five

Archeologisch Bureauonderzoek MJPG - Bernheze T108_24_AN

收藏
Mendeley Data2024-01-31 更新2024-06-27 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/dans-25j-shky
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
In mei 2020 heeft Antea Group in opdracht van de opdrachtgever is een archeologisch onderzoek uitgevoerd voor het plangebied ‘T108_24_AN’, gemeenten ’s Hertogenbosch en Bernheze.Het onderzoek heeft bestaan uit een archeologisch bureauonderzoek. Een bureauonderzoek is de eerste stap in de AMZ-cyclus (zie bijlage 2). Het archeologisch bureauonderzoek is uitgevoerd conform de BRL 4000, deelprotocol 4002 en de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA), versie 4.1.MJPGRijkswaterstaat(RWS) is voornemens een groot aantal geluidsschermen te realiseren in het hele land. Antea Group werkt in opdracht van Rijkswaterstaat (RWS) aan het “Meerjarenprogramma Geluidsanering” (MJPG). Dit is een programma van maatregelen tegen geluidoverlast van rijkswegen. Binnen het programma MJPG is Nederland opgedeeld in drie verschillende percelen. Antea Group heeft van RWS de opdracht gekregen om de geluid- en conditionerende onderzoeken voor perceel 1 uit te voeren. Tot perceel 1 behoren drie regio’s, namelijk het beheergebied van Rijkswaterstaat Noord-Nederland, Zuid-Nederland en Zee & Delta.Archeologie is één van deze conditionerende onderzoeken en wordt uitgevoerd door Antea Group.Bij aanvang ging het om meer dan 70 locaties. Door middel van een nut- en noodzaakanalyse, uitgevoerd door Antea Group, is het aantal locaties waarvoor archeologisch onderzoek noodzakelijk is, samen met onze opdrachtgever teruggebracht naar 23 concrete locaties.1Voor deze 23 locaties dient in eerste instantie een archeologisch bureauonderzoek opgesteld te worden.Onderhavig rapport behandelt locatie T108_24_AN, gelegen noordelijk langs de Rijksweg A59 ter hoogte van verzorgingsplaats De Lucht.Locatie T108_24_ANGezien de ligging op (de flank van) een dekzandrug, die in het verleden vaak aantrekkelijk waren als vestigingsplaats voor jagers-verzamelaars is de kans op de aanwezigheid van resten van steentijdkampementen groot. Ook voor de eerste boeren waren dekzandruggen aantrekkelijk. Deze resten kunnen worden verwacht in de top van het dekzand, in zoverre deze niet door de middeleeuwse veenontginningen aangetast is.Vanaf de bronstijd werd het gebied mogelijk begroeid met veen waardoor het waarschijnlijk te nat werd voor bewoning. Uit de late bronstijd tot en met vroeg middeleeuwen worden derhalve geen bewoningssporen verwacht.Vanaf de late middeleeuwen werd het veen ontgonnen en werden de ontgonnen gronden omgezet in landbouwgronden, waarbij esdekken ontstonden. Onbekend is in hoeverre bij deze ontginning de oorspronkelijke top van de C-Horizont met mogelijke resten van voor de bronstijd verloren is gegaan. Juist hier kan een archeologisch booronderzoek een eerste antwoord geven. Op de kadastrale minuut van 1811-1832 is een grote weg aanwezig vlakbij het plangebied, met ten noorden van deze bebouwing. Waarschijnlijk gaat deze weg terug op een oudere middeleeuwse weg waarvan in het plangebied mogelijk ook nog resten aanwezig zijn.Omdat er een hoge kans is op het aantreffen van archeologische resten binnen het plangebied adviseert Antea Group om binnen het plangebied een inventariserend veldonderzoek d.m.v. boringen, verkennende fase, (archeologisch onderzoek type 2, booronderzoek) uit te voeren.2In voorbereiding van het booronderzoek dient, conform de SIKB-BRL 4000 (Beoordelingsrichtlijn voor archeologie) voor het protocol 4003 (inventariserend veldonderzoek), een Plan van Aanpak (PvA) opgesteld te worden, dat ter kennisgeving wordt aangereikt aan de opdrachtgever en de bevoegde overheid. Een archeologisch PvE als protocol 4001 onder de BRL 4000 is voor een verkennend booronderzoek geen verplichting.De methode – een verkennend booronderzoek bestaande uit 6 boringen per hectare of 1 boring per 50m1tracé - is er niet primair op gericht om archeologische resten aan te treffen (hiervoor is de gehanteerde boordichtheid en –intensiteit te gering), maar is wel uitermate geschikt om 1) de aard van bodemopbouw en 2) de mate van intactheid van de oorspronkelijke bodemopbouw inclusief de archeologische sporendragende niveaus te bepalen.De te onderzoeken zones hebben een gezamenlijke lengte van circa 255 m hetgeen neer komt op een archeologisch booronderzoek voor T108_15_SN bestaande uit 8 boringen op lijn, waarbij 4 boringen in de gemeente ’s Hertogenbosch en 4 boringen in de gemeente Bernheze.Voor het westelijke deel van het plangebied, gelegen binnen de gemeente Bernheze, geldt op basis van de gemeentelijke archeologische verwachtingskaart, geen onderzoeksverplichting. Echter is aan te raden, zeker indien bij de westelijke boringen nog (deels) intacte bodems aangetroffen worden, ook deze boringen uit te voeren. Dit om het risico op toevalsvondsten of anderszins archeologische resten tijdens aanleg van de geluidsmaatregelen beredeneerd te kunnen inschatten.Mocht blijken dat op basis van de boringen niet uitgesloten kan worden dat nog archeologische waarden aanwezig zijn, dan is een Programma van Eisen (PvE) noodzakelijk ten behoeve van het uitvoeren van een archeologische begeleiding (onder protocol proefsleuven) ten tijde van het plaatsen van de funderingen voor de schermen in het kader van het MJPG.)Bovenstaande is een advies; het hierop nemen van een selectiebesluit is voorbehouden aan de bevoegde overheid, in deze de gemeenten ’s Hertogenbosch en Berheze.
创建时间:
2024-01-31
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务