Bureauonderzoek, Verkennend en Karterend Booronderzoek Archeologie Plangebied Soestdijkseweg Noord 482 te Bilthoven, gemeente De Bilt
收藏Mendeley Data2024-01-31 更新2024-06-27 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/dans-x5b-pdms
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
Hamaland Advies heeft in opdracht van Burginvest, een archeologisch bureauonderzoek en verkennend en karterend booronderzoek uitgevoerd voor het plangebied Soestdijkseweg Noord 482 te Bilthoven. De ontwikkeling voorziet in de bouw van 5 woningen verdeeld over acht kavels. Het oppervlak van het plangebied bedraagt 22.967 m² (2,3 ha). De nieuwe ontwikkeling zorgt voor een nieuwe bodemverstoring die dieper zal gaan dan 0,50 m-mv. De exacte ontgravingsdiepte is echter bij het opstellen van dit onderzoek nog niet bij de opdrachtgever bekend. Op de archeologische beleidskaart van de gemeente De Bilt is er in het plangebied sprake van een archeologische waarde 2 (AW2) door de ligging van de uiterste noordwesten en zuidoosten op een historische ontginningsas. Tevens is er sprake van een hoge en middelhoge archeologische verwachting voor het plangebied (VAW2). Gemeentelijke eis is om bij deze waarden en verwachtingen, bij bodemingrepen dieper dan 50cm-mv en groter dan 500 m², voorafgaand aan de ruimtelijke planvorming, een archeologisch onderzoek plaats te vinden. Dit onderzoek dient conform de AMZcyclus te worden uitgevoerd.Vanwege de overschrijding van de vrijstellingsgrens is door Hamaland Advies een KNA conform Bureauonderzoek en Verkennend en Karterend Booronderzoek uitgevoerd waarbij een gespecificeerd archeologische verwachtingsmodel is opgesteld en een advies voor vervolgonderzoek is geformuleerd.De onderzoeksmethodiek is verwoord in een Plan van Aanpak (Van der Kuijl en De Graaf, 2016).Conclusie Op grond van de bestudeerde bronnen en de bekende archeologische waarnemingen in de omgeving van het plangebied, wordt geconcludeerd dat er sprake is van een hoge en middelhoge verwachting op archeologische resten uit alle perioden vanaf het Laat Paleolithicum tot en met de Nieuwe Tijd. Het plangebied ligt in het dekzandlandschap op de overgang naar het stuwwallenlandschap en tussen ontginningswegen. Eventuele vindplaatsen uit deze perioden bevinden zich direct onder de bouwvoor en in de top van de C-horizont (dekzand).Het Verkennend booronderzoek heeft aangetoond dat in het plangebied sprake is van een intacte veldpodzol op een ondergrond van dekzand op geërodeerde stuwwalafzettingen. De bovenlaag bestaat uit een subrecent opgebracht bouwvoor met betonpuin, baksteenpuin en plasticresten. Verder heeft het booronderzoek geen archeologische relevante indicatoren opgeleverd.Het Karterend booronderzoek ondersteunt de conclusies uit het Verkennend booronderzoek. In het merendeel van de karterende boringen is een intacte veldpodzol op een ondergrond van dekzand aangetroffen. De bovenlaag in het plangebied bestaat uit één of twee lagen subrecent opgebrachte bouwvoor met betonpuin, sintels en baksteenpuin. Ook in deze fase heeft het booronderzoek geen oude cultuurlagen of archeologisch relevante indicatoren opgeleverd.Selectieadvies Op grond van het ontbreken van concrete aanwijzingen voor een archeologische vindplaats, adviseren wij om geen vervolgonderzoek in het plangebied uit te voeren. Hierbij moet wel opgemerkt worden dat kleine fenomenen zoals steentijdvindplaatsen, urnengraven, veldovens of afvaldumps en het historische wegtracé met de gekozen methodiek lastig op te sporen zijn met booronderzoek. Wij adviseren tevens om de middelhoge en hoge archeologische verwachting voor de periode van de Middeleeuwen en de Nieuwe Tijd bij te stellen naar laag, vanwege de jonge ontginning (19e eeuw) in combinatie met een intacte veldpodzol.Selectiebesluit Het conceptrapport van het karterend booronderzoek is op 10 april 2017 beoordeeld door de archeologisch adviseur van de ODRU (drs. P. de Boer) namens gemeente De Bilt. Het rapport en het selectieadvies zijn akkoord bevonden met uitzondering van het advies over het historisch wegtracé. Het selectiebesluit van de ODRU luidt dat het plangebied vrijgeven wordt voor de geplande werkzaamheden met uitzondering van de zone (uiterste zuidwesthoek plangebied) met het historisch wegtracé. Indien hier bodemroerende werkzaamheden worden uitgevoerd dan dienen hier nader onderzoek plaats te vinden (IVO-Proefsleuven of Archeologische Begeleiding protocol Proefsleuven). Voorbehoud Verder dient te allen tijde bij het afgeven van een omgevingsvergunning de wettelijke meldingsplicht (ex artikel 5.10 en 5.11 van de Erfgoedwet) kenbaar te worden gemaakt, om het documenteren van toevalsvondsten te garanderen. Deze aangifte dient te gebeuren bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed in Amersfoort en de archeologisch adviseur van de Gemeente De Bilt.
创建时间:
2024-01-31



