five

Bureauonderzoek Archeologie Plangebied Past. van Schijndelstraat, tussen nr. 45 en 49 te Boerdonk Gemeente Veghel

收藏
Mendeley Data2024-01-31 更新2024-06-27 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/dans-xa6-puuv
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
Op grond van de bestudeerde bronnen kan geconcludeerd worden dat het plangebied een hoge trefkans heeft op archeologische resten uit de periode vanaf het (Laat)Paleoliticum tot en met de Nieuwe Tijd. De aanbeveling luidt om in geval van planvorming en voorafgaand aan vergunningverlening voor bodemingrepen vroegtijdig archeologisch onderzoek in de vorm van een verkennend archeologisch veldonderzoek (IVO, inventariserend veldonderzoek, verkennende fase) uit te voeren.Aangezien het definitieve bouwplan en de exacte locaties waar de bodemingrepen gaan plaatsvinden nog niet bekend zijn, wordt aanbevolen om het gehele plangebied te onderzoeken door middel van grondboringen. Op grond van de leidraad voor karterend bodemonderzoek van gemeente Veghel wordt in de verkennende fase uitgegaan van minimaal 4 boringen per deelgebied. Aangezien de perceelgrootte 800 m2 bedraagt, dienen minimaal 4 grondboringen te worden gezet tot 25 cm in de ongeroerde grond. Bij een intacte bodem dienen bovendien conform de SIKB Leidraad IVO Karterend Booronderzoek (2006) en KNA 3.2 Protocol: Inventariserend Veld Onderzoek , 20 megaboringen per ha te worden gezet.Bouwdossiers hebben niet aangetoond dat er bebouwing op het perceel is geweest. De exacte plek van de stal met gierkelder is slechts bij benadering te achterhalen. Niet uitgesloten is dat er zich een verstoring van het bodemprofiel ter plaatse van de stal heeft voorgedaan. Dit is echter niet uit milieukundig bodemonderzoek gebleken.Gezien de verwachte intactheid van het bodemprofiel (vgl. de resultaten van het milieukundig onderzoek) adviseren wij om direct karterende boringen te zetten. In veel gemeenten worden 6 boringen als ondergrens gehanteerd om de trefkans op archeologische waarden te optimaliseren. Wij adviseren derhalve 6 karterende boringen te zetten. De boringen worden volgens een driehoeksgrid geplaatst met een edelmanboor (ø 15 cm). De minimale boordiepte bedraagt 50 cm-mv en de maximale boordiepte bedraagt naar verwachting 120 cm-mv. De boorkernen dienen volledig te worden gezeefd over een metalen zeef met een maaswijdte van 4mm en onderzocht op de aanwezigheid van archeologische indicatoren zoals scherven aardewerk, vuursteen, botfragmenten, fosfaten en houtskoolresten. De boringen worden ingemeten ten opzichte van het RD grid en NAP. Tevens dient de zandhoogte (het reliëf) bepaald te worden. Op grond van de onderzoeksresultaten zal bepaald worden of sprake is van een intact bodemprofiel en aanwezigheid van archeologische waarden en zal aanbevolen worden of nader onderzoek noodzakelijk is of niet.Verder dient te allen tijde bij het afgeven van een omgevingsvergunning de wettelijke meldingsplicht (ex artikel 53 Monumentenwet 1988) kenbaar te worden gemaakt, om het documenteren van toevalsvondsten te garanderen: “Degene die anders dan bij het doen van opgravingen een zaak vindt waarvan hij weet dan wel redelijkerwijs moet vermoeden dat het een monument is (in roerende of onroerende zin), meldt die zaak zo spoedig mogelijk bij onze minister”. Deze aangifte dient te gebeuren bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed in Amersfoort. Het verdient aanbeveling ook de verantwoordelijk ambtenaar van degemeente Veghel (dhr. G.J. Timmer) hiervan per direct in kennis te stellen.De resultaten en aanbevelingen uit het bureauonderzoek dienen te worden getoetst enonderschreven door het bevoegd gezag, gemeente Veghel en diens adviseur, degemeentelijk archeoloog van ‘s-Hertogenbosch (de heer drs. R. van Genabeek).
创建时间:
2024-01-31
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务