Plangebied De Bree 14 te Nieuwerbrug aan den Rijn, gemeente Bodegraven- Reeuwijk; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
收藏DANS Data Station Archaeology2019-02-04 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-ZZF-E62N
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>In opdracht van VRBT Vroegindeweij Bouwtechniek heeft RAAP in november 2018 een archeologisch vooronderzoek in de vorm van een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek) uitgevoerd voor het plangebied De Bree 14 te Nieuwerbrug aan den Rijn in de gemeente Bodegraven-Reeuwijk. </p><p>Op basis van de tijdens het bureauonderzoek verzamelde gegevens is een gespecificeerde archeologische verwachting opgesteld. Deze geeft inzicht in de aard en de ouderdom (inclusief omvang en uiterlijke kenmerken), (diepte)ligging, en gaafheid van eventueel aanwezige archeologische resten.</p><p>De bekende bewoningssporen concentreren zich in dit gebied voornamelijk in een zone aan weerszijden van de Oude Rijn. Het plangebied ligt op de noordoever van de Oude Rijn. Voor dit gebied geldt een hoge archeologische verwachting voor vindplaatsen uit de periode Romeinse tijd t/m nieuwe tijd en een middelmatige archeologische verwachting voor vindplaatsen uit de prehistorie (Leijnse, 2006). Veel van de oudere afzettingen van de Rijn (waarop pre-Romeinse bewoning voor kan komen) zijn door de eeuwen heen door de Rijn geërodeerd. De Oude Rijn heeft zich ingesneden tot in de pleistocene afzettingen en hiermee alle tussengelegen afzettingen opgeruimd. De kans op het voorkomen van bewoningssporen uit het paleolithicum, mesolithicum of neolithicum binnen de meandergordel de Oude Rijn is dan ook nihil.</p><p>Op de archeologische verwachtingskaart van de gemeente Bodegraven Reeuwijk (de Boer, Klaarenbeek & Wink, 2012) staat aangegeven dat het perceel waar het plangebied op ligt gedeeltelijk is afgegraven. Dit afgraven geschiedde in het kader van kleiwinning ten behoeve van de baksteenindustrie. Dit betekent dat een deel van de door de Oude Rijn gevormde oeverafzettingen zijn afgegraven. Dieper ingegraven sporen kunnen nog intact in de ondergrond aanwezig zijn. </p><p>Het plangebied ligt op de noordelijke oever van de Oude Rijn. Tijdens het veldonderzoek is een bodemopbouw van oever- op beddingafzettingen van de Oude Rijn aangetroffen. De oeverafzettingen bestaan overwegend uit sterk tot zwak zandige klei met enkele grindjes. Dit wijst er op dat tijdens de vorming van de oeverafzettingen nog regelmatig beddingzand over de oeverwal heen spoelde. Dit houdt in dat hier sprake is van de basis van de oeverafzettingen. De top van de oeverafzettingen, waarin eventuele vindplaatsen verwacht kunnen worden, is niet (meer) aanwezig. </p><p>De in de oeverafzettingen waargenomen archeologische indicatoren zijn waarschijnlijk als gevolg van het agrarisch gebruik van het perceel (boomgaard) in de nieuwe tijd in de oeverafzettingen terecht gekomen en worden niet als aanwijzingen voor de aanwezigheid van een vindplaats beschouwd. Er zijn verder ook geen laklagen in de oeverafzettingen waargenomen die kunnen wijzen op de aanwezigheid van een archeologische vindplaats in het plangebied. <br>Op basis van de resultaten van dit onderzoek blijkt dat in het plangebied geen archeologische resten bedreigd worden. Daarom wordt in het kader van de voorgenomen bodemingrepen geen vervolgstap uit het proces van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ) noodzakelijk geacht.</p>
提供机构:
RAAP-West
创建时间:
2019-02-05



