Irenestraat 104-138, Groot-Ammers (gemeente Molenlanden)
收藏DANS Data Station Archaeology2022-11-07 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/DTRCG8
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
DC ArcheoProjecten heeft in mei en juni 2022 een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek uitgevoerd op de locatie Irenestraat 104-138 in Groot-Ammers, gemeente Molenlanden. De aanleiding voor het onderzoek is de voorgenomen woningbouw op onderhavige locatie. Hiervoor is een omgevingsvergunning vereist.Op basis van het bureauonderzoek is een gespecificeerde verwachting opgesteld. Het plangebied is gelegen in een uitgestrekt komgebied, de Alblasserwaard. Kenmerkend voor dit gebied is het plaatselijk voorkomen van rivierduinen in de ondergrond. Dit is onder meer op circa 70 m ten zuidwesten van het plangebied het geval, waar tijdens karterende booronderzoeken op minimaal 2,0 m -mv (circa 2,1 m -NAP) rivierduinafzettingen zijn aangetoond. Gezien grilligheid van het duinreliëf is het niet uit te sluiten dat in het onderzoeksgebied tot nog toe onbekende, dieper gelegen duinen voorkomen. Rivierduinen vormden vooral in de prehistorie ideale vestigingslocaties. Zij staken uit boven het omringende natte rivierenlandschap. Op vrijwel alle bekende rivierduinen zijn vindplaatsen daterend uit het Mesolithicum of het Neolithicum aangetroffen. Deze manifesteren zich vooral door afvallagen die bestaan uit kleine fragmenten houtskool en (verbrand) bot in het veen rond het duin; in het duin kunnen resten van paal- en afvalkuilen, haardplaatsen en graven aanwezig zijn. Ten gevolge van afdekking met veen en komklei zal een vindplaats goed geconserveerd zijn. Uit in het plangebied uitgevoerd sonderingsonderzoek is af te leiden dat de bovenkant van het (duin)zand zich op 12,5 à 12,0 m –NAP bevindt. Van een opduiking van rivierduinafzettingen lijkt geen sprakete zijn. De kans op de aanwezigheid van resten uit het Mesolithicum of het Neolithicum wordt daarom als laag beschouwd.Direct ten zuiden van het plangebied bevindt zich een lokale veenstroom, die ten dele samenvalt met de huidige Middelwetering. De actieve fase ging tijdens instuwing van water van de Lek gepaard met de afzetting van klei. De oeverwallen lagen als gevolg van de kleiafzetting iets hoger in het landschap en boden mogelijk een relatief stabiele ondergrond voor bewoning ten opzichte van het omringende veen. Ter plaatse van de oeverwallen van de veenstroom die mogelijk tot in het zuidelijk deel van het plangebied reiken moet daarom rekening worden gehouden metarcheologische resten die samenhangen met individuele huisplaatsen of kleinschalige nederzettingen uit de Romeinse tijd of de Vroege Middeleeuwen. Hierbij moet echter worden aangetekend dat in het onderzoeksgebied dergelijke vindplaatsen nog niet zijn aangetroffen.Bij het recente gebruik van het plangebied als parkeerterrein kan het bovenste deel van het bodemprofiel zijn verstoord. Diepere verstoringen zijn op grond van het historisch landgebruik niet te verwachten.Teneinde de hierboven beschreven verwachting te toetsen en aan te vullen is in het plangebied verkennend booronderzoek uitgevoerd. Hierbij is vastgesteld dat de ondergrond van het plangebied uit zwak kleiig bosveen (Hollandveen Laagpakket van de Formatie van Nieuwkoop) bestaat. Het veen gaat naar boven toe over in een pakket bijna gerijpte, kalkloze, zwak siltige komklei (Formatie van Echteld). Hierin is een 15 tot 25 cm dikke bouwvoor gevormd. Het geheel wordt afgedekt door een 65 tot meer dan 120 cm dikke moderne ophoging bestaande uit matig grof zand.In geen van de boringen zijn rivierduinafzettingen aangetroffen. Binnen het onderzochte bodemtraject zijn dan ook geen aan deze afzettingen gerelateerde archeologische resten uit het Mesolithicum of het Neolithicum te verwachten. Op basis van het ontbreken van veraarde lagen moet worden aangenomen dat het aanwezige veen geen bewoonbaar oppervlak heeft gevormd. Hierdoor geldt een lage verwachting op de aanwezigheid archeologische resten. Dit geldt evenzo voor de bovenliggende komklei. Concluderend dient voor het onderzochte bodemtraject de bestaande hoge verwachting naar een lage verwachting moet worden bijgesteld.
6 ADC ArcheoProjecten adviseert om het plangebied vrij te geven voor de voorgenomen ontwikkeling.
提供机构:
ADC ArcheoProjecten
创建时间:
2022-10-24



