Plangebied Waterlooppad (nabij Blauwmutsenpad) te Zoeterwoude, gemeente Plangebied Waterlooppad (nabij Blauwmutsenpad) te Zoeterwoude, gemeente Zoeterwoude; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
收藏DANS Data Station Archaeology2019-12-31 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-Z6H-XQ6P
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>In opdracht van het Hoogheemraadschap van Rijnland heeft RAAP in februari en maart 2020 een archeologisch vooronderzoek in de vorm van een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek) uitgevoerd voor het plangebied Waterlooppad (nabij Blauwmutsenpad) te Zoeterwoude. Het onderzoek vond plaats in het kader van een omgevingsvergunning. De plannen bestaan uit de bouw van een nieuw gemaal. Hierbij zullen er in de noordelijke helft van het plangebied werkzaamheden tot een diepte van 5 m –mv plaatsvinden. Het gemaal zal worden geplaatst op funderingspalen. Er zal een verbinding tussen het gemaal en de Meerburgwetering (ter plekke van de huidige dijk) worden gemaakt. Daarnaast zal een damwand tot op een dieper gelegen niveau worden geplaatst. In het zuidelijk deel van het plangebied wordt het fietspad verlegd en wordt een toegangspad aangelegd. Hier zullen de graafwerkzaamheden minder diep reiken. Het plangebied heeft een grootte van circa 700 m2.<br>Archeologische verwachting (bureauonderzoek) Op basis van het bureauonderzoek werd de volgende bodemopbouw verwacht (van boven naar beneden): een bouwvoor/ophogingslagen (inclusief een dijk), dek-/komafzettingen van het Laagpakket van Walcheren, een dik pakket Hollandveen en getijde-/estuariene afzettingen van het Laagpakket van Wormer. Er bestond een niet nader gespecificeerde verwachting voor het neolithicum. Er bestond een middelhoge verwachting voor bewoningsporen en –resten uit de bronstijd t/m de vroege middeleeuwen.<br>Er bestond een lage verwachting voor bewoningsresten uit de late middeleeuwen-nieuwe tijd, maar er werden in ieder geval wel ophogingslagen uit de tijd dat de dijk in het plangebied is opgeworpen (vanaf de 16e eeuw) verwacht.<br>Resultaten (verkennend booronderzoek) In alle boringen zijn onder het maaiveld opgebrachte en rommelige lagen aanwezig. Deze pakketten zijn dikker in de boringen die in de dijk langs de Meerburgwetering zijn uitgevoerd, maar reiken tot ongeveer hetzelfde niveau ( in het algemeen tussen 1,7 en 1,95 m -NAP) ten oosten van de dijk. Deze lagen bestaan voornamelijk uit matig-sterk zandige, grijze klei. In 4 boringen zijn rond 1,7 m –NAP sterk puinhoudende lagen aangeboord, die waarschijnlijk deel van het dijklichaam betreffen. In het opgeboorde materiaal zijn enkele fragmenten glas uit de late middeleeuwen-nieuwe tijd B en een fragment tegel uit de 17e eeuw waargenomen, alsmede sintels die in de 19e-20e eeuw kunnen worden gedateerd. Waarschijnlijk zijn op zijn minst enkele van deze indicatoren in de bodem terecht gekomen ten tijde dat de dijk werd opgeworpen of verstevigd. Er is geen duidelijke fasering in de lagen en indicatoren te onderscheiden. Onder de opgebrachte lagen zijn kom-, oever- en/of geulafzettingen van het Laagpakket van Walcheren aanwezig, die in zeer dynamische en variabele afzettingsmilieus zijn afgezet. In 2 boringen zijn tussen 1,45 en 2,6 m –NAP oeverafzettingen aangeboord. In principe bestaat voor deze afzettingen een middelhoge archeologische verwachting, maar lijkt het waarschijnlijk dat hoger gelegen oeverafzettingen dichter bij de loop van de Oude Rijn aantrekkelijker waren voor bewoning in de ijzertijd-vroege middeleeuwen. In alle boringen zijn onder de sedimenten van het Laagpakket van Walcheren pakketten Hollandveen aangetroffen. In de meeste boringen is de top van het zwak-sterk kleiige veen tussen 2,55 en 2,85 m –NAP aangeboord. In 1 boring zijn in de bovenste helft van het veenpakket spikkels rood- en geelbakkend puin aangetroffen. Mogelijk heeft dit pakket veen voor langere tijd aan de oppervlakte gelegen en reflecteren deze puinspikkels menselijke activiteit in de directe omgeving van het plangebied. Onder het veen bevinden zich tot aan de basis van de boringen afzettingen behorende tot het Laagpakket van Wormer (top tussen 4,5 en 4,95 m –NAP). In 3 boringen is de top van deze afzettingen zwak humeus, maar zijn de sedimenten ook matig slap van consistentie. Mogelijk betreft dit een aquatische laklaag, die is gevormd in natte omstandigheden in sedimenten die wellicht het beste als ‘komachtige’ afzettingen kunnen worden gezien. Voor deze afzettingen bestaat een lage archeologische verwachting voor het neolithicum.</p>
创建时间:
2020-01-01



