five

BO IVO Teylingerlaan te Poeldijk Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek – verkennende fase Teylingerlaan te Poeldijk , gemeente Westland (ZH)

收藏
DANS Data Station Archaeology2019-12-30 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-XU6-HF5K
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
<p>Laagland Archeologie heeft in samenwerking met ArcheoWest in november 2019 een Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek – verkennende fase uitgevoerd aan de Teylingerlaan te Poeldijk. Het onderzoek vond plaats in verband met de ruimtelijke procedure rondom een bestemmingsplanwijziging. Het bureauonderzoek had tot doel een archeologisch verwachtingsmodel op te stellen. Centraal staat daarbij de vraag of en zo ja welke archeologische resten (complextype, datering, diepteligging en gaafheid) in het plangebied kunnen worden verwacht. Hiertoe zijn landschappelijke, archeologische en historische bronnen geraadpleegd. Op basis van het bureauonderzoek heeft het plangebied een middelhoge archeologische verwachting gekregen. Er worden twee archeologische niveaus verwacht. In de ondergrond kunnen op duinzand (Laag van Voorburg) archeologische resten verwacht worden vanaf het neolithicum tot in de ijzertijd. De kustduinen zijn afgedekt met een dunne veenlaag en later zijn in tenminste twee fasen getij-afzettingen gevormd van het Laagcomplex van Westland. Deze worden onderverdeeld in de Laag van Gantel (voorheen: Duinkerke I) en de Laag van Poeldijk (voorheen: Duinkerke III). In de top van de Laag van Gantel kunnen resten uit de periode Romeinse tijd – late middeleeuwen voorkomen. In de Laag van Poeldijk kunnen resten uit de late middeleeuwen en later verwacht worden. Intacte getij-afzettingen worden verwacht onder een bouwvoor met een dikte van circa 0,5 meter. De top van de Laag van Voorburg kan binnen 2,0 m -mv liggen. Diverse booronderzoeken in een straal van 300 meter binnen het plangebied hebben tot op heden geen archeologische vindplaats opgeleverd. Op iets grotere afstand liggen diverse vindplaatsen uit de periode ijzertijd – late middeleeuwen. Resten uit de ijzertijd zijn daarbij aangetroffen in de humeuze top van het duinzand en resten uit de Romeinse tijd en later op de Laag van Gantel. De onderzoeken in de directe omgeving hebben op veel plaatsen een geroerde bodem en/of verspoeld duinzand opgeleverd, waardoor de hoge archeologische verwachting tot op heden niet werd bevestigd. Het verwachtingsmodel is getoetst en aangevuld door middel van een verkennend booronderzoek. Bij het booronderzoek zijn verspreid over het plangebied zes boringen gezet met een edelmanboor met een diameter van 7 cm en een guts met een diameter van 3 cm. Gebleken is dat in circa de helft van het plangebied de top van de Laag van Voorburg (duinzand) nog intact (humeuze laag) aanwezig is. Deze top ligt in boring 2 het hoogst in het profiel en in de boringen 3 en 4 wat lager. In de boringen 5 en 6 is de top van het duin verspoeld en in boring 1 ligt de top van het duinzand van nature dieper. Deze zone krijgt een lage verwachting. Binnen het Laagcomplex van Westland zijn geen aanwijzingen voor een eventuele vindplaats gevonden. In boring 2 bevindt zich weliswaar een vegetatieniveau, maar ontbreken archeologische indicatoren. Er wordt geadviseerd om toekomstig graafwerk rondom boring 2 zoveel mogelijk te beperken tot een diepte van 1,3 m -mv. In de zone met een middelhoge verwachting (boringen 3 en 4) wordt aangeraden om de werkzaamheden niet dieper dan 1,5 m -mv uit te voeren. Voor het aanbrengen van heipalen geldt het advies om te werken met schroefpalen en om het aantal palen zoveel mogelijk te beperken, dus liever minder dikke palen dan meer dunnere palen. Voor het gebied met een lage verwachting geldt geen beperking voor het uitvoeren van graafwerkzaamheden dan wel het aanbrengen van heipalen.Is het bovenstaande advies niet haalbaar en dienen de werkzaamheden dieper plaats te vinden of is een grote dichtheid aan heipalen voorzien, dan dient rekening te worden gehouden met karterend booronderzoek in de zones met een hoge en middelhoge verwachting (boringen 2, 3 en 4). Met karterend booronderzoek kan worden onderzocht of ook archeologische indicatoren en dus een mogelijke vindplaats aanwezig is. Hierbij wordt een boorgrid van circa 13 x 15 meter voldoende geacht om eventuele vindplaatsen gekenmerkt door vuursteenstrooiing of aardewerkstrooiing met een matig hoge vondstdichtheid en grootte tussen de 200 en 1.000 m2 op te sporen (methode A3).1 De implementatie van dit advies is in handen van de gemeente Westland, hierin vertegenwoordigd door de archeologisch adviseur van de gemeente, mevrouw M. Burger. Op deze versie hebben we geen reactie meer gehad. We gaan ervan uit dat de gemeente het advies heeft overgenomen.</p>
提供机构:
Laagland Archeologie VOF
创建时间:
2019-01-01
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务