Gemeente Zuidplas plangebied Sluis Zevenhuizer Verlaat te Zevenhuizen
收藏DataCite Commons2025-01-27 更新2025-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/NTGXTR
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
Het plangebied ligt in het perimariene getijdengebied. Op circa 15 m -NAP komen de Pleistocene afzettingen voor, daarboven bevinden zich Holocene afzettingen. In eerste instantie zijn er grove zanden en grind afgezet door de Rijn. Naarmate de zee meer invloed kreeg, werd er meer klei en silt afgezet. Na het ontstaan van een kustbarriëre ten westen van het plangebied ontstond er een waddengebied met slikken en schorren. In het neolithicum begon de veengroei in het plangebied en ontstond er een dik veenpakket. Niet lang daarna, vanaf het laat neolithicum – bronstijd, werd het veen doorsneden door noord-zuid georiënteerde veenstroompjes, waarvan de Rotte (in het westen grenzend aan het plangebied) er één was. In de vroege middeleeuwen ontstonden er nederzettingen op de oevers van de veenstroompjes, waaronder waarschijnlijk een nederzetting iets ten noorden van het plangebied. Vanuit deze nederzettingen werd het veen ontgonnen en in gebruik genomen. Het ontgonnen veen begon in te klinken en er werd een achterkade aangelegd. Vermoedelijk in de eerste helft van de 14e eeuw verplaatste de nederzetting zich naar deze achterkade en kwam Zevenhuizen op de huidige locatie te liggen. Door de verregaande ontginningen, inklinking en veenwinning werd het land erg kwetsbaar voor overstromingen. In de 18e eeuw was Zevenhuizen omringd door grote plassen water en lag het erg geïsoleerd. De natte gronden werden opnieuw drooggelegd. Daarvoor werd onder andere de sluis in het plangebied aangelegd in 1740. In 1752 werd begonnen met het droogleggen van de Eendragtspolder. Ter behoeve van de drooglegging werd nabij het plangebied gelegen stammende Eendrachtsmolen gebruikt. Het plangebied veranderde hierna nog maar weinig. Ten oosten van het plangebied is in 2014 een deel van de Eendragtspolder opnieuw onder water gezet om de rivier de Rotte meer ruimte te geven. Voorafgaand aan deze verandering heeft er archeologisch vooronderzoek plaatsgevonden. Er zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen nabij het plangebied. Op basis van het bureauonderzoek geldt er voor het hele plangebied een onbekende verwachting op resten uit het paleolithicum – neolithicum. Voor het deel ten noorden en westen van de sluis geldt een middelhoge verwachting op bewoningsresten uit het neolithicum – Romeinse tijd. In hetzelfde deel geldt een hoge verwachting op resten uit de vroege middeleeuwen – nieuwe tijd. Aangezien de sluis zelf bouwhistorisch onderzocht is en niet vergraven zal worden, wordt hier geen verder archeologisch onderzoek nodig geacht. Hetzelfde geldt voor de kades direct langs het water. De locatie tussen de sluis en het gemaal lijkt relatief onverstoord te zijn, afgezien van twee bestaande elektriciteitskabels voor het gemaal. Indien hier werkzaamheden gaan plaatsvinden die dieper reiken dan 50 cm -mv en buiten het bestaande kabelbed, wordt er geadviseerd om de werkzaamheden te begeleiden middels een proefsleuvenonderzoek variant archeologische begeleiding. Gezien de verwachting op resten vanaf de middeleeuwen en de verwachte laag stadsafval is een booronderzoek niet geschikt. Gezien de beperkte omvang van de geplande ingrepen, zou een proefsleuvenonderzoek meer verstoren dan de werkzaamheden. Voor de vislift wordt de grond circa 3 m worden afgegraven. Vanwege de ligging naast de Eendrachtsmolen en de relatief diepe vergraving wordt voor de aanleg van de vislift archeologisch vervolgonderzoek geadviseerd. Vanwege het relatief kleine oppervlakte van de vergraving (58 m2) en de noodzaak van het plaatsen van damwanden (wat al in de ingrepen is opgenomen, bijlage 2) wordt geadviseerd om deze werkzaamheden eveneens archeologisch te begeleiden.
提供机构:
DANS Data Station Archaeology
创建时间:
2025-01-27



