggend archeologisch niveau aangetroffen. Het verschil tussen het karterende booronderzoek en het nu uitgevoerde proefsleuvenonderzoek is waarschijnlijk in hoge mate toe te wijzen aan het sterk heterogene karakter van de bovengrond. Mogelijk dat een sterk humeuze laag voor archeologisch niveau is aangezien. Het zuidelijk deel van het onderzoeksgebied (werkput 2) bleek tot minimaal twee meter onder het maaiveld verstoord. Hier worden ook geen archeologische resten meer verwacht</p>
提供机构:
Transect
创建时间:
2017-02-15



