Archeologisch vooronderzoek in het kader van aanleg van kabels en trafostations in Boekelermeer te Alkmaar, gemeente Alkmaar, Castricum en Heiloo
收藏Mendeley Data2024-04-21 更新2024-06-27 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/HKPOFV
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
In opdracht van Aveco de Bondt heeft Vestigia Archeologie Cultuurhistorie een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd in het kader van het vervangen en de aanleg van nieuwe kabels met trafostations in bedrijventerrein Boekelermeer te Alkmaar, gemeente Alkmaar, Castricum en Heiloo (afbeelding 1, 2 en 3, kaart 1). Het grootste gedeelte van het tracé is gelegen in Alkmaar. Aan de Koelmalaan liggen de noordelijkste delen. Verder worden werkzaamheden uitgevoerd ter plaatse van de Laandenderweg, Robijnstraat, Diamantweg, Topasweg, Smaragdweg, Toermalijnstraat, Boekelemeerweg, Zirkoonstraat, Boekelerdijk en Barnsteenstraat. In Heiloo worden kabels gelegd aan de Boekelermeerweg en de Kanaalweg. Dit deel loopt door in Castricum met werkzaamheden op de Boekel en de Molenlei. Voor het overzicht worden de tracés opgedeeld in deelgebieden (kaart 2). In zijn algemeenheid worden de kabels aangelegd middels open ontgraving van ca. 1 m diepte en ca. 1 m aan weerszijden van de kabel of wordt gebruikt gemaakt van een persing. Bij de persing zal de kabel op ca 4 – 8 m onder maaiveld worden aangelegd. Het in- en uittredepunt wordt tot ca. 1 m ontgraven over een oppervlakte van 8 m2. De ligging van de leidingen is indicatief en wordt pas definitief bepaald bij de uitvoering. Voor de aan te leggen trafostations wordt uitgegaan van een fundering op ca. 1 m – mv. Er zullen onder ieder trafostation vier heipalen worden geslagen voor de fundering. De trafohuisjes hebben een oppervlak van 54 m2. Voorafgaand aan de ingrepen dient in kaart te worden gebracht of bij de ingrepen eventueel archeologische waarden worden bedreigd. Gezien de aard van de ingrepen (m.n. de ontgraving voor de kabels en de lengte van de heipalen onder de trafostations) zullen deze mogelijk tot in de archeologisch relevante niveaus reiken. Binnen het plangebied kunnen in de diepere ondergrond verspreide resten voorkomen van het Paleolithicum t/m het vroeg Neolithicum. Deze resten worden echter op een diepte van ca. 20 - 30 m onder het huidige maaiveld verwacht en zullen door de geplande werkzaamheden niet verstoord worden. Vanaf het laat Neolithicum vormt zich een strandwal in het zuidoosten van het plangebied. Op deze strandwal worden resten vanaf deze periode verwacht. Uit het historisch kaartmateriaal en de archeologische inventarisatie blijkt dat deze strandwal continue bewoond geweest is. De strandwal kan worden aangetroffen vanaf ca. 1 m onder maaiveld. Op de lagere delen van de strandwal is bij eerder onderzoek veel erosie aangetoond, waardoor hier minder kans is op het aantreffen van archeologische resten. Vanaf de Middeleeuwen is het plangebied grotendeels een meer. Na de ontginningen en de inpolderingen kunnen in het plangebied langs de dijken of strandwallen resten van bewoning aangetroffen worden, de stolpboerderijen in de omgeving van het plangebied vormen daarvoor een extra aanwijzing. Daarnaast kunnen ook structuren gerelateerd aan de inpolderingen zelf aanwezig zijn, bijvoorbeeld van de Ringsloot of de Middentogt. Deze resten kunnen vanaf het maaiveld voorkomen. Uit de Nieuwste tijd dient ten slotte nog rekening te worden gehouden met resten van het Neue landfront. Er kunnen bunkers, kleine opstellingen, loopgraven of mangaten in het plangebied aanwezig zijn. Advies Binnen het plangebied is sprake van een archeologische verwachting op het aantreffen van verspreide resten vanaf het laat Neolithicum tot en met de Nieuwe tijd. Deze resten kunnen voorkomen vanaf het maaiveld tot ca. 1 m onder maaiveld en kunnen daardoor verstoord worden door de geplande ingrepen. Echter, delen van het plangebied zijn ook al verstoord geraakt door eerder uitgevoerde werkzaamheden. Er zijn daardoor slechts enkele zones aan te duiden waar vervolgonderzoek benodigd is, omdat deze overlappen met historische infrastructuur van de inpolderingen, historische bebouwing of gelegen zijn ter plaatse van de strandwal en binnen deze zones nog geen verstoringen zijn vastgesteld. Deze zones zijn aangeduid op kaart 8 en afbeelding 13. Voor deze zones wordt een archeologische begeleiding van de werkzaamheden geadviseerd in verband met de smalle ontgraving en geringe diepte. Hiervoor dient eerst een Programma van Eisen te worden opgesteld dat ter beoordeling en goedkeuring voorgelegd moet worden aan het bevoegd gezag, gemeente Alkmaar, Castricum en Heiloo. Overige delen van het plangebied behoeven geen vervolgonderzoek. Al geldt voor het hele plangebied dat mogelijk resten uit de Tweede Wereldoorlog aanwezig kunnen zijn. Het wordt geadviseerd om een Werkprotocol Toevalsvondsten op te stellen indien op dergelijke of andere onverwachte archeologische resten gestuit wordt. Het is aan het bevoegd gezag, de gemeente Alkmaar, Castricum en Heiloo, om een besluit te nemen ten aanzien van het beëindigen of verder laten verlopen van het onderzoeksproces. Dit besluit kan afwijken van het bovenstaande advies. Ook wanneer het bevoegd gezag besluit dat vervolgonderzoek niet noodzakelijk is en het onderzochte gebied wordt vrijgegeven voor de voorgenomen ontwikkelingen, blijft de meldingsplicht archeologische toevalsvondst of waarneming van kracht (Erfgoedwet, artikel 5.10 Archeologische toevalsvondst). Aangezien het nooit volledig is uit te sluiten dat tijdens eventueel grondverzet een archeologische ‘toevalsvondst’ wordt gedaan, is het wenselijk de uitvoerder van het grondwerk te wijzen op de plicht om hiervan zo spoedig mogelijk melding te doen bij het bevoegd gezag, de gemeente Alkmaar, Castricum en Heiloo, en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE). Naschrift Op 28 maart 2024 is van de gemeente Alkmaar (dhr. P. Bitter) een terugkoppeling ontvangen op onderhavig rapport. De op- en aanmerkingen zijn in de lopende tekst en de visuele ondersteuning verwerkt. De gemeente kan zich vinden in de aangeduide zones voor vervolgonderzoek. De gemeente adviseert echter wel eerst een booronderzoek uit te voeren om vast te stellen in welke mate het terrein is opgehoogd in de jaren ’90 van de 20e eeuw. Op basis van deze resultaten kunnen mogelijk zones afvallen voor een archeologische begeleiding.
创建时间:
2024-04-17



