five

Strijdersgatpolder Gemeente sluis, Plangebied Strijdersgatpolder te Cadzand

收藏
DANS Data Station Archaeology2016-12-30 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-X5Q-R9Q7
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
<p>In opdracht van de provincie Zeeland heeft het onderzoeks- en adviesbureau BAAC bv een archeologisch bureauonderzoek en een veldinspectie uitgevoerd in het plangebied Strijdersgatpolder te Cadzand, dat op basis van de resultaten hiervan is aangevuld met een verkennend booronderzoek. Uit het bureauonderzoek blijkt dat het plangebied deel uit maakt van het zuidwestelijke zeeklei gebied, waar door grootschalige erosie in de vroege middeleeuwen oude geologische afzettingen en eventuele archeologische vindplaatsen zijn geërodeerd. Pas vanaf de elfde eeuw ontstonden in de omgeving van het plangebied opwassen. Het plangebied is zelf in de dertiende eeuw ingepolderd en bewoonbaar geworden. Aan het einde van de veertiende eeuw is het plangebied weer overstroomd, waarbij in de oude polder een krekenstelsel is gevormd. In de kreken zijn zandige sedimenten afgezet, daarbuiten is klei afgezet dat een vermoedelijk een maximaal 2 m dikke laag vormt.</p><p>Op basis van oude kaarten is af te leiden dat zich vanaf het midden van de zestiende eeuw tot aan het midden van de negentiende eeuw zich geen (substantiële) bebouwing in het plangebied bevond. Uiteraard is dit slechts een indicatie en kan de aanwezigheid van bebouwing uit deze of eerdere perioden nooit geheel worden uitgesloten. Bij de veldinspectie zijn enkele (lichte) concentraties antropogeen materiaal, zoals natuursteen, baksteen en aardewerk aangetroffen. De meeste concentraties zijn te relateren aan de aanwezige wegen en dijken. In het noordwestelijke deel is een concentratie aangetroffen, waarvan de herkomst niet op die manier te verklaren is. De aanwezigheid van een vindplaats is daar niet uit te sluiten. Ook de aanwezigheid van bewoningsresten uit de periode dertiende tot en met het laatste kwart van de veertiende eeuw is niet aan te tonen of uit te sluiten, doordat het toenmalige landschap is afgedekt met een dikke laag klei. De kans om hiervan (onverstoorde) resten aan te treffen is echter laag.</p><p>Op basis van het bureauonderzoek is aan het plangebied de volgende verwachting toegekend:  Een lage tot middelhoge verwachting aan het oppervlakte (d.w.z direct onder de bouwvoor oftewel vanaf 40 cm –mv) voor de periode vanaf 1415.<br>Voor de gebieden met concentraties antropogeen materiaal en de oude (grotendeels) intacte dijken geldt een middelhoge verwachting;  Een lage verwachting binnen maximaal 2 m –mv voor waarden uit de periode begin dertiende eeuw – circa vierde kwart veertiende eeuw.</p><p>Voor de loop van de oude kreek en de waterloop geldt vanwege de verwachte erosie/afgraving van mogelijk aanwezige archeologische resten en de relatief lage ligging een lage verwachting.</p><p>Uit het verkennend booronderzoek dat is uitgevoerd om de archeologische verwachting te toetsen en aan te vullen blijkt dat in het plangebied twee (overwegend kleiige) pakketten aanwezig zijn die beide worden gekenmerkt door een fining upward sequentie. Het oudste pakket is vóór de inpoldering in de dertiende eeuw afgezet, terwijl het jongste vermoedelijk als gevolg van de overstromingen aan het einde van de veertiende eeuw is gesedimenteerd. Tussen de pakketten is geen duidelijk loopniveau (uit de dertiende/veertiende eeuw) aangetroffen. Deze laag is vermoedelijk bij de overstromingen (grotendeels) geërodeerd. In het zuidelijke deel zijn restgeulafzettingen aangetroffen van een kreek uit het einde van de veertiende eeuw.</p><p>In het plangebied zijn ter hoogte van de geplande ingrepen geen aanwijzingen (archeologische laag of indicatoren) aangetroffen voor archeologische vindplaatsen. Voor deze gebieden wordt de archeologische verwachting voor alle perioden bijgesteld naar laag en wordt geen vervolgonderzoek aanbevolen. </p><p>Verspreid over het maaiveld zijn archeologische indicatoren (aardewerk, natuursteen, baksteen e.d.) aangetroffen, die mogelijk zouden kunnen duiden op een archeologische vindplaats uit de periode vanaf 1415. Voor deze gebieden geldt een middelhoge verwachting. Volgens de huidige plannen zullen hier geen bodemingrepen plaatsvinden. Indien hier alsnog graafwerkzaamheden dieper dan 40 cm –mv plaatsvinden, wordt geadviseerd een vervolgonderzoek uit te voeren om de aan- of afwezigheid en aard van de eventuele vindplaats vast te stellen. Wat de meest geëigende methode van onderzoek is, is mede afhankelijk van de geplande ingrepen en dient derhalve in overleg met het bevoegd gezag te worden bepaald.</p>
提供机构:
BAAC BV
创建时间:
2016-01-01
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务