Looieind 20 te Erp, Gemeente Veghel
收藏DANS Data Station Archaeology2016-08-03 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-ZCR-P6N8
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>ADC ArcheoProjecten heeft in juni 2016 een bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek uitgevoerd op de locatie Looieind 20 te Erp, Gemeente Veghel.<br>Aanleiding is de voorgenomen bouw van een nieuwe, rechte kippenschuur ten behoeve van de pluimveehouderij. Verder wordt binnen het plangebied een oude schuinstaande kippenschuur gesloopt (afb. 2, 3 en 13). Het landgebruik van het noordelijk deel van plangebied blijft hoofdzakelijk hetzelfde (oprit met waterbekken).<br>Het plangebied ligt in het centrale dekzandlandschap in de Roerdalslenk en binnen het plangebied zelf is sprake van het voorkomen van zogenoemde hoge zwarte enkeerdgronden. Deze worden gekenmerkt door een humeuze bovengrond van 50 cm of dikker. Hun vorming gaat terug tot de 14e-15e eeuw AD toen op grote schaal het systeem van potstalbemesting werd toegepast. Op grond van de ligging van het plangebied op een dekzandrug geldt een hoge verwachting ten aanzien van de aanwezigheid van vondsten en sporen uit de Prehistorie. Voor resten uit de periode tot de Middeleeuwen geldt een middelhoge indicatieve waarde. Dit vanwege de ligging op de flank van een relatief ver van de Aa gelegen dekzandeiland. Voor resten uit de periode uit de Middeleeuwen en Nieuwe tijd geldt een hoge indicatieve waarde. Eventuele archeologische resten uit de periode tot de Middeleeuwen zullen voorkomen onder het esdek en in de top van de oorspronkelijke bodem. De plaggenbemesting kwam vanaf ongeveer de 11e eeuw in zwang, zodat vooral vindplaatsen van vóór de Middeleeuwen nog intact en goed geconserveerd kunnen zijn. Ten noordwesten van het plangebied bevond zich volgens historische kaarten in de periode 1811-1897 een gebouw, dat rond 1900 is gesloopt.<br>Om bovenstaande verwachting te toetsen en aan te vullen is binnen het plangebied een verkennend booronderzoek uitgevoerd. Hierbij kon vastgesteld worden dat, in lijn met de verwachting, de bodem binnen het plangebied in geomorfologische zin uit een dekzandrug bestaat.<br>Bodemkundig gezien kan worden geconcludeerd dat zich in de top van dit dekzand een niet nader te typeren podzolbodem heeft gevormd. In de Middeleeuwen is deze podzolbodem grotendeels verspit en opgenomen in een ‘hoge zwarte enkeerdgrond’ ofwel een esdek.<br>In een aantal boringen is (het onderste deel van) de B-horizont van de podzolbodem aangetroffen.<br>Ter plaatse van boring 6 en 5 is de bodem verstoord, ter plaatse van boring 5 tot minimaal 1,50 m – Mv, ter plaatse van boring 6 tot op onbekende diepte. De overgang van het esdek naar het dekzand betreft hierbij een potentieel archeologisch niveau, zeker gezien de aanwezigheid van de B-horizont van de podzolbodem, wat aangeeft dat de verstoring van de oorspronkelijke bodem relatief gering is. Dit niveau bevindt zich in het plangebied tussen 0,70 en 0,80 m –Mv. Op grond van de resultaten van het veldonderzoek blijft de archeologische verwachting voor het plangebied daarom ongewijzigd hoog.<br>Feit is echter dat de funderingen van de te realiseren kippenschuur, naar het zich laat aanzien, zullen worden aangelegd op een niveau dat zich boven 0,50 m – Mv bevindt. Het hoogste voorkomen van de overgang van het dekzand naar het esdek bevindt zich op 0,70 m –Mv. Op grond van de vergelijking van deze twee diepten kan worden geconcludeerd dat er geen mogelijk aanwezige archeologische waarden worden bedreigd door de voorgenomen plannen. Uit de door de heemkundekring Erthepe in 2013 verrichte waarnemingen bij de bouw van een vergelijkbare kippenschuur ten noordwesten van het hier besproken plangebied bleek dat de daarbij gehanteerde ondiepe bouwmethode de C-horizont niet aantast en de archeologische waarden behouden bleven.<br>Met de ondergrens van 0,50 m –Mv maximale verstoringsdiepte als beperkende voorwaarde adviseert ADC ArcheoProjecten om het terrein vrij te geven voor de voorgenomen ontwikkeling.<br>Het is echter niet volledig uit te sluiten dat binnen het onderzochte gebied toch nog archeologische resten voorkomen. Het verdient daarom aanbeveling om de uitvoerder van het grondwerk te wijzen op de plicht archeologische vondsten te melden bij de bevoegde overheid, zoals aangegeven in artikel 53 van de Monumentenwet.<br>Wij wijzen u erop dat de bevoegde overheid op basis van dit rapport een selectiebesluit neemt. De mogelijkheid bestaat dat dit selectiebesluit afwijkt van het door ons opgestelde advies.</p>
提供机构:
ADC ArcheoProjecten
创建时间:
2016-08-04



