five

Noordweg 76, gemeente Den Haag. Sporen uit het neolithicum, de ijzertijd en Romeinse tijd in het Wateringse Veld

收藏
DataCite Commons2025-03-10 更新2025-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/SDFJB4
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
In 2014 startte het archeologisch onderzoek op verschillende voormalige volkstuincomplexen aan de Noordweg en de Leyweg. Het booronderzoek op deze locaties gaf inzicht in het landschap dat bestond uit een strandwal met opgestoven duin en lokaal lager gelegen terreindelen waarin veenvorming had plaatsgevonden. Bodems in en op het duin, en in mindere mate ook in het afdekkende kleipakket van de Gantel Laag, lieten zien dat bewoning vanaf de prehistorie mogelijk was. Enkele fragmenten handgevormd aardewerk toonden aan dat het gebied in de prehistorie of Romeinse tijd ook door mensen bezocht was. Proefsleuvenonderzoek in 2017 en 2019 leverde vijf archeologische vindplaatsen op. De oudste stamde uit het neolithicum, de jongste betrof de middeleeuwse en nieuwetijdse verkaveling. Verder werden twee ijzertijd vindplaatsen herkend en een vindplaats uit de Romeinse tijd. Van deze vijf vindplaatsen werden drie als behoudenswaardig gewaardeerd. Het gaat om de neolithische vindplaats, één vindplaats uit de ijzertijd en de Romeinse vindplaats. Waar mogelijk zijn de behoudenswaardige vindplaatsen in de bouwplannen opgenomen, zodat deze in situ behouden kunnen worden. Waar dit niet mogelijk is, zijn deze in 2020 door middel van een opgraving ex situ behouden. Door deze opgraving werd duidelijk wat precies de aard en functie van de verschillende vindplaatsen was. De neolithische vindplaats is de weerslag van kortdurende activiteiten tussen 3000 en 2900 v. Chr., de periode die bekend staat als Vlaardingencultuur. De vindplaats kende vrijwel zeker geen permanente bewoning. Hoewel in de Vlaardingencultuur de mens al vrijwel geheel kon vertrouwen op de opbrengst van landbouw en veeteelt, is de onderzochte vindplaats daarvoor waarschijnlijk niet gebruikt. Het lijkt eerder te gaan om een speciale activiteitenzone, zoals een uitvalsbasis voor de jacht of het verzamelen van bijvoorbeeld riet. Het kortstondige gebruik van de locatie is niet zondermeer te verklaren uit natuurlijke factoren zoals vernatting. Op de nabij gelegen vindplaats Steynhof liep de bewoning door tot na 2600 v. Chr., enkele eeuwen langer dan de vindplaats Noordweg. De onderzochte ijzertijd vindplaats leverde twee huisplattegronden op. Beide plattegronden hebben een datering in de eerste helft van de ijzertijd. Dat is de periode dat het duin door het Gantelsysteem droger werd. Het gebied werd daardoor aantrekkelijk voor de mens om zich, na de bijzonder natte bronstijd, waarin het Wateringse Veld ontvolkt was, weer in het gebied te vestigen. Naast akkerbouw en veeteelt, bood het gebied ook mogelijkheden voor de winning van zout. Van akkerbouw en veeteelt zijn sporen in de vorm van (verbrand) graan en hoefindrukken in drassige delen van het terrein bewaard gebleven. Sporen van zoutwinning zijn vooral bekend van de vindplaats Noordhof, waar een dikke laag vol zoutaardewerk werd aangetroffen, maar ook op de ijzertijd vindplaats in het plangebied Noordweg 76 werd dit kenmerkende aardewerk aangetroffen. In de tweede helft van de ijzertijd wordt het gebied steeds meer door de tweemaal daags optredende vloed bedreigd. Rond 200 v. Chr. loopt deze, door de nog altijd doorgaande zeespiegelstijging zo hoog op dat grote delen van het landschap bij een normaal getij onder water lopen. Met relatief eenvoudige constructies kunnen, zeker op kleine schaal, deze overstromingen het hoofd worden geboden. Zo is de aanleg van dammen in het Wateringse Veld al eens aangetoond op de locatie Boezemland. Het huidige onderzoek leverde een langwerpige en smalle oversteekplaats op die ervoor moest zorgen dat het vernattende en onder water lopende landschap toegankelijk bleef. De vindplaats uit de Romeinse tijd leverde geen resten van bewoning op, maar laat vooral zien hoe een weiland was ingericht. Diepe greppels, wellicht al aan te duiden als sloten, vormen de hoofdassen van het Romeinse verkavelingssysteem. De regelmatige inrichting van het land bespoedigde de afvoer van overtollig water en hielp bij het innen van belasting door het Romeins gezag. De vindplaats is te dateren vanaf het midden van de 1ste eeuw na Chr. tot in het eerste kwart van de 2de eeuw.
提供机构:
DANS Data Station Archaeology
创建时间:
2024-07-02
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务