Een erf uit de Volle Middeleeuwen: Archeologisch onderzoek in de Hoofdstraat/Korte Kuipersweg te Epe door middel van een proefsleuvenonderzoek en een definitief archeologisch onderzoek
收藏Mendeley Data2024-04-04 更新2024-06-27 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/dans-22e-wurz
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
Binnen het onderzoek zijn twee deelgebieden onderzocht. Deelgebied 1 heeft nauwelijks noemenswaardige archeologische resten opgeleverd. Binnen deelgebied 2 aan de Korte Kuipersweg zijn echter de resten van een erf uit de 11de/12de eeuw aangetroffen met de sporen van een woonstalhuis en daarbij behorende resten van erfgreppels, waterputten en waterkuilen. Onderzoek naar de materiële resten duiden er op dat er mogelijk al activiteiten aan het eind van 10de eeuw of het begin van de 11de eeuw hebben plaats gevonden. Het woonstalhuis dat centraal in het plangebied werd aangetroffen was waarschijnlijk bewoond in het tweede en derde kwart van de 12de eeuw. De aangetroffen archeologische resten duiden op een materiële cultuur die past bij een agrarische samenleving. Het woonstalhuis bood onderdak aan mens en dier. Het botanisch onderzoek wijst er op dat men intensief bemestte om vruchtbare gronden te krijgen. Bij het botanisch onderzoek werd enkel 1 verkoolde graankorrel van tarwe en 3 aarspilfragmenten aangetroffen. De aarspilfragmenten, dorsafval, zijn een aanwijzing dat het graan ter plaatse werd verbouwd en/of verwerkt. De landschappelijke situering (natte, dalvormige laagte) en de profielopbouw (afgetopt podzolprofiel) zou in eerste instantie weinig aanleiding geven tot het verwachten van een vindplaats. Het landschappelijk onderzoek heeft anderzijds toch duidelijk gemaakt dat de aanwezigheid van een vindplaats hier niet onlogisch is. De aanwezigheid van een (semi) permanent watervoerend beekdal vormt in principe voor de mens een aantrekkelijke factor. Het risico van dergelijke locaties blijft echter natuurlijk wel het gevaar op wateroverlast. Mogelijk is dit ook de reden geweest dat de bewoning ter plekke relatief kort is geweest en dat veranderingen in de waterhuishouding door ontbossingen in het achterland hebben gezorgd voor slechtere condities en het verlaten van het plangebied. Het is echter ook mogelijk dat andere factoren een rol hebben gespeeld, waarbij met name klimaat van belang is. De bewoning ter plekke lijkt namelijk te stoppen op het moment dat zich een beperkte verslechtering van het klimaat aandient (het einde van de Middeleeuwse Warme Periode, ca. 900-1300 AD). Dit veranderende klimaat heeft daarbij mogelijk geresulteerd in een verslechterende waterhuishouding ter plekke. Behalve de sporen uit de Volle Middeleeuwen zijn er ook enkele latere sporen aangetroffen die er op wijzen dat de indeling van het landschap sinds de bewoning in de 11de/12de eeuw leidend is geweest voor later gebruik.
创建时间:
2023-06-28



