Het buitenklooster Bethlehem aan de Bangert in Blokker
收藏DANS Data Station Archaeology2010-06-23 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-X9W-5YMQ
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>Van 5 oktober 2005 tot en met 20 januari 2006 en van 30 maart tot en met 25 april 2008 werd door de Archeologische Dienst van de gemeente Hoorn in het plangebied ‘Bangert en Oosterpolder’ een definitief archeologisch onderzoek (DAO) uitgevoerd op de onbebouwde stroken land ten zuiden van de percelen Bangert 36 tot en met 40. Het betrof de locatie van een laatmiddeleeuws vrouwenklooster. Reeds enkele dagen na aanvang van het DAO kon worden vastgesteld dat de inrichting van het kloosterterrein heel anders van aard was dan tot dan toe verondersteld werd. De resten van het klooster bleken gaver bewaard te zijn. Bovendien bleek het kloosterterrein veel grootschaliger dan gedacht. Totaal is circa 2,6 ha. opgegraven. De vervolgcampagne in 2008 werd gecombineerd met een aanvullend historisch archiefonderzoek.<br>De funderingsresten zijn in het grootste deel van het terrein in de decennia voor aanvang van het onderzoek geheel verwijderd. Ooggetuigen uit de directe omgeving stellen dat er zeer veel baksteenmateriaal uit de bodem is verwijderd, met het oog op betere bewerkingsmogelijkheden van de fruitgaarden en de latere glastuinbouwbedrijven. De reconstructie van de kloosterinrichting is voornamelijk gebaseerd op de nog gedeeltelijk aanwezige, dieper ingegraven<br>funderingsleuven. Deze waren gevuld met een mix van mortel en schelpengruis en dienden ter stabilisering van de grond direct onder de funderingen. Vooral ter plekke van oudere sloten en greppels werden de funderingssleuven zeer diep aangelegd, tot in de ongestoorde natuurlijke ondergrond. Dankzij slooppuin in de directe omgeving van de kloosterbebouwing kon toch een beeld worden geschetst van de kloosterbebouwing, die voornamelijk uit bakstenen gebouwen bestond. Tijdens het vervolgonderzoek in 2008 werden resten aangetroffen van de ommuring van het klooster. Dankzij deze resten kon een extra fase (fase 2c) worden toegevoegd aan de reconstructietekeningen.<br>De opgraving van het houten bruggenhoofd in de uiterste zuidoosthoek van het terrein was van groot belang voor de reconstructie van de toegankelijkheid van het klooster. Dit geldt vooral voor de twee laatste fasen in het bestaan van het klooster, de uitbreiding en de voltooiing van het complex.<br>Het klooster werd in fase 2a (1475-1494) aangelegd binnen een aantal samengevoegde, smalle percelen. De sloten om de percelen bleven merendeels in gebruik, waarschijnlijk genoodzaakt door de relatief hoge grondwaterstand. In zekere zin was het terrein van aanvang af van de omgeving gescheiden door waterwegen.<br>In fase 2b (1494-1540/1550) werd de zuidelijke helft voorzien van een dubbele omgrachting. Hier concentreerden zich vermoedelijk de ambachtelijke en economische activiteiten van het klooster. Binnen de noordelijke helft van het terrein ontwikkelde de bebouwing van het klooster zich tot het klassieke beeld van een vierkante of rechthoekige kloostertuin,omzoomd door bebouwing.<br>In fase 2 c (1540/1550-1573) werd vrijwel het gehele terrein van het klooster ommuurd. Door de aanleg van deze muur hadden de bewoners van het klooster veel meer controle over de toegankelijkheid van het terrein, zowel over landwegen als over waterwegen.<br>Het kloosterterrein is nog lange tijd na de Reformatie herkenbaar gebleven in het landschap. Dit blijkt onder meer uit latere verbouwingen aan het oudst aantoonbare kloostergebouw in de noordwesthoek van het terrein, dicht tegen de Bangert (W 1). Ook BRUG 5 in het zuidwesten van het onderzoeksterrein is nog lange tijd blijven staan. Voor continuering van het gebruik van de overige bebouwing zijn geen sluitende archeologische bewijzen gevonden. Het is echter aannemelijk dat een deel van de bebouwing is gesloopt in de periode vlak na de sluiting van het klooster in 1573.<br>De meeste grotere kloostercomplexen en kastelen in het buitengebied van noordwestelijk Nederland ondergingen dit lot in die tijd. De hervormingsgezinde machthebbers wilden hiermee voorkomen dat ze onderdak zouden bieden aan Spaansgezinde legers.<br>Tegen het einde van de campagne van 2005/2006 werden de resten van minimaal 63 individuen opgegraven. Er werden wel enige funderingsresten aangetroffen die duidelijk in relatie stonden tot de begravingen. De relatief lichte funderingen ervan wijzen in de richting van lage muurtjes, waarmee de zuidelijke grens tussen de begraafplaats en de rest van de kloostertuin werd aangegeven. Daar de kapel niet werd aangetroffen tijdens het onderzoek, is het niet uitgesloten dat een deel van de doden wel in de kapel is bijgezet.</p>
创建时间:
2010-06-24



